Maandag 21 maart

Jawel, vandaag is de Grote Dag, vandaag gaat Het gebeuren: we gaan wijn slurpen in Château La Martinette in Lorgues. We hebben er afgelopen viereneenhalve maand dagelijks door de wijngaarden gewandeld, we hebben er in november wat vergeten druiven geplukt en gegeten en nu gaan we eindelijk proeven wat daar geproduceerd wordt. Met z'n vieren even een paar keer de bodem van een glas laten vullen en ritueel proeven. En als het even meezit de cave, de wijnopslag, bekijken. Een prachtig begin van de lente.

Het domein is 288 hectare groot en op 33 hectare worden negen druivenrassen verbouwd. (Voor de liefhebbers: rolle, viognier, cabernet sauvignon, merlot, grenache, cinsault, mourvèdre, syrah en carignan.) Toen we er begin november de eerste keer wandelden, zat er nog herfstblad en een enkele smakelijke tros aan de struiken. In die periode hadden we ons al voorgenomen eens in de cave te kijken en een paar flessen als souvenir mee te nemen en nu is het zo ver.
Samen met de eigenaren van 'château La Grande Forêt' Ed en Marianne gaan we aan het eind van de middag, na een dagje in de zon tuinieren, naar Martinette. Eerst even een wijngaard verrijken met hondenpies en -poep (er is per slot van rekening een afbeelding van twee honden in het wapen van het château verwerkt), daarna naar het château, dat sinds 2007 trouwens eigendom is van landgenoten (Dolf en Liesbeth Huijgers).

Maar de dame die ons in het châteauwinkeltje ontvangt, is een echte Francaise. Het winkeltje zit achter het château en is in Romeinse stijl gebouwd. Het ziet er uitnodigend uit.





De keuze aan drank is niet zo groot als in Château de Berne, waar we op donderdag 24 februari met familie zijn wezen slurpen en elk een doosje met zes flessen rode wijn hebben gekocht. Maar dat geeft niet, er hoeft maar één smakelijke bij te zitten die we als souvenir kunnen meenemen en de proeverij is al geslaagd.





'Kunnen we ook proeven?', vragen we. 'Ja natuurlijk, een dégustation behoort zeker tot de mogelijkheden. Zegt u maar welke wijn u wilt proeven.'

Dat is niet tegen dovemansoren gezegd. Mij zal het worst zijn - ik drink nooit wijn, vind het niet lekker - maar de anderen hebben natuurlijk wel een voorkeur. Ed en Marianne zijn roséliefhebbers, Trudy gaat voor rode wijn. Da's boffen! Dat wordt zuipen! En daar kom ìk voor. Wel jammer dat we niet met een man of tien met tien verschillende voorkeuren zijn.

Ed en Marianne zijn bescheiden en kiezen helaas maar één - gelukkig de duurste - rosé uit, maar 'wij' laten er twee flessen bij zetten, een merlot en een Côte de Provence AOC. Onze gastvrouw adviseert met de rosé te beginnen, daarna de Appellation d’Origine Contrôlée te slurpen en tenslotte de merlot naar binnen te gieten. Dan drink je van 'licht' naar 'zwaar'. 't Zal wel. Wie zijn wij om deze deskundige dame tegen te spreken? Dus: très bon, kom maar op met die flessen.

De dame loopt naar een ruimte achter de toonbank, komt met drie flessen terug, pakt vier nieuwe glazen uit een doos en giet er een flinke scheut rosé in. Het is een Cuvée Colombier AOC uit 2009. Gelukkig hebben Ed en Marianne dit dagboek ook gelezen en de rituelen zoals ik die op 24 februari heb omschreven - ik heb ze ook maar uit de boeken van Ilja Gort - goed in de oren geknoopt. Dus de drank in vier glazen worden keurig gewalst, daarna uitgebreid besnuffeld, vervolgens met zuurstof naar binnen geslurpt, langs alle smaakpapillen gespoeld en tenslotte doorgeslikt.



Mijn reukorgaan en smaakpapillen zijn na viereneenhalve maand Frankrijk in topvorm. Ik ruik een mengeling van witte bloemetjes en perzik en proef een interessante uitgebalanceerde structuur en een frisse fruitsmaak. Lekker! Hier lust zelfs ik wel een fles van. Bijvoorbeeld bij gegrilde vis, koude kip, koud wit vlees en mediterrane gerechten, maar ook lekker als aperitief. Ach, die smaakt altijd en overal. Echt een toprosé. Verkocht!

Natuurlijk blijft de spieton, de metalen spuugbak die op onze tafel staat, leeg. Je zou wel gek zijn om het bodempje daar in te gieten. Naar binnen met dat lekkere spul.

En op naar de volgende, schenk maar in dame. De Chateau la Martinette AOC uit 2006, die in augustus 2009 is gebotteld en nog tot 2013 gedronken kan worden, gaat in de glazen. Het is een heldere, robijnrode Côte de Provence van drie druivensoorten: 40% syrah, 40% grenache en 20% carignan. Dat is de theorie. Nu de praktijk. Wat vertellen mijn smaakpapillen? Dat-ie aangenaam rond is, met een fijne tannine van de schillen, pitjes en steeltjes van de druiven. Hoewel ik een mengelmoesje van veel rood en zwart fruit proef, is het een lichte wijn die bij alle gerechten goed zal smaken. Om het maar eens simpel te stellen: het is zo'n wijn waarvan je de fles aan je mond zet en die in een paar teugen voor de helft leegklokt. Je proeft nauwelijks alcohol, je drinkt hem net zo makkelijk weg als water, hij is alleen veel lekkerder. En als je de fles leeg hebt, vraag je je af hoe het komt dat je zo vrolijk bent en het gevoel hebt nog lekkerder dan anders in je vel te zitten. Kortom, die willen we ook!



Het gaat lekker, ik mis alleen een stukje stokbrood om de smaakpapillen even tot rust te brengen en te neutraliseren. Maar niet getreurd, de wijn die we nu gaan drinken, is zo sterk van smaak, dat al bij de eerste de beste slok de smaken van de vorige twee zullen verdwijnen. Het is immers tijd voor de Merlot uit 2007, een Vin De Pays Du Var, vorig jaar gebotteld, afgesloten met een glazen stolp en dit jaar op z'n lekkerst. Een topper onder de merlots, schijnt het. Gooi maar weer een flinke teug in de glazen deerntje! We zijn er helemaal klaar voor. Jawel, er gaat weer een lekkere slobber in.



Even kijken. Aaah, een donker-inktrode kleur met een zweempje zilver, meen ik te zien. Even ruiken. Hmm, rijpe kersen! Raar, wijn wordt toch van druiven gemaakt en deze mono-cépage van louter merlotdruiven? Nou ja, 't zal wel aan de eerste twee glaasjes liggen dat ik kersen ruik. Dan maar eens proeven. Idioot is dat! Ik proef donkere zomervruchten, bosbessen, bramen. Mwah, mij te pittig. Maar Trudy vindt hem lekker.

Tja, en nu? Die rosé ga ik ook drinken. Lekker als-ie koud is en we op ons zonovergoten terras zitten te bakken. Wie weet word ik nog een echte wijndrinker, in plaats van een theoretische vinoloog. En die andere twee? Ach, ze verkopen hier mooie kistjes waarin drie flessen passen. Leuk souvenir. Dus we kopen een kistje en van alle drie soorten een fles.



Bij het afrekenen hebben we nog één wens. Waar is de cave, waar ligt de wijn opgeslagen? De dame loopt naar een grote foto aan de muur en wijst naar een deel van het gebouw. ,,Daaronder.'' Nee, toch niet, zegt ze en ze wijst naar een ander deel: ,,Daaronder.'' Ze heeft kennelijk stiekem meegedronken, want ze denkt nog eens na, kijkt nog eens naar de foto en sleept dan met haar vinger van het linker deel van het château naar het rechter deel. ,,Onder het hele château.''
Aah, mooi, kunnen we daar kijken?
Helaas, nu niet, er is niemand meer die ons dat kan laten zien, ze moet daar iemand voor bellen en weet niet of die nog wel kan komen. Andere keer misschien. Hè, jammer.

Maar niet getreurd, we hebben Ed bij ons. Hij liet de keuze en het afrekenen over aan Marianne en is vast naar buiten gelopen om een shaggie te roken. Als we naar buiten gaan, zien we hem in eerste instantie niet. Dan horen we hem. ,,Ik ben beneden. Kom maar!'' Hij staat vlakbij de ingang van de cave en die is geopend. En hij heeft stiekem al een kijkje genomen. Wij struinen dus ook snel naar binnen, langs twee houten mega-vaten en een magazijn met ontelbaar veel dozen met flessen wijn een andere ruimte in. En jawel hoor, daar staan ze. Een hele rij gigantische roestvrijstalen vaten van wel vier meter hoog. Duizenden liters kostelijk vocht, een vermogen waard. Mooi om te zien. Niet zo mooi als een cave met houten vaatjes, maar wel erg indrukwekkend. Achter deze ruimte zien we in de verte een ander deel van de cave, waarin eikenhouten vaten staan. Maar zo diep dringen we dit heiligdom van het gastvrije château - je mag overal op de 288 hectare wandelen, ook met loslopende honden - maar niet binnen. Het is mooi geweest.



Op weg naar 'ons eigen château' valt ons ineens op dat ze de zakken kunstmest hebben weggehaald. Die stonden achter een stapeltje wijnvaten waar ik op één van onze eerste dagen hier een foto van heb gemaakt. Twee dagen nadat ik die foto's had geschoten, werden er een stuk of twintig mega-zakken met kunstmest neergezet. De lege zakken en vier niet gebruikte zakken hebben ze daar gelaten. En vandaag zijn ze dus eindelijk weggehaald. Symbolisch voor ons verblijf hier?
Bijna ongemerkt krijg ik langzaam maar zeker wat hoofdpijn. Dat schijnt vrij normaal te zijn voor iemand die nooit wijn drinkt en nu drie soorten heeft gedronken. Gelukkig ben ik die na een bourgondische maaltijd meteen weer kwijt.



Oh ja, je denkt toch niet dat ik al die smaken in de wijn heb geproefd zoals ik dat heb omschreven hè? Dat heb ik van de site van het château. Ik ben het eens met Ilja Gort: er zijn maar twee soorten wijn: lekkere wijn en wijn die niet te zuipen is. En dit waren twee lekkere wijnen en één wijn die ik niet te zuipen vind. maar wat niet is, kan nog komen.




Dinsdag 22 maart

Als we niet oppassen, komen we met drie honden thuis. Myra, de witte labrador van Ed en Marianne, vindt het zo gezellig met Kanjer en Bikkel, dat ze in onze auto springt zodra de deur open gaat. Ze is een kop kleiner dan onze jongens, maar een echte dame die niet met zich laat sollen. Als een van de jongens te opdringerig wordt, snauwt ze hem van haar af en daar hebben ze alle respect voor. Zondagavond, een paar uur na aankomst, was ze met geen stok mee te krijgen toen we met de jongens hier gingen wandelen, maar nu doet ze niets liever dan meegaan.

Ze laten elkaar volledig in hun waarde, maar vormen wel één roedeltje en zoeken elkaar toch ook regelmatig op. Vanmiddag ging ze tussen beide heren in liggen en rolde ze op haar rug naar haar leeftijdsgenoot en roedelleider Kanjer toe, terwijl Bikkel zijn kans greep en haar edele delen uitvoerig besnuffelde. 'Klik', zei de camera.



Heerlijk om te zien hoe die drie zich, ook met elkaar, vermaken.

Wij vermaken ons ook, met van alles en nog wat. Vanmorgen zijn Ed en ik eerst even samen op pad geweest. We wilden onder meer een motorgrasmaaier en een motorgrastrimmer ter reparatie en voor een onderhoudsbeurtje wegbrengen. Daar is een speciaalzaak in Lorgues voor, die vol staat met de meest uiteenlopende types maaiers. Als we met onze spullen naar binnen wandelen, staat een kleine besnorde man druk te praten in een mobieltje. Hij begroet ons met een uitgestoken hand. Als hij het gesprek heeft beëindigd en Ed zijn wensen ventileert, maakt hij meteen bezwaren. Die grastrimmer kan hij wel een beurt geven, maar die grasmaaier is er een van de supermarkt. Beneden zijn stand, daar begint hij niet aan, daar heeft hij de onderdelen niet voor. Maar de maaier is er een van een gerenommeerd merk en heeft kwaliteitsemblemen, doch de snor wil daar niks van weten. Hij blijft er in rap tempo en een flinke woordenstroom denigrerend over praten. Als hij niet uit een supermarkt komt, dan toch wel van een goedkope andere zaak. Maar het euvel is dat een wiel los zit en dat kan vermoedelijk met wat eenvoudig laswerk gerepareerd worden. Hij is echter niet te vermurwen. Hij heeft zijn standpunt al lang bepaald en wijkt daar voor geen goud van af. Typisch Frans. Fransen moeten je als buitenlander iets gunnen en als ze dat niet doen, kun je het vergeten. Daarom laden we de maaier maar weer in. De trimmer is morgen klaar. Ben benieuwd of we morgen tevreden zijn.

Aan het eind van de morgen gaan we nog even naar de markt, onder meer een gegrillde Poulet Fermier Label Rouge halen. Er liggen geen bruin gegrillde dames meer, maar we kunnen er wel een bestellen die ligt te zonnen en we over een kwartiertje, nog net voor het sluiten van de markt, kunnen halen. Dat doen we dus.
Wandelend tussen de kramen horen we twee Nederlandse vrouwen praten. Dat ontgaat Ed niet; hij zegt ze gedag in de trant van 'Dag Nederlandse dames'. Ze horen het, kijken om, zien ons, draaien hun kop hoogachtig om en lopen door. Typisch Nederlanders. Fransen zullen je altijd goeiedag zeggen, vooral als je hen gedag zegt. Fransen zijn beleefd, hebben wat dat betreft manieren geleerd.

Dat merken we weer als we op een terrasje neerstrijken. Als we even zitten, wandelt een ouder echtpaar naar het tafeltje naast ons. Hij is opvallend: witte broek, wit overhemd met wit motiefje, witte pet, witte snor en steunend op een kruk. Prachtig Fransmannetje, mooi Frans opaatje. Als hij wil gaan zitten, zeggen we hem gedag. Hij draait zich om en groet ons omstandig voordat hij zijn billen op het stoeltje plaatst. Zijn vrouw gaat tegenover hem zitten en op het stoeltje tussen hen in zetten ze een klein wit hondje. Het opaatje pakt een mesje en een appel, schilt het fruit en snijdt er piepkleine partjes af die hij aan het hondje voert. Als hij merkt dat wij dat zien, snijdt hij grotere partjes af en voert die ook. ,,Hij vindt dit heerlijk'', zegt hij tegen ons. ,,Hij eet heel veel fruit, lust al het fruit'' en vervolgens somt hij een hele batterij fruitsoorten op waar zijn kleine vriendje z'n pootjes bij aflikt. Als we vertrekken en het echtpaar gedag zeggen, zegt hij omstandig en als een echte gentleman 'tot ziens' en wenst hij ons een prettige voortzetting van deze mooie dag. Typisch Frans. Op en top beleefd.

Vanmiddag doen we weer wat klusjes in de tuin. Alles groeit als kool na een aantal dagen regen en nu al weer een flink aantal dagen zonnig en warm weer. Vooral het onkruid is weer geëxplodeerd. Ik heb begin dit jaar een heg gesnoeid, maar Ed en Marianne willen die nog veel lager, dus samen gaan we deze oleander te lijf.



Vanavond staat de Poulet Fermier Label Rouge op het programma. Maar kennelijk heeft de grillmeester de kip te laat in de grill gedaan of haar er te vroeg uit gehaald, want tussen de samengebonden benen is ze net niet helemaal gaar. Een schande, zo'n behandeling van zo'n adelijke dame. Maar Kanjer en Bikkel vinden het niet erg: voor het eerst in hun leven krijgen ze de restanten van een Poulet Fermier Label Rouge. En zij smullen er misschien nog wel meer van dan wij.


Woensdag 23 maart

Bikkel treft vanmorgen tijdens een wandeling een nieuw trainingsmaatje voor zijn sprintoefeningen. We lopen op een heuvel van Château La Martinette vol olijfbomen, cipressen en restanques - je weet wel, muurtjes die zijn opgeworpen van rotsblokken en keien die uit het terrein zijn gehaald - en ineens hoor ik hem aan de rand van het terrein enthousiast blaffen. Als ik die richting op kijk, zie ik een ree sprinten, met Bikkel er op volle snelheid een halve meter achter.



Binnen twee seconden heeft hij het wild ingehaald en loopt hij er iets voor, met zijn kop naar zijn trainingsmaatje gericht en haar blaffend aansporend nòg harder te lopen. Maar de ree kan echt niet harder en wijkt van haar lijn af. Bikkel loopt in een wijde boog met haar mee en zit er meteen weer naast. Ze springen zij aan zij over een lage restanque en vervolgen hun sprintduel. Maar op dat moment ben ik bekomen van de verbazing dat Bikkel geen aanstalten maakt om zijn tanden in die reebout te zetten en fluit en roep ik onze kleine atleet. Gelukkig reageert hij meteen: hij buigt in volle sprint af, mijn kant op. Als hij bij me is, krijgt hij van zowel roedelleider Kanjer als mij als opper-roedelleider een compliment. Zou hij eindelijk door krijgen dat wild niet is om te pakken, maar om te spelen? Zoals twee eerdere honden van ons, die dagelijks hardloopwedstrijdjes hielden met de bewoners van het hertenkamp vlakbij het huis waar we destijds woonden. Ze werden er gewoon toe uitgedaagd en beide partijen vonden het heerlijk om samen op te rennen.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.



Vandaag kan de motorgrastrimmer die we gisteren bij 'de snor' hebben gebracht, opgehaald worden. De vrouwen kwijten zich van deze taak. Ze vragen of de machine klaar is en de man weet al snel bij wie de vrouwen horen en welke machine ze moeten hebben; dat ding is gebracht door twee Nederlanders, twee mannen met een baard. Jawel hoor, de machine is klaar, de vrouwen kunnen hem meenemen. De reparateur heeft onder meer iets met de bougie gedaan, hij moet weer goed zijn. Dat kost slechts 20 euro.
20 euro? Daar kun je nog eens een stuk gereedschap voor onderhoud en reparatie voor wegbrengen!
Als ze het apparaat hier op het gras leggen, controleer ik meteen of de snor zoals gevraagd drie bouten heeft gedraaid in de gaten waaruit die ontbraken. Jawel, dat is veelbelovend.
Maar als we hem met een ruk aan de startkabel aan de praat proberen te krijgen, loopt de machine niet alleen niet, maar werkt ook het oprolmachanisme van de kabel niet. De kabel hangt er uit en wil niet terug. We kunnen dus geen nieuwe poging wagen.
Dus terug met dat ding. De vrouwen brengen hem meteen weer naar de snor. Ze laten het euvel zien, maar daar is hij helemaal niet verbaasd over. Hij had niet anders verwacht. Zoals hij gisteren al zei: het is een machine uit een supermarkt en dat kan eenvoudigweg niet iets zijn. Niet te vergelijken met de topkwaliteit die hij zelf verkoopt.
Nors loopt hij naar het achterste deel van het bedrijf. Hij komt terug met 20 euro in zijn hand en overhandigt dat aan de vrouwen. Met andere woorden; niet zeuren, wegwezen, had je maar zo'n apparaat bij mij moeten kopen.
Wonderlijk: hij had er in ieder geval drie nieuwe bouten in gedraaid. Maar verder? Misschien wel niets mee gedaan. Of met de Franse slag. Maar dat is ongeveer hetzelfde.


In de wijngaarden van Château La Martinette zijn ze nu bezig de van de druivenstruiken gesnoeide takken te verzamelen. Je schijnt ze perfect voor een barbecue te kunnen gebruiken, ze geven het vlees een aparte smaak. Of ze dat daar doen, weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat daar een golfliefhebber zit. Lekker hoor, zo'n privé-oefengolfterrein. Je moet alleen wel iemand hebben om de ballen te verzamelen.





Donderdag 24 maart

Ook met Ed, Marianne en Myra erbij vliegen de dagen voorbij. We hebben een vast ritme: vanaf een uur of half tien aan het werk tot het eind van de middag, als we met de drie honden gaan wandelen. Maar denk niet dat we al die tijd werken. We houden halverwege de ochtend een koffiepauze, tussen de middag eerst een lunch- en dan een dutje/zon-pauze en 's middags nog een koffiepauze. We schieten wel lekker op.

De lat ligt hoog, want La Grande Forêt heeft een hoge standaard, het moet allemaal perfect zijn voor de gasten. De meeste tijd brengen we in de tuin door. Daar is nu een hoop werk. We snoeien, halen kruiwagens vol onkruid weg, planten nieuw materiaal en... maken het gras aan de kanten en rond de bomen een koppie kleiner. Mèt de grastrimmer. Beetje olie bij het wieltje waar de startkabel zich omheen moet winden, wat frunniken met de brandstoftoevoer en hij functioneerde weer. Had die Franse reparateur ook kunnen doen en daarmee die 20 euro in z'n zak kunnen houden. Maar ja, hij vond het supermarktkwaliteit, wil eigenlijk alleen materiaal repareren en onderhouden dat hij zelf verkoopt.



Over een maandje is het hier zo warm, dat de tuin nauwelijks onderhoud meer vraagt en je van onkruid geen last meer hebt. Er zit een volautomatische bevloeiinginstallatie voor het gras en de planten, dus daar heeft ook niemand omkijken naar.

We hebben er dag in dag uit geweldig weer bij. Dik boven de 20 graden in de schaduw; bloedheet om in de volle zon te werken, maar lekker om 's middags een tukkie in te doen en wat te zonnen. Zo lang zo mooi weer hebben we hier nog niet gehad.

De honden vermaken zich ook prima. Kanjer wil steeds met van alles helpen en laten merken dat hij er ook nog is, vraagt nogal veel aandacht en volgt al onze werkzaamheden op de voet. Bikkel en Myra spelen regelmatig met elkaar en ook als Kanjer mee doet, is dat schitterend om te zien en valt er geen onvertogen woord. Vanmiddag probeerden ze met z'n drieën tegelijk uit een bak te drinken. Prachtig gezicht.

We merken nu trouwens pas dat hier een hele Nederlandse kolonie zit. Marianne heeft vaak met Myra vanuit huis gewandeld en weet ze allemaal te wonen. Wij dachten al die tijd dat er maar twee en één Belgische in de buurt woonde, maar het blijkt een heel stel te zijn. (Ze rijden allemaal in een auto met Frans kenteken, dat scheelt veel belasting.) Wat dat betreft hebben we nauwelijks sociale contacten in de buurt. Hebben we ook geen behoefte aan. Ons Frans is dan ook nauwelijks verbeterd. Veel verder dan korte praatjes met de dames in de bakkerijen en supermarkten en spontane babbeltjes met mensen die enorm onder de indruk waren van de malinois Kanjer en Bikkel, zijn we niet gekomen. Wat dat betreft zijn we net als vrijwel al onze landgenoten hier. Die mengen zich ook niet onder de Franse bevolking, maar klitten allemaal bij elkaar. Hoe zouden die Fransen dat eigenlijk vinden? Zouden die het liefst inburgeringscursussen voor Nederlanders willen invoeren?




Vrijdag 25 maart

Aan alles komt een eind. Zelfs aan ons verblijf in de luxe vakantievilla La Grande Forêt in de leuke plaats Lorgues in de schitterende Provence/Cote d'Azur. En dus ook aan dit dagboek. Dit is het voorlopig laatste verhaal op deze plek. Op zondag 3 april kijk ik nog één keer terug en geef ik ook mijn eerste indrukken van onze terugkeer in ons eigen huis en mooie dorp. We vertrekken zondag, maar weten nog niet zeker of we in één keer naar huis rijden of nog ergens een paar dagen blijven hangen. We zien wel.

Het bijhouden van dit dagboek was veel werk, maar wel leuk om te doen. We hebben hier bijna vijf maanden gezeten en ik wilde niet alleen elke dag wat melden, maar tegelijkertijd proberen niet in herhaling te vallen. Op dagen waarop we iets nieuws ondernamen was dat geen probleem, maar als we een aantal dagen achtereen thuis bleven, zoals deze week, viel dat niet altijd mee. Maar daarin schuilt ook een uitdaging. Foto's plaatsen was geen probleem; ik heb slechts een fractie gebruikt van wat ik heb geschoten. Het was altijd een kwestie van kiezen en nooit van zoeken.

Iedereen die gereageerd en er van genoten heeft: dank je wel. Het is leuk om te weten dat veel mensen het dagboek (dagelijks, een paar keer per week, af en toe) hebben gelezen en er kennelijk veel plezier aan hebben beleefd.

Ik geef het t.z.t., mede op verzoek van de eigenaren Ed en Marianne, een andere vaste plek op internet. En ik blijf natuurlijk schrijven en fotograferen en dat plaatsen op onder meer internet. Meer daarover op 3 april.

Het is een mooie laatste week met Ed en Marianne. We hebben veel werk verzet, maar ook veel plezier gehad, veel pauzes gehouden, volop van de zon en het warme weer genoten en ook veel opgestoken van wat er komt kijken bij het beheren en exploiteren van zo'n vakantievilla als La Grande Forêt. Onze opvolgers Harry en Ada (ze doen in woord en beeld verslag van hun ervaringen op http://blog.seniorennet.be/harada/) komen in ieder geval in een gespreid bedje. Ed en Marianne gaan nog een paar weken door met allerhande karweitjes; succes daarmee kameraden!

De vrouwen hebben vandaag wel tien verschillende klusjes gedaan, Ed en ik hebben ons vooral gestort om het kortwieken van een uit z'n krachten gegroeide laurier. We voelden ons weer in onze jonge jaren, want moesten er van binnenuit in klimmen om het ding een kopje kleiner te maken. Dat leverde een aantal leuke foto's op, plus een enorme brandstapel die morgen gecontroleerd in de fik gaat.

De laurier met twee snoeiers er in

Ed als boomklever

Marianne houdt wat takken opzij zodat de fotografe de jonge honden kan vereeuwigen

Zoekplaatje: zoek de schrijver van dit dagboek.


Vanmiddag lopen we een stuk met de drie honden. Myra is er als de kippen bij als we zeggen dat we gaan wandelen en vragen of ze mee gaat. De 9-jarige dame springt als een jonge hond als eerste in de auto. Ze zal Kanjer en Bikkel missen!



Het was ons een waar genoegen!
Au revoir!