Hoe is het mogelijk. Het is de eerste auto met een Nederlands kenteken die we hier in drie weken tijd hebben gezien.
De wagen blijkt van een vrouw met drie labradors te zijn. We zien haar namelijk later op de dag rijden.
De markt is de moeite waard. De hoofdstraat die dwars door Lorgues loopt, is gevuld met kramen, met een vertakking
naar een zijstraat. Het is een gecombineerde markt, met zowel (veel typisch Franse) etenswaren als artikelen als
kleding, meubels, sieraden
en wat dies meer zij. We horen zowaar ook Nederlands, Duits en Engels praten. Op twee terrassen die aan de markt grenzen,
is het gezellig druk. Twee muzikanten proberen onafhankelijk van elkaar wat geld te verdienen. De één heeft een kat op z'n
schouder zitten. Gelukkig zien de jongens hem niet. Kanjer is wel onder de indruk van een gemuilkorfde hond. Als we even
later even stoppen, maakt hij van zijn riem ook een muilkorf.
Na een uurtje wandelen en wat inkopen (o.a. een gegrillde poulet fermier - een scharrelkip dus) houden we het voor
gezien. We rijden nog een extra rondje omdat we op de heenweg een echtpaar olijven zagen oogsten en de bomen snoeien.
Bovendien willen we nog eens even goed kijken naar zojuist gesnoeide moerbeibomen die we onderweg vluchtig zagen.
Even de kunst af kijken.
De weg waarover we rijden, leidt ook langs 'onze' villa en is op de meeste plekken zo smal, dat er geen twee auto's
naast elkaar kunnen rijden. Maar da's geen enkel probleem. Fransen schieten zo een oprit op, rijden een stukje terug
naar een breder gedeelte van de weg of sturen hun auto een talud op. En dan zwaaien en lachen ze ook nog vriendelijk.
Maken wij plaats voor hen, dan doen ze dat nog uitbundiger. Net als wanneer we de jongens aan de kant houden als er een
auto aan komt. Uiterst vriendelijk volk, die Fransen.
Er is maar één uitzondering, is ons herhaaldelijk opgevallen. Marokkanen zwaaien, lachen en bedanken niet. Ze kijken
stug voor zich uit, houden hun handen aan het stuur en er kan geen lachje af, ook al steken wij dankbaar en vriendelijk
lachend een hand op. Zonder uitzondering, en we zijn er al heel wat tegen gekomen. Wat mankeert dat volk toch?
Vanavond kijken we even naar wat journaal- en meteo-uitzendingen. Het weer in heel Frankrijk is uitzonderlijk. In
Orleans heeft het 18 graden gevroren, een absoluut record. In de Vogezen, Jura en Alpen ligt nu al een enorm pak sneeuw.
Aan de Cote d'Azur is het in november nog nooit zo koud geweest. Maar er komen betere tijden voor ons. Over een paar dagen
draait de wind naar het zuiden en krijgen we weer zeer aangenaam weer.
Dik overhemd annex vest, motorjas met aluthermo binnenjas en das aan bij de eerste wandeling van de dag.
De das gaat al meteen af. Uurtje later: motorjas maakt plaats voor warm vest. Een paar uur later: dik overhemd annex vest
gaat uit, een open hangend vest is voldoende. Halverwege de middag gaat ook dat uit. We gaan na een paar uur werk in
de tuin in de zon bakken. Zonder vest, met opgestroopte mouwen. Het voelt zomers aan!
Het heeft bijna de hele nacht geregend. Slierten bewolking hangen laag tussen de bergen als we door de wijngaard
wandelen. Het is 7 graden, maar de gevoelstemperatuur ligt dik onder 0.

Na de wandeling en het ontbijt rommelen we wat in huis en als de zon steeds meer ruimte krijgt, gaan we de tuin in, voor de laatste
keer blad van moerbeibomen opruimen. De vier bomen hebben in een paar weken tijd naar schatting zes kubieke meter
bladeren laten vallen. Nu vullen we er vier tonnen en twee kruiwagens mee. Deze week gaan we het kwartet snoeien. Ze
moeten in de zomer weer de functie van grote parasols krijgen, die voor schaduwrijke plekjes in de tuin zorgen. Alles
wat naar boven groeit, kan er af.
Kanjer heeft weer een behulpzame dag. Vanmorgen wilde hij al helpen met het dragen van de boodschappen. Toen hij geen
krant of makkelijk te pakken tas kreeg, gapte hij een paraplu uit de auto. En nu wil hij helpen met blad vegen. ,,Maar doe
maar niet, Kanjer, ga maar met Bikkel spelen.'' Ze pakken een bal en proberen wel een uur lang die uit elkaar te trekken.
Na verloop van tijd zijn ze zo moe, dat hun ogen dichtvallen. Maar loslaten ho maar.
De thermometer blijft op 7 graden staan, maar de zon krijgt steeds meer kracht. Het wordt zo warm, dat we na gedane
arbeid gaan zonnen. Heerlijk temperatuurtje op ons zonnige terras. In de schaduw en wind blijft de gevoelstemperatuur
onder het vriespunt, zo lijkt het. Het blijft een wonderlijk fenomeen, die warmte van de zon hier.
Aan het eind van de middag, na een wandeling onder een mooie blauwe lucht, gaan we nog even shoppen om het arsenaal
keukengereedschap uit te breiden met een
deegroller en een flinke ovenschaal. Aan sinterklaas doen we niet, maar ik ga uiteraard wel speculaas met veel amandelen
erop maken. En vanavond eten we m'n internationaal vermaarde spinazie-brie-parmezaanse kaas-ui-pieperschotel, want die
kunnen we geen vijf maanden missen. Hij smaakt zo goddellijk, dat
Bruno
hem meteen op z'n menu zou zetten als hij wist hoe lekker hij is.
Donderdag 2 december
Eerst even wat leedvermaak? Nou, vooruit dan maar, heel even. Drie, vier regels op mijn beeldscherm, langer hoeft het van
ons niet te duren.
De thermometer in onze auto loopt vanmorgen al snel terug als we de garage uit rijden. Als we het toegangshek na
een druk op de knop van de afstandsbediening weer sluit, zakt hij naar 3 graden. En ja hoor, daar is die vermaledijde
waarschuwing weer: 'Slipgevaar!'. Stel je niet aan, stom ding!
Maar de zon schijnt wel weer uitbundig. Dus besluiten we na de ochtendwandeling, het bezoek aan de bakker, een relaxt
ontbijt met o.a. baguettes en croissants en het lezen van wat kranten op internet buiten aan het werk te gaan. We gaan
maar eens aan het snoeien. De 's winters bewerkelijkste bomen van het domein een kopje kleiner maken. Inderdaad, die
#$@$@ moerbeibomen.
Gereedschap te over. Een snoeitang, een takkentang, een zaag aan een stok, een trap, een ladder en drie hakselmachines.

Het vest gaat al meteen uit en even later gaat ook het overhemd los en uit de broek. ,,Verdomme, het is warm hier'',
verzucht ik. ,,Even de thermometer erbij halen.''
Af en toe werpen we er even een blik op. Raad eens?
De Marokkanen zijn er ook weer. Ze zijn vlak naast ons bezig olijven te plukken. Althans, ze rammen met een stok tegen
de takken, waardoor de vruchten op een zeil vallen. De man doet dit keer ook mee, net als een andere vent. Ze kwekken
weer onophoudelijk. Vooral de tuinman houdt geen twee tellen zijn waffel. De andere man lijkt wel een imam; hij zingt
een aantal Arabische klaagliederen. Af en toe wanen we ons pal naast een moskee. Alleen als Kanjer gromt omdat Bikkel
zijn stok niet wil loslaten, houden ze zich gedeisd. Volgens mij zijn ze als de dood voor onze jongens, die dapper
meehakselen.
Gelukkig maakt de elektrische hakselmachine zo veel lawaai, dat we de Marokkaanse meute niet horen als hij draait.
En er komt zo veel hout van de twee bomen, dat het ding na een aanloopje uren achtereen in werking is.
Het eindproduct strooien we onder toeziend oog van Kanjer en Bikkel uit in een border waar nog steeds planten in
bloei staan. We lopen elke keer langs een heg met lavendel. Wist je dat je die het hele jaar door ruikt? Zalig!
Oh ja, je wilt natuurlijk weten waar de thermometer op stond.
Op 27,3 graden.
Vrijdag 3 december
Even een paar tips voor als je een hekel aan iemand hebt en die persoon met een hoop ellende wilt opzadelen. Vroeger zei
ik altijd: als hij kinderen heeft, geef dan een elektrische gitaar of drumstel voor zijn kinderen. Sinds we hier zitten
heb ik daar een nog veel beter idee voor: geef hem een moerbeiboom.

Zelfs de tuinman van de buren heeft met ons te doen. ,,Zo'n boom geeft nu veel werk hè. Heel veel werk. Er is geen boom
waar je nu zo veel werk aan hebt als een mûrier.''
Maar aan het eind van de middag, na een lange dag zagen, knippen, klimmen en hakselen, is het moment waar we zo lang
naar uitgekeken hebben, eindelijk daar: de laatste tak van de laatste boom gaat er af. Vanaf nu geen woord meer over die
dingen. Hooguit in onze nachtmerries, maar niet meer in dit dagboek.
Begin er nooit aan, neem een pergola en laat daar
druiven tegenaan en overheen groeien. Heb je alleen maar plezier van. Maar neem nooit een....
De laatste haksels strooien we trouwens uit in een korte sneeuwstorm. Harde, koude wind, vijf minuten sneeuwvlokken.
Daarna breekt de zon weer even door, om een paar minuten later voorgoed - voor wat betreft deze dag - onder te gaan.
Vannacht vorst.

De dag is wel grappig begonnen. We wandelen weer bij Chateau La Martinette. Bikkel stormt ineens struikgewas in en
is een fractie te laat om een fazant te pakken. Het beest is net iets te vroeg opgestegen. Een paar honderd meter verder
zien we tussen de wijnranken een man in
een groen pak. Een jager, vermoeden we. We zien geen geweer, maar dat ligt ongetwijfeld op een van de rotsen vlakbij hem.
Hij heeft iets in zijn handen dat zijn aandacht vraagt. Hij zou een goeie hebben aan Bikkel, die hier al heel wat fazanten
heeft weggejaagd.
Honderd meter verder is ons keerpunt. Zoals gebruikelijk loopt Kanjer de laatste twintig meter snel voor
ons uit tot het bord waar we altijd omkeren. Daar draait hij zich om en draaft hij weer snel onze richting op.
Als hij weer bij ons is, blaft hij altijd een paar keer, alsof hij wil zeggen dat we niet verder hoeven, maar terug kunnen.
Maar dat willen we dit keer voorkomen in verband met de jager. Bikkel heeft hem al een fazant door de neus geboord, als
Kanjer nou ook nog gaat blaffen, kan hij wel naar huis gaan. Gelukkig luistert Kanjer perfect; hij zwijgt.
De jager heeft daar geen weet van, maar als onze blikken elkaar kruisen, steekt hij ter begroeting zijn hand op.
Als we weer bij de struiken lopen waar Bikkel de fazant rook, horen we in de verte een helikopter. Binnen tien seconden
scheert het ding laag over onze hoofden. Hij maakt tien meter boven de grond en de jager een rondje en landt vervolgens
bij het chateau. Een minuut later vliegt hij met een hels kabaal weer weg. Als er al wild in deze buurt zat, is dat nu
mijlenver gevlucht.
We gaan naar huis en denken dat de jager hetzelfde doet.
Zaterdag 4 december
,,Hé, mist! Dat hebben we hier nog niet gehad'', zeggen we als we de luiken open gooien. Maar als we naar buiten gaan,
blijkt het geen mist, maar rook te zijn. De tuinman van de buren is een fikkie aan het stoken. Hé, da's toevallig, twee
zielen, één gedachte, want ik ben dat ook van plan. Je mag hier in deze tijd van het jaar gewoon tuinafval verbranden en
later op de dag is Domaine La Grande Forêt dan ook één van de vele plekken waar dikke rookwolken de buurt in de
dichte 'mist' zetten. We gaan vandaag ook de eerste olijven oogsten.

De tuinman heeft een enorme berg in de fik gestoken. Meer rook dan vuur. Regelmatig zeult hij een kruiwagen vol
nieuw brandbaar materiaal naar de stapel. Het vuur ligt er het grootste deel van de tijd onbeheerd bij.
We gaan eerst even boodschappen doen en rijden ook door de Hoofdstraat van Lorgues. Het is maar 4 graden,
maar de terrassen zitten gezellig vol. De zon stuwt de gevoelstemperatuur flink op.
Ik ben voorzichtiger dan de tuinman en vind een fikkie stoken wel leuk, maar houd wel graag controle en wil risico's
zo veel mogelijk uitbannen. Mijn vuurplaats ligt vlakbij de schuur waarin ook brandstof ligt. Voordat de fik in de stapel
gaat, rol ik een tuinslang uit, zet ik een emmer en gieter met water vlakbij en leg ik takken met natte bladeren binnen
handbereik waarmee ik ongewenste vlammen kan doven. Ook houd ik een riek bij de hand.
Het vuur mag niet te groot worden
en de vlammen mogen niet te hoog oplaaien, want er staan bomen en struiken vlakbij. De wind is onvoorspelbaar; het ene
moment is het windstil, het andere moment lijkt de wind binnen een minuut 360 graden te draaien. Ik sta dus regelmatig
met mijn snufferd in de dikke rook. Als ik naar de andere kant van de stapel loop, word ik achtervolgd door de rook.
Een paar uur lang ben ik met beleid aan het stoken. Zodra het vuur te hoog oplaait, gooi ik er wat natte bladeren op,
waardoor enorme rookwolken ontstaan. Drie ferme stapels takken met bladeren, naalden en dennenappels jas ik er doorheen.
Volgende week doe ik het nog eens dunnetjes over met een enorme berg takken met groene laurierachtige bladeren.
Inmiddels plukt Trudy de eerste olijven van de bomen. Gewoon, met de hand. In een paar uur tijd plukt ze, met af en toe
assistentie van de gelegenheidspyromaan, voldoende om er twee mandarijnenkistjes en de bodem van een kleine emmer mee te vullen.
Leuk. ontspannen werk!
Denk niet dat we straks als (olijf)oliebaronnen door het leven gaan. Tijdens een vluchtige blik op internet zagen we
dat je ongeveer 15 kilogram grote olijven moet hebben om na persing één liter olijfolie over te houden. Hopelijk kunnen we
morgen verder gaan met oogsten en de opbrengst begin volgende week naar een molen brengen.
De jongens vermaken zich weer prima. Doen ze altijd als we in de tuin bezig zijn. Ze krijgen elk twee vleesbotten.
Wij denken dat als de hel stinkt, die ongeveer net zo moet ruiken als die botten. Maar zij vinden ze heerlijk. We hebben
ze gekocht om ze er een tijdje zoet mee te laten zijn, maar Kanjer doet er 20 seconden per bot over en Bikkel een minuut.
De plastic zak waar ze in zaten, hangen we op aan een boom, zodat ze er niet mee op de loop gaan.
Aan het eind van de middag laat ik het vuur vanzelf uitgaan. Als we met de jongens gaan wandelen, gooi ik rondom
de smeulende hoop water, zodat het vuur niet stiekem over de grond verder kan. Mijn collega-brandstichter doet dat anders.
Er ligt nog een enorme berg te roken op het moment waarop hij naar huis rijdt. Elders in de buurt zien we nog drie
immense rookkolommen. Slecht voor het milieu? ,,Mais non'', zou de Fransman zeggen, ,,ce n'est pas un problème''.
Dat zeggen ze namelijk altijd als je ergens een probleem denkt te zien.
Heerlijk volk, die Fransen.
Zondag 5 december
We wandelen zoals zo vaak 's morgens door het domein van Chateau La Martinette en genieten van de stilte. Je hoort er
meestal helemaal niets. Nu in eerste instantie ook, maar die zalige rust wordt verstoord door het gegil en gekrijs van
kleine kinderen. Dat zullen toch geen.... We gluren door de struiken en zien vier volwassenen en vier kleine kinderen bij een
berg hout waar ze net de brand in hebben gestoken. En horen ze nu ook praten. Jawel hoor, kon niet missen: Nederlanders.
Ik denk terug aan mijn reis naar Brazilië van een paar maanden geleden. Ik heb toen op vier vliegvelden wat rondgehangen
en in vier vliegtuigen gezeten. En hoorde overal slechts geroezemoes. Alle mensen - Brazilianen, Portugezen en één groep
Duitsers - spraken met gedempte stem. Behalve één groep op de terugweg, in Lissabon en in het toestel dat van Lissabon naar
Amsterdam vloog. Gekrijs, gegil, geschreeuw, luid gepraat. Kortom, Nederlanders.
Ik vraag me af waarom Nederlanders zo luidruchtig zijn en Nederlandse kinderen altijd moeten krijsen en gillen.
Kinderen van andere nationaliteiten hoor je zelden. Dat moet dus een kwestie van opvoeding zijn. Zou Nederland het enige
land zijn waar cursussen moeten worden gegeven waarin ouders kunnen leren hoe ze kinderen moeten opvoeden? En wie voedt
dan die
ouders op?

Vanaf het middaguur regent het en zit de lucht potdicht.
(Het weerkaartje komt hier
vandaan.) Het hemelwater heeft het vanmorgen nog steeds smeulende vuur
van de tuinman van de buren ook gedoofd. De stapel tuinafval is de hele nacht blijven roken, net als wat andere
brandhaarden in onze buurt.
We surfen vanmiddag wat op internet en tikken nog eens in Google 'beheerdersechtpaar Frankrijk'. Zo stuitten we
twee maanden geleden ook op de vacature waaraan we ons verblijf hier te danken hebben. Ook dit keer komen we een
aantal aantrekkelijke vacatures tegen. We kunnen hierna zo naar een andere streek van Frankrijk. Sterker nog, we kunnen
kiezen en met een beetje mazzel zouden we tot het voorjaar van 2012 in diverse streken en types accommodaties kunnen
blijven. Wat klusjes doen en genieten van mooie streken en accommodaties en het goede leven in Frankrijk. Nooit geweten
dat dat zo makkelijk is.
Morgen vermoedelijk ook regen, daarna weer een graad of 30 in de zon.