
Maandag 24 januari
Het leven kan soms verdomd ingewikkeld zijn. Vooral voor honden. En helemaal voor onze honden. Soms
vragen we ze iets te doen en als ze dat later op de dag dan werkelijk doen, verbieden we ze dat. Neem nou katten. We willen
dat ze die wegjagen en liefst nog een stevig pak rammel geven als ze in onze tuin lopen. Dan juichen we het toe als ze er
achteraan gaan. Maar komen ze op straat een kat tegen, dan moeten ze die laten lopen.
Onlangs hebben we nog meegemaakt dat Bikkel er bijna geweest was in een jacht op een kat, dus is het uit den boze ze
overal achterna te zitten. Maar in onze tuin zitten regelmatig katten, dus moeten ze hier wel dagelijks op jacht.
Vandaag maken we het de heren weer lastig. Vanmorgen wil ik eens proberen of ik ze truffels kan laten zoeken. We
zagen vorige week een vrouw met een stok in de grond klooien op een terrein dat een ideaal groeigebiedje voor truffels zou
kunnen zijn. Want: een zuidhelling, vermoedelijk een voormalige wijngaard, kalkrijke, droge grond, er groeien eiken en het
ligt rondom die eiken bezaaid met blad. Het is natuurlijk een utopie dat we zo'n goudklompje (ca. 1000 euro een kilo) vinden,
maar het lijkt me wel een leuke bezigheid voor een kwartiertje of zo. Niet geschoten is altijd mis, je weet nooit hoe een koe
een haas vangt. En Bikkel heeft zo'n uitzonderlijk reukvermogen, die zou die dingen moeten kunnen vinden. Hij doet alles
onmiddellijk wat je hem vraagt, op voorwaarde dat hij weet wat er van hem verwacht wordt. Maar daar zit 'm nou net de kneep:
het kost nog wel eens veel moeite hem duidelijk te maken wat wij van hem verlangen. Hij heeft daar niet zo veel geduld
voor, de adrenaline spuit door zijn lijf als hij aan de wandel is. Hij wil actie! Hij is nog te jong, te druistig om
aandachtig en geconcentreerd instructies op te volgen.
Maar toch maar eens proberen. Dus terwijl Kanjer lekker op een stok ligt te knagen, ga ik met die kleine op onderzoek
uit. 'Zoek!', zeg ik bij een eik, terwijl ik naar de grond wijs. Hij drukt zijn neus naar de grond, maar ruikt iets dat
in de boom is geklommen, begint aan de stam te snuffelen en staat na een paar tellen op zijn achterpoten met zijn neus zo
hoog mogelijk richting kruintje van de boom. 'Nee Bikkel, hier zoek', doe ik een poging en ik wijs weer naar de grond
rond de boom. Maar hij is afgeleid, hij denkt waarschijnlijk dat ik gek ben, want er is daar niks te zoeken, je moet
hoger zoeken, vindt hij.
Naar de volgende boom dan maar. 'Bikkel, zoek!' Ik sla met mijn handen door het struikgewas dat rond de boom groeit.
Au, daar zitten doorns, die een sneetje in m'n wijsvinger maken. Bikkel komt nieuwsgierig naar me toe, begint te ruiken
en heeft meteen de doorn voor zijn neus waar de geur van mijn bloed aan zit. Hij ruikt even goed en loopt weg.
Nieuwe poging, volgende boom. 'Bikkel, hier! Zoeken! Hij komt weer naar me toe, drukt zijn neus tegen de grond en gaat
er meteen als een speer vandoor, met de neus bij de grond. Hij stuift het open terrein af en draaft een wildpaadje op, het
bos in. Hij heeft een spoor te pakken.
Prima gedaan natuurlijk, maar het is niet wat ik wil.
 Nou, maar eens met Kanjer proberen dan.
Hij heeft niet zo'n subliem reukvermogen als die kleine, maar snapt het veel sneller als er iets nieuws van hem verlangd wordt,
heeft veel meer geduld en vindt het leuk om samen iets te doen. Dus: 'Kanjer, kom eens zoeken. Hier, zoek!! Hij houdt
zijn neus dichtbij de grond, ruikt en kijkt me vragend aan. 'Goed zoeken. Hier.' Hij gaat met zijn neus weer naar de grond
en volgt al ruikend mijn handbeweging rond de boom. Niets te vinden. Hij loopt met me mee naar de volgende boom. 'Nou hier
zoeken.' Hij heeft het al begrepen en onderzoekt de grond rond de boom zorgvuldig. Halverwege legt hij met zijn poot een
steen opzij. Nee, toch niets, een dwaalspoor. Als de cirkel rond is, kijkt hij me weer aan. Ik zie hem denken: 'Wat zoek
ik eigenlijk?' Tja, hoe zeg ik hem dat? 'Zoek eten.' Toch nog een derde poging. 'Zoek!' Hij gaat weer op onderzoek uit. maar
weer niks. We geven de moed niet op. Hij loopt mee naar een vierde boom. 'Zoek eten!' Mijn trouwe kameraad doet alweer wat
hem gevraagd wordt. En hij krijgt meteen gezelschap van Bikkel, die gezellig meedoet. Al snel is het bingo: ze pakken op
vrijwel hetzelfde moment een stok en gaan daarmee aan het spelen.
Einde truffelzoekerij.
Vanmiddag wandelen we op het terrein van een stevig chateau op een kilometer of 10 van hier. Er zit een restaurant bij,
een kapel, een parkachtige tuin, olijfboomgaarden, wijngaarden, van alles. Het complex ziet er aardig uit, maar we hebben
de pech dat de kapel op één maand per jaar na dagelijks is geopend en dat die maand januari is. En ook het park is dicht. We
kunnen er alleen door een roestig hekwerk heen naar gluren. Maar door de zonovergoten wijn- en olijfboomgaarden is het
heerlijk wandelen. De jongens hebben de ruimte, hoeven niet aan de riem en jagers zullen hier niet actief zijn, dus
een halsband hoeven ze ook niet om.
 Als we weer vlakbij het chateau zijn, langs het parkeerterrein lopen en even wachten tot een vrachtwagen uitgemanoeuvreerd,
is, staan we vlakbij een hoop groenafval en iets dat op een open riool lijkt. We zien door het rooster in ieder geval een
meter onder ons water stromen door een buizensysteem dat, zo blijkt later, gevoed wordt door een drinkbak bij het chateau
waarbij de waarschuwing staat 'Eau non potable'.
Ineens zien we drie ratten door het gras lopen. Achter elkaar. Alsof ze aan het spelen zijn en een treintje vormen. Kanjer
ziet ze ook. Maar hij weet dat hij in principe geen dieren mag pakken, tenzij we hem daartoe opdracht geven. Hij blijft
wel geïnteresseerd staan kijken. Maar daarmee alarmeert hij wel De Jager in de persoon van Bikkel.
De kleine bedenkt zich geen moment en stormt erheen. De drie ratten springen en klimmen meteen in een boom waarbij ze
handig gebruik maken van klimop die de stam rijkelijk en innig omarmt. Maar achter de hoop groenafval lopen er meer, heeft
die kleine al gezien. Jammer voor hem hebben de ratten hem zien komen en flitsen ze het buizensysteem in. Ze hebben
geluk dat Bikkel verstrikt raakt in klimop en andere kruipplanten en bovendien met dwingende stem door ons geroepen wordt.
'Niet zoeken!' Zonder buit komt hij na enige aarzeling heel schuldig weer terug.
Vanavond doet hij het nog eens dunnetjes over als we langs een talud langs de drukke rondweg lopen. Hij stormt er ineens
tegenop. Feilloos geroken: een kat aan de andere kant. Die gaat er meteen in volle vaart vandoor, de drukke weg over, vlak
voor een auto langs. Foute boel, want die kleine van ons mag hier geen katten zoeken. Levensgevaarlijk. Gelukkig zit hij
aan de vijf meter lange rolband en komt hij drie meter te kort om de weg op te kunnen.
Wat een neus heeft die gozer.
En wat maken we zijn leventje soms ingewikkeld.
Dinsdag 25 januari
Het lijkt mooi en makkelijk geld verdienen, zo'n wijngaard. Lekker op je veranda zitten kijken hoe
de druiven groeien, als ze rijp zijn een stel leuke plukkers laten komen, sap eruit persen, in een fles gooien en klaar ben je.
Maar niets is minder waar. Wijnboeren moeten vrijwel het hele jaar hard werken om in het najaar te kunnen oogsten. Ook in
de winter. Want terwijl wij een middagje op het strand liggen te luieren, zijn ze in de nabijgelegen wijngaard voor de
zoveelse dag bezig met het handmatig snoeien van tienduizenden wijnstokken.
 Een aantal weken geleden zijn ze met een trekker aan het werk geweest op de 35 hectare wijngaarden van
Chateau La Martinette, het gastvrije bedrijf waar we, zoals
wel meer mensen met honden, gemiddeld toch wel één maal daags ronddolen en de jongens al minstens honderd kilogram poep
hebben uitgeperst. Aan die trekker hing een gewelddadige grijper die de takken van de stokken brak en rukte. Maar dat ging
met de Franse slag, en bleef nog heel veel aan zitten, terwijl de takken vrijwel tot de stam moeten worden teruggesnoeid.
Dat doen ze met de hand. Elke morgen staat er minstens één persoon te knippen. Een heidens karwei, met tienduizenden
stokken, waar gemiddeld vier tot zes uitlopers aan zitten. Vooral op ochtenden zoals deze is de man niet te benijden. Hij
staat weliswaar in de zon, maar het vriest er nog en het waait er ook een beetje, waardoor het steenkoud aanvoelt. Pas
tegen half elf wordt het aangenaam en kan hij zijn handschoenen en das uit doen. Aan het eind van de dag moet hij geen
rug meer over hebben. Petje af hoor.
En zo zijn alle wijnboeren in de winter druk met hun wijngaard, overal zien we knippers in de weer. Niet in grote
groepen, maar meestal slechts één of twee mensen die een hele wijngaard onder handen nemen. En dat gaat verhoudingsgewijs
nog vrij snel ook. Ik denk dat ze vijftien tot twintig struiken per minuut snoeien.
In de wetenschap dat het gros van de mensheid hard aan het werk is, is het des te lekkerder om een middagje op het
strand aan de Cote d'Azur door te brengen. De wind gaat rond het middaguur liggen, de temperatuur loopt op naar een graad
of 12, er zijn vrijwel geen wolken en het strand tussen Saint Aygulf en Fréjus is evenals het natuurgebied pal achter de
duinen stil en vrijwel verlaten. Dus dat is lekker wandelen, spelen, zonnen op de mooi gekleurde rotsblokken van een
golfbreker enzovoorts.
,,Kijk eens, een boot. Ga er eens in kijken.''
,,Even wachten, ik wil een foto van jullie maken.''
Hier kun je heerlijk op liggen zonnen.
Koukleum!
Met de kleine Horizon kun je jacht maken op grote vissen.
Oh ja, als je meer wilt weten over wijn maken, kun je eens een kijkje nemen op het Youtube-kanaal van Ilja Gort,
de schrijvende wijnboer uit de Bordeaux, wiens wijnen (La Tulipe) onder meer via Albert Heijn worden verkocht. Hij heeft
een aantal filmpjes van diverse aspecten van het wijnboeren
online gezet.
Woensdag 26 januari
Hier zit alweer een zeer tevreden mens. Het was weer genieten geblazen vandaag. We kuieren door een
adembenemend mooi dorp met een fabelachtig uitzicht, klauteren met gevaar voor eigen botbreuken over rotsen vlak langs zee,
bezoeken het 'Venetië' van de Cote d'Azur waar we een opzienbarend verhaal horen dat misschien mede verklaart waarom
mensen aan de lopende band in extase zijn als we bevestigen dat de jongens 'Malinois' zijn en we zien dat de mimosa
aan het exploderen is.
Maar we beginnen de dag in een olijfboomgaard. Kanjer vindt het zo leuk dat hij daar zijn behoeftes kan doen, dat hij
begint te blaffen zodra we de asfaltweg verlaten en beginnen met de beklimming van de heuvel. Ik snoer hem onmiddellijk
de mond en stel hem een wandeling aan de riem in het vooruitzicht als hij het waagt nog een keer lawaai te maken.
Gistermorgen zagen we er een grote roofvogel jagen, er wroeten dagelijks wilde varkens en er moeten regelmatig veel
andere dieren zijn. Maar met zo'n lawaaimaker kunnen we vergeten dat we daar wat van te zien krijgen.
Hij houdt zich
keurig aan de opdracht zijn waffel te houden, maar als we de boomgaard met olijven en restanques op het plateau bovenop
de heuvel hebben bereikt, vliegt daar met donderend geraas op een hoogte van nog geen honderd meter een helikopter overheen. Hij landt bij
het chateau in het dal, stijgt twee minuten later weer op en scheert dan rakelings over de boomtoppen aan de rand van het
plateau waarop ik hoopte nog wat dieren te zien. Een eindje verder ligt vers omgewoelde grond, waar Kanjer en Bikkel maar
niet uitgesnuffeld raken. Bikkel volgt daarna een spoor, maar ik roep hem terug omdat het varken niet ver weg kan zijn.
 Het is nog geen 5 graden, maar
vrijwel wolkenloos. Op naar zee, waar het ongetwijfeld wat warmer zal zijn. We willen
uiteindelijk uitkomen in Port Grimaud, waarover we enthousiaste verhalen hebben gehoord van iemand met wie we thuis
regelmatig wandelen.
We beginnen nu maar eens in Gassin, een Plus beaux village de France in het achterland van Saint
Tropez. We zijn al eens eerder ( 13 januari) op weg naar dat bergdorpje
geweest, maar wilden toen eerst even de honden aan zee laten rennen en zijn die dag nooit meer in dat dorp terecht gekomen
omdat we zo'n geweldig mooi wandelpad ontdekten.
Op Google maps heb ik vanmorgen al gezien dat Gassin nauwelijks het predikaat 'gehucht'mag dragen, dus veel tijd kunnen we daar niet
aan kwijt zijn. Daarna heel even naar zee en dan naar Port Grimaud, is de bedoeling.
Gassin is inderdaad piepklein. Laat de kern eens uit vijftig gebouwen bestaan. Een echte rondweg die er omheen leidt,
twee straten die er dwars doorheen lopen en dat is alles. Maar o wat mooi. Zeldzaam mooi. We hebben al vele tientallen
Plus beaux villages de France gezien, maar deze hoort absoluut in de top 10. Schitterende, perfect onderhouden panden in
veel verschillende bouwstijlen, prachtige, smalle sfeervolle straatjes van talrijke bestratingsmaterialen, tientallen
smalle steegjes en overal verrassende details. En wat een fabelachtig uitzicht, vooral op de baai van Saint Tropez. Het
is alleen jammer dat het wat heiig is, want daardoor heb ik niet veel aan mijn telezoomlenzen. Maar een kniesoor die daar
op let. En we hebben er zelf nauwelijks last van.
We hebben het geluk dat het dorp er vrijwel verlaten bij ligt. Tijdens de ongeveer anderhalf uur durende wandeling
komen we welgeteld één persoon tegen. Dat zal hartje zomer wel anders zijn, met megatoeristencentra als Ramatuelle,
Saint Tropez en Sainte Maxime in de buurt. Alleen op de rondweg zien we wat mensen. Opvallend: op één man na, louter
vrouwen. Als alweer een vrouw ons tegemoet loopt, laat ik me ontvallen dat het ,,een perfect dorp voor mij is, met alleen
maar vrouwen''. De vrouw kan een glimlach niet onderdrukken. Ik zeg vriendelijk goeiedag en zij zegt op een on-Franse
manier 'bonjour'. Even later zie ik twee auto's met een Duits kenteken staan.
De jongens hebben zich keurig gedragen, dus op naar l'Escalet, naar zee, waar ze even van hun vrijheid mogen genieten.
Op weg daar naartoe stijgt de temperatuur tot een zeer aangename 12 graden. Ineens komen we in het Mediterrane gebied.
De overgang is heel goed zichtbaar: we zien bloeiende mimosa. Schitterend, tegen die blauwe lucht. tussen parasolbomen.
Aan weerszijden van de weg staat het vol met mimosa die op het punt staat uit de knop te komen. Nog een weekje en een groot
deel van deze strook langs de kust is knalgeel. Over twee weken is er een mimosa-corso, lezen we op een bord. We nemen ons
meteen voor om volgende week, als we een paar dagen zomerse temperaturen krijgen, een van de mimosa-routes pal langs zee
te gaan rijden. We verheugen ons er nu al op.

Toen we eerder deze maand in l'Escalet waren, zijn we in westelijke richting gaan lopen, nu wandelen we in oostelijke richting.
Op borden staat aangegeven dat je een heel eind richting Saint Tropez kunt lopen en op Google maps meen ik een deel van
het pad gezien te hebben. Maar een pad zien we niet, alleen af en toe een geel krijtstreepje op de rotsen vlak langs zee.
En wandelen wordt al heel gauw klauteren, balanceren en klimmen over rotspartijen. We hebben steeds vaker onze handen
nodig om verder te komen en niet naar beneden te vallen. Links van ons staan de tweede huizen van de rijken der aarde.
Vrijwel allemaal verlaten, vrijwel allemaal een eigen pad naar zee, vrijwel allemaal een zwembad tussen huis en tuin.
Als je in dat zwembad ligt te dobberen, kijk je uit over zee. Niet te geloven, wat een rijkdom. Met 'villa' doe je
een aantal panden te kort; het zijn 'paleizen'. In een er van is een bouwbedrijf bezig de gehele gevel aan de zeekant te
vervangen door een glazen wand.
Maar wij houden het hier voor gezien, voordat we onze benen breken. Op naar Port Grimaud.

Dat is een beetje het 'Venetië' van de Cote d'Azur. Het is een verzameling grachten met aanlegplaatsen voor boten en op de
kades rijtjeshuizen in diverse kleuren. het vasteland wordt met bruggen verbonden en hier en daar vind je zelfs mini-strandjes.
Het ligt min of meer tegenover Saint Tropez, autoverkeer is alleen bij hoge uitzondering toegestaan. De toegangswegen zijn
dan ook afgesloten met slagbomen, waarbij een bewaker staat die alleen mensen met een pasje toelaat. De wegen zijn zo smal,
dat het verkeer wordt geregeld met verkeerslichten.
Maar voordat wij ons in dat dorp begeven, nemen we eerst even een kijkje op het strand. Daar vergapen we ons onder meer
aan een camping met doodeenvoudige, kleine, houten huisjes-met-zeezicht. Die staan pal aan het strand en zo dicht bij elkaar, dat je je buurman kunt
horen kauwen op zijn baguette. Als je met je kaasplankje op je terrasje zit, moet je opletten dat je buurman zijn mes in
een onbewaakt moment niet in je punt brie zet, want hij kan er zo bij. Ik schat dat je al gauw 2000-2500 euro per week aan
huur betaalt in het hoogseizoen.
Als we het alle vier wel voor gezien willen houden, komt een man het strand op lopen. Hij heeft een metaaldetector en
een klein handharkje bij zich. Centimeter voor centimeter speurt hij het strand af. Om de vijf tellen begint de detector
te piepen. Het lijkt het geluid van een zeemeeuw wel. Zodra de man dat hoort, begint hij te harken. Kennelijk stuit hij
vooralsnog alleen op waardeloze rotzooi, want hij laat alles wat hij opraapt, weer vallen.
Het heeft toch wat kneuterigs, zo'n man die in zo'n miljonairsstreek als deze met een metaaldetector op zoek is naar
muntjes en natuurlijk hoopt op een kostbaar, nog niet verroest juweel. Beetje sneu ook.
Maar goed, we gaan Port Grimaud in. Maar daar zijn we gauw uitgekeken. Als je regelmatig in Giethoorn komt en net in
Gassin bent geweest, stelt dit niet veel voor. Maar misschien komt het wel doordat het al vrij laat in de middag is, de
zon laag staan en er niet veel te beleven is.
We komen wel een man en een vrouw tegen met twee kleine hondjes die in het Frans tegen Trudy beginnen te praten,
daarna overschakelen op Engels en tenslotte, als ik me bij het gezelschap voeg, overgaan op Nederlands; ze zijn Belgen. Ze
vieren vakantie op hun jacht dat in de haven ligt. Hun hondjes zijn het resultaat van een 'familie-ongeluk', vertelt de vrouw
vol humor met een sappig Belgisch accent. Hun moeder was op hoogbejaarde leeftijd leuk aan het spelen met een vriendje,
maar dat mondde negen weken later uit in een paar pups.
Hij is weg van onze Mechelaars, ook uit hoofde van zijn beroep als arts. Een dezer dagen is namelijk bekend gemaakt
dat in een Frans ziekenhuis een Mechelse herder voor een internationale doorbraak in kankeronderzoek heeft gezorgd.
Het dier blijkt feilloos in een zeer vroegtijdig stadium prostaatkanker te kunnen opsporen. Dat ruikt hij aan
de urine. En hij heeft 100% gescoord bij vele tientallen proeven en patiënten, die daardoor in een zeer vroegtijdig stadium
geholpen konden worden, op een moment waarop de medici nog niets vermoedden. Oncologen zoeken nu massaal naar de stof die
de hond ruikt. En hondentrainers proberen in snel tempo nog meer honden op te leiden die kunnen wat deze Mechelse
herder kan. Volgens de Belgische arts zijn het vooral Mechelaars die ze daarvoor proberen op te leiden.
We zoeken nu proefpersonen voor Bikkel en Kanjer. Misschien kunnen zij het nòg eerder ruiken. Wie zich in zijn kruis
wil laten besnuffelen, kan zich melden.
Donderdag 27 januari
Hebben wij gisteren even mazzel gehad. We hadden mooi weer, weinig wind en een rustige zee,
waardoor we over een rotspad vlak langs het water konden klauteren. Meteo France en de lokale autoriteiten raden ons
dat tot en met morgenavond zeer beslist af. Ze verwachten een 'zware' zee. Door een stevige oostenwind kan het gaan
spoken in het gebied waar we gisteren waren. Plotselinge golven tot ruim twee meter hoog maken het levensgevaarlijk om
over de kustpaden te wandelen of zelfs op de wegen pal langs zee te rijden, luidt de waarschuwing.
Ik heb er hier in Lorgues ook last van. Na twee dagen freewheelen laten we vandaag maar weer eens de handen wapperen
in en rond huis. Sta ik blad te harken - sommige bomen denken dat het nog steeds herfst is en hebben nog steeds niet al
hun blad verloren - begint het ineens hard te waaien, waardoor een deel van m'n werk weer geheel teniet wordt gedaan. Nou
ja, dat is nog altijd beter dan weggespoeld te worden. En er is in zo'n groot huis en met zo'n grote tuin altijd genoeg
te doen. ja ja, zelfs voor ons is het hier niet alle dagen feest.
Er speelt zich trouwens een vreselijk drama af in onze contreien. De 19-jarige Nederlander David Manassen uit de
omgeving van Nice is al sinds 15 januari spoorloos. Hij had ongeveer een jaar verkering met een jongen, die bijna twee weken
geleden een eind heeft gemaakt aan die relatie. David was daar zo kapot van, dat hij heeft aangekondigd zich van het leven
te beroven door van de kliffen te springen. Sindsdien is hij verdwenen. Zijn ouders zijn natuurlijk wanhopig en proberen
iedereen te mobiliseren voor een zoekactie en zoveel mogelijk publiciteit te genereren. Ze hebben onder (veel) meer een
forum op internet gezet waarop ze de zoekactie
coördineren. De wanhoop spat van je scherm als er er wat rondneust. Behalve van de stoïcijnse politie krijgen de ouders
van alle kanten hulp, vooral van zijn klasgenoten en de Nederlandse kolonie in de Cote d'Azur. Kranten en televisie besteden
er regelmatig aandacht aan. De verdwijning van David is een compleet mysterie. Als hij zelfmoord heeft gepleegd, zou de
auto van zijn moeder onderhand gevonden moeten zijn. Dus kijkt iedereen al een tijdje uit naar die blauwe Toyota Yaris, ook wij.
Dramatisch, het zal je maar gebeuren. Als Bikkel een spoor volgt, een minuut buiten beeld is en niet meteen reageert
op mijn gefluit, krijg ik het al Spaans benauwd. Wat moet er dan niet door je heen gaan als je zoon heeft aangekondigd
zelfmoord te gaan plegen en al bijna twee weken spoorloos is. Brrrrrrr!
Trouwens, De Telegraaf berichtte er onlangs ook over. Hou even de aanleiding vast: de vriend van David heeft de verkering
uitgemaakt.
Iets heel anders.
Even terug naar gisteren, naar het wonderschone Gassin. Je waant je er in de achttiende eeuw. De tijd staat er stil.
In alle opzichten. Want deze figuren en deze tekst hangen op diverse plaatsen langs en boven de rondweg:
En deze taferelen zijn nog steeds te zien in het kerkje:
Op deze pagina meer foto's van dit circa 1000 jaar oude
plaatsje.
Vrijdag 28 januari
Het blijft een lastige taal, dat Frans. Op de een of andere manier heb ik er geen
feeling voor. Engels en Duits is geen probleem, na een maandje in Spanje kan ik hele discussies in het Spaans voeren en na
twee weken Brazilië had ik steeds minder vertaling nodig, maar Frans blijft me voortdurend problemen opleveren. Bij voorbeeld
als ik bij de boucherie-charcuterie van een supermarkt sta te kijken. Ik zie natuurlijk wel het verschil tussen rund- en
kippenvlees, maar wat het precies is, is vaak een gok.
Zo hebben we een pak prachtig vlees in de koelkast dat ik niet in de winkel kon laten liggen. Het ziet er uit als
twee schitterende, vetloze stukken biefstuk van ruim een pond, maar gezien de prijs is dat het niet. 'Viande bovine tende
de tranche a fondue', staat er op het etiket. Fonduevlees? Geen idee. 'Viande bovine' lijkt me iets van rundvlees. En
'tranche' moet iets in de sfeer van 'plak' betekenen. Maar die combinatie van woorden dan? En: hoe maak ik dat klaar?
Maar het ziet er zo lekker uit, dat ik het niet kan laten liggen.
Vanmorgen ga ik op onderzoek uit hoe ik dat mooie stuk koe moet bereiden. Ik ga eerst maar eens naar de
vertaalmachine van Google en tik 'Viande bovine tende de
tranche a fondue' in. 'Beef bovenzijde is gesmolten', zegt Google. Juist. Viande bovine = rundvlees, tende de tranche =
bovenzijde, a fondue = gesmolten.
Nog maar eens verder neuzen, want ik
heb geen zin om er kleine blokjes van te snijden en die in bouillon te koken. En ik wil wel precies weten wat ik straks
op mijn bord heb liggen. Dat kan lastig zijn, want de Franse slagers snijden het vlees anders dan hun Nederlandse
collega's en geven hun vlees ook benamingen, die wij niet kennen. 'Viande bovine' brengt me onder meer op
www.belgianmeat.com, een internationale
rundvleessite. Die leert me dat het een stuk bovenbil is. Mooi, daar kan ik verder mee.
Ik tik 'bovenbil bereiden' in en dat brengt me onder meer op wat sites over koken als passie en die vertellen me onder
meer: 'Om te braden, te sauteren, te grilleren als rosbief, kogelbiefstuk of rollade.'
Hebbes. Om wat te proberen, snijd ik er een dun plakje af dat ik even braad, twee minuten aan beide kanten. Lekker!
Net zo mals als biefstuk.
Probleem opgelost.
Als ik het vlees gebraden heb, valt me ineens op dat er nog wat kleine lettertjes op het etiket staan. 'Cuire a feu
vif manger saignant'. 'Koken eten op hoog vuur zeldzame', zegt Google. Ach, laat maar zitten.
Ik maak er nog een heerlijke champignonsaus bij:
Benodigdheden: doosje champignons, 1 grote ui, 200 gram stukjes ontbijtspek, 1 flinke knoflookteen, 100 ml kippenbouillon
(oké, runderbouillon mag desnoods ook), 1 theelepel salie, 150 ml zoete witte wijn, 250 ml (koks- of slag)room, zout, peper.
Werkwijze: Spekjes knapperig bakken, uien erbij tot ze glazig zijn, champignons, knoflook en salie erbij tot champignons
klaar zijn. Afblussen met bouillon, even laten doorkoken tot meeste bouillon verdampt is. Wijn en koksroom erbij, even laten
koken. Naar smaak zout en peper erbij. Als de saus te dun is, wat aardappelzetmeel of maizena erbij.
Lekker!!!
Als je trouwens je kennis van de Franse taal wilt bijschaven, kan ik je van harte de gratis cursus van
Interculture aanbevelen. Het is een e-cursus, waarbij je elke
twee weken een les krijgt toegestuurd, vaak gelardeerd met leuke tips over Frankrijk.
We hebben weer een werkdag vandaag, maar gaan er uiteraard wel drie keer met de jongens op uit. Vanmiddag wandelen we
door een buurdorp. Hoewel, dorp, dat is eigenlijk nog te veel gezegd. De bebouwing bestaat uit een kern met één straatje
en wat verspreid liggende huizen er omheen. Het stelt dus geen drol voor. Maar toch zien we een paar leuke dingen: een
waterwijzer als variant op de zonnewijzer, een beeld van de oorlogszuchtige Jeanne d'Arc in de kerk, politie die achter de
tralies zit (en door videocamera's bewaakt wordt, dus als ze proberen te ontsnappen, staan ze op film), een wijncoöperatie
met mooi beschilderde gevels waaronder een voorstelling van vijf bij vier meter van wijnplukkers en een opmerkelijke gevel
van een bakker.
Er komt ook nog een vrouw op ons af die vertelt dat ze zelf ook een Mechelse herder heeft en wil weten hoe oud onze
Malinois zijn. Als ze hoort dat Kanjer 8 is, fluit ze bewonderend. ,,Hij ziet er geweldig uit!'' En meteen daar achteraan:
,,Ze zijn lief hè, die Malinois.'' Ik zou haar willen zeggen dat Kanjer er momenteel helemaal niet zo goed uit ziet als
anders omdat hij water poept en slecht in zijn vacht zit, maar daar ontbreekt de kennis van de Franse taal me voor. ,,Qui,
il est superbe. Et ils sont très gentile'', is het enige dat ik kan zeggen.
Op weg naar huis rijden we over een smalle brug waaraan een grote poster hangt met twee foto's van een klein zwart
hondje dat spoorloos is. Twee weken geleden hebben we een vergeeld exemplaar van die poster in een ander dorp ook al gezien.
Thuis sla ik de digitale regionale krant open en lees ik dat nog steeds elk spoor ontbreekt van David Manassen en dat
de wanhoop toeneemt.
Pffff, het leven kan soms zo loodzwaar zijn.
Zaterdag 29 januari
Jeetje. voor het eerst in drie weken geen zon en wèl regen. Vanmorgen maken we nog een
heel lange wandeling in een droog weiland, maar vanmiddag begint het te regenen en dat houdt in de loop van de avond pas op.
Maar geen nood, het is maar één dag nat, vanaf morgen hebben we minstens twee weken mooi zonnig weer en gaat de thermometer
een paar dagen richting 15 graden. Vandaag doen we dus maar weer wat nuttige dingen: de ene helft van ons is begonnen met
het beantwoorden van een enorme reeks emails, de andere helft gaat aan het poetsen.
Maar ik denk niet dat ik daar een lezenswaardig verhaal over kan maken. We hebben vandaag ook niets bijzonders beleefd
of gezien, dus het wordt lastig een stukje te schrijven. Op dergelijke dagen bieden Franse kranten en weblogs nog wel eens
wat houvast, maar daar staat ook weinig spraakmakends in. Of het moet een vrouw in Antibes zijn die gistermorgen in een
bank voor haar werkgever 100.000 euro in een plastic boodschappentas liet stoppen, het gebouw uitliep en onmiddellijk werd
beroofd, of de oprichting van de 'Sexy Academie' in de VAR waar vrouwen kunnen leren hoe ze zich erotisch kunnen presenteren,
of het bericht dat de toltarieven op de snelwegen met ongeveer 2,25% worden verhoogd, of de constatering dat veel Fransen
rond Kerstmis en oud en nieuw in de weer zijn geweest om voor nakomelingen te zorgen omdat dit land traditioneel in de
derde week van september een geboortepiek kent, of het bericht dat Frankrijk nog steeds geen homohuwelijken sluit, of
de verdwijning van wéér iemand uit Nice, dit keer een gelukkig getrouwde 60-plusser.
Maar dat zal jou allemaal worst zijn.
Maar er zijn nogal wat mensen die er op rekenen hier nu weer iets nieuws te kunnen lezen, dus er moet toch een
stukje komen. Ik zou kunnen melden dat het voor de jagers een beetje sneu is dat het een regenachtige dag is, want als ik
het goed heb, is dit het laatste weekend van dit seizoen waarin gejaagd mag worden. Dat betekent dat we 's middags weer
zonder risico in de bossen kunnen wandelen en de jongens geen felgekleurde, foto's ontsierende halsband meer hoeven te
dragen. Maar dat is niet meer dan twee zinnen, dat is niet genoeg.

Ik zou ook even vooruit kunnen kijken, wat we in de laatste twee maanden van ons verblijf in de VAR nog gaan doen.
Dat is nogal wat, eigenlijk te veel om op te noemen. We willen naar Nice en Monaco, een door zijn bouwkunst veel geroemde
abdij hier in de buurt krijgt ons nog op bezoek, we hebben nog twee Plus beaux villages de France op ons programma staan, we
willen een keer terug naar het Lac Saint Croix en het nabijgelegen bergdorpje Moustiers Sainte Marie omdat daar tijdens
ons eerste bezoek sneeuw lag, een dagje de besneeuwde bergen in lijkt ons ook erg leuk, de befaamde carnavalsoptocht medio
februari in Nice lonkt nadrukkelijk, we gaan een mimosa-route rijden, we willen op een heldere dag nog een keer naar Gassin
om van het uitzicht op de baai van Saint Tropez te genieten, er staan nog wat wandelpaden pal langs zee op ons verlanglijstje,
we gaan een grote regionale markt bezoeken en wijn proeven in twee chateaus in de buurt en zo kan ik nog wel even doorgaan.
En dan heb ik het nog niet over La Grande Forêt, waar ter voorbereiding op het nieuwe seizoen ook nog het een en ander moet
gebeuren. Maar dat komen jullie in de komende twee maanden vanzelf wel tegen in dit dagboek, dus daar hoef ik nu niet over
te schrijven.
Ik zou verder nog kunnen melden dat iemand met een emmertje asfalt een groot gat in de weg bij de bakker, waar ik een
tijdje geleden iets over heb geschreven, heeft gevuld, maar de andere twintig gaten zo heeft gelaten, dat bij het nieuwe beeld
met fonteinen tegenover het gemeentehuis aan de hoofdstraat zeepsop in het water is gegooid waardoor het onderste deel van
het kunstwerk nu gevuld is met een dikke laag schuim en ik dankzij mijn mobieltje toch nog een foto voor vandaag heb, dat
we 's morgens vaak een vrouw in een opgevoerde elektrische rolstoel tegen komen die aan een één meter lang riempje haar
hond uitlaat en stelselmatig weigert terug te groeten, wat bij mij wel eens de neiging oproept haar van de weg te drukken,
dat we vanmorgen bijna een aanrijding hadden omdat de tegenligger zoals alle Fransen de binnenbocht nam, enzovoorts.
Maar dat zijn slechts wat losse opmerkingen, daar kan ik geen verhaaltje van bakken waarmee je even zoet bent.
Daarom houd ik er maar mee op, ik geef het op. Ik heb gewoon niks te melden. Morgen ongetwijfeld wel weer, want dan
schijnt de zon en gaan we wat ondernemen. Vandaag heb ik je in ieder geval weer even beziggehouden.
Zondag 30 januari
Gratis af te halen in Lorgues: twee Mechelse herders. Een dominante van net 8 jaar, een
meeloper van 2,5 jaar. Waaks en geweldig lief voor mensen, teefjes, pups en de meeste reuen. Kunnen niet samen met
dominante zwarte reuen. Kerngezond. Goed afgericht. Moeten wel samen blijven.
Zo'n advertentie zouden we vandaag wel ergens willen plaatsen.
Maar eerst even terug naar vanmorgen. De meterologen hadden ons zon, wolken en een droge lucht beloofd. Maar het zijn
oplichters, want de zon zit achter een dicht wolkendek. Het is grijs en het miezert zelfs. Weliswaar zo licht dat de
sensoren de ruitenwissers van onze auto niet in beweging brengen, maar droog is het ook niet.
Tussen de bergen is sprake van laaghangende bewolking. Of is het mist? Of staat er een huis in brand? Wat dat betreft
is het knap verwarrend dat je hier tuinafval mag verbranden. Als bij ons in Nederland ergens heel veel rook bij een woning is,
maak je wat foto's en bel je daarna 112 omdat het huis in de hens staat. Maar hier kan het net zo goed een rokende berg
tuinafval zijn. Je zou aan het bellen blijven.
Deze week zagen we zelfs iemand die te beroerd was om het tegen zijn tuinmuurtje langs de openbare weg gewaaide blad weg
te harken en de boel gewoon in de fik stak. Het vuur vrat zich vanzelf een weg door de strook blad in de berm. De dader was
in geen velden of wegen te bekennen.
En bij het zien van de rookwolken op de foto hierboven, die we deze week vlakbij Saint Tropez zagen, twijfelden
we in eerste instantie ook even.
We bestuderen het weerkaartje nog eens en daar staat toch echt: zon, wolken en droog. Voor de kust geeft het zon, wolken
en een regenbui aan. Dus gaan we vanmiddag daar maar eens kijken. Misschien kunnen we bij zee een straaltje zonneschijn vangen.
We willen op een boulevard wandelen, maar omdat we de jongens daar aan de riem doen, gaan eerst even naar het strand,
waar ze even mogen rennen en spelen.
Maar ook daar is geen zon te zien. De lucht zit potdicht, zoals je kun tzien op de foto hiernaast. Er is bijna niemand
op het strand, want het miezert ook nog.
De zee is ruig, zeker voor Middellandse-Zeebegrippen. Zo hoog hebben we de golven hier nog niet vaak gezien. Vier
kitesurfers profiteren er van. Drie van hen zijn een eind de zee op gegaan om daar een hoge golf te pakken en richtig
kust te surfen. Nummer 4 doet verwoede pogingen zich bij hen te voegen. Hij staat op zijn plank en peddelt zich een
ongeluk, maar wordt voortdurend van zijn plank en een stuk terug gespoeld.
Terwijl wij aan de vloedlijn van dat spektakel staan te genieten, zijn de honden bezig met een stok. Er is geen mens
of hond in de buurt te zien. Maar als we even later weer achter ons kijken, zien we dat ze gezelschap hebben gekregen
van een grote zwarte hond. Alle drie de staart omhoog. O jee. Ik draai me om, doe een paar passen en fluit, omdat ze dan
altijd meteen naar me toe rennen uit angst dat ik er alleen vandoor ga. Maar op vrijwel hetzelfde moment is het knokken
geblazen. En niet te zuinig. Het is een oneerlijke strijd, maar dat zou het ook geweest zijn als die kleine zich er niet
mee bemoeid had, omdat onze teddybeer zo sterk is als een grizzlybeer. Als ik er eindelijk in slaag het zooitje uit elkaar
te halen, rent de zwarte hond hard weg. Een eind verder treft hij zijn baas, die nauwelijks aandacht aan hem schenkt, hem
in een busje laat stappen en wegrijdt. Het is maar goed dat er geen Partij van de Dieren in Frankrijk is, want die zou een
Kamerdebat beginnen over de straffen die ik uitdeel. Die club van Thieme is het vast niet met me eens dat Mechelaars
Spartaans moeten worden opgevoed.
Ze moeten voor straf meteen in de auto, terwijl wij nog even het strand op gaan om de ellende van ons af te spoelen.
Dat wordt letterlijk, want al snel begint het flink te regenen. Tien minuten later zitten wij ook in de auto, op weg naar
huis. De lol is er af.
Halverwege rijden we via een rotonde een dorp binnen. Op en rond de rotonde staan tientallen geiten. Ineens komen er
vijf honden aan stormen die de hele kudde er af jagen, een zandweg in. Opdrachtgever is de herder, die in een combinatie
van een berenvel en een jutezak gekleed lijkt te gaan. Zijn honden luisteren vandaag beter dan die van ons.
We zijn nog geen tien minuten thuis, of het regent ook hier.
Wat een somber stemmende dag.
| |