Maandag 7 februari
Een dag als vandaag hebben we lange tijd niet gehad. Het is namelijk de hele dag bewolkt. De lucht
zit potdicht. Er ligt een heel smal strookje bewolking boven de Cote d'Azur en dat ligt ook nog net boven Lorgues. De thermometer
komt niet boven de 9 graden uit en dat voelt erg fris aan in vergelijking met de hitte van afgelopen dagen in de brandende
zon.
Maar meer nog is het de dag waarop onze auto naar de garage moet. Er loopt al een hele tijd koelvloeistof weg. Eerst
mondjesmaat, maar de laatste dagen gaat dat in snel tempo. We moeten het reservoir steeds bijvullen als we een stukje
hebben gereden. We kunnen niet ontdekken of het een slang of de radiateur is. Voordat we naar de garage rijden, wil ik er
nog één keer goed naar kijken.
Vanmorgen heb ik Kanjer er al op voorbereid dat we vandaag niet weg kunnen. Ik vertel hem dat de auto niet goed kan rijden
omdat hij stuk is, dat hij gemaakt moet worden, dat hij een tijdje weg moet en dat we daarom niet weg kunnen. Dat heeft hij
kennelijk feilloos begrepen. Want als we de motorkap openen om het reservoir bij te vullen en de oorzaak van onderaf te
zoeken, is hij er als de kippen bij. Nieuwsgierig komt hij er bij staan. Hij steekt zijn kop onder de motorkap en besnuffelt
van alles. Dan kijkt hij mij aan. ,,Heb jij iets gevonden?'' Ik ga op de tast alle slangen af. Als mijn hand weer boven water
komt, besnuffelt hij die uitvoerig. Vervolgens steekt hij zijn kop weer onder de motorkop en zet hij zijn neus weer aan het
werk. Als mijn kop onder het motorblok steek, doet hij dat ook. Maar ook samen kunnen we de boosdoener niet vinden.
Bikkel is zich inmiddels van geen kwaad bewust en ligt lekker te spelen.
Dus rijden we naar de garage, waar we meteen worden geholpen. De man gaat ook op zoek naar de oorzaak en betast wat
slangen, maar hij kan de lekkage ook niet zo snel vinden. We spreken af dat hij uitgebreid op onderzoek uit gaat en dan even
belt wat er aan de hand is. 'Oei', zegt hij als hij van afstand ziet dat er ook koelvloeistofdruppels op de grond vallen.
'Qui, oei', beaam ik.
Vanmiddag zitten we in spanning te wachten (is het een slang van een paar tientjes die zo vervangen kan worden of een
dure radiateur waarmee hij minstens een dag bezig is?) op een telefoontje, maar dat blijft uit. Vanavond tijdens de wandeling
met de honden lopen we er even langs. De garage is dicht, onze auto staat binnen. De radio en boordcomputer staan aan, zie
we aan het dashboard. De accu zal morgenochtend dus wel leeg zijn. Morgenochtend vroeg meteen terug, even informeren.
Op de terugweg ruiken we wat wij een vreemde eend in de horeca-bijt vinden: een Chinees restaurant. 'De Gouden Draak'.
Hebben we buiten Parijs nog nooit gezien, een Chinees restaurant in Frankrijk.
Er zijn in Lorgues veel horecazaken,
waaronder liefst drie Italiaanse. Eén er van is een 'gewoon' restaurant waar je ook pizza's kunt afhalen. Er zitten
regelmatig mensen binnen te eten en tv te kijken. De tweede zit middenin het dorp en is een echte afhaal-Italiaan. Het
loopt er af en aan. Met nummer drie hebben we onderhand diep medelijden. Hij heeft een wat armoedig, zeer ongezellig
ogend zaakje aan de rand van het dorp. De eigenaar staat altijd met een treurig gezicht achter een vitrine te schrijven.
Zijn memoires kunnen het niet zijn, want we lopen er bijna elke avond langs en hebben er in drie maanden tijd nog maar
één keer één persoon gezien. Hij adverteert wanhopig met grote borden op het trottoir, waarop hij zelfs gratis pizza's aanbiedt.
Maar het helpt geen zier, er komt niemand, hij staat er elke avond alleen. Nog even en we hebben zo'n medelijden met hem, dat
we hem van een pizza verlossen.
Hopelijk kunnen we morgen weer op pad met de auto.
Dinsdag 8 februari
Dat is dus pech bij pech, in plaats van geluk bij een ongeluk: de radiateur van onze auto is stuk.
De garagehouder heeft al een nieuwe besteld en een groot deel van de voorkant van de auto eraf gesloopt, zo blijkt als we
vanmorgen informeren hoe het er mee staat. Maar de nieuwe radiateur arriveert pas morgen. Daarna is de man heel wat uren
bezig om hem te monteren en de boel weer aan elkaar te schroeven. Hij belt morgenmiddag wel als hij klaar is en we de
auto kunnen halen. Hij geeft desgevraagd ook een prijsindicatie. Een vermógen.
Ongeveer het bedrag waar we al bang voor waren. Bij onze vorige auto heeft onze eigen garagehouder een keer een
tweedehandsje erin gezet en daar baseren we nu onze verwachtingen op. Daar kun je een week een riante vakantievilla voor
huren.
Bovendien: nog twee dagen geen auto.
Dus gaan we tot vroeg in de middag maar aan het werk. Ik stort me onder meer op de pakweg 24 bij 12 meter grote oprit,
waar onkruid tussen het grint omhoog schiet. Wat een rotklus. Als ik alleen nog met pijn en moeite recht overeind kan komen
en het op het heetst van de dag is, gaan we iets doen wat me beter ligt: in een ligstoel lezen in onder meer de krant van
zaterdag. En aan het eind van de middag wandelen we naar en door het dorp, onder meer om een bank te beroven. Het is een
mooie wandeling, omdat je op delen van onze Chemin de la Peirouard fraai zicht op het dorp hebt, langs enkele mooie villa's
komt en het altijd een genoegen is om te zien hoe automobilisten vol in de rem gaan als ze honden zien, ook al zitten die
aan een riem en gaan ze keurig aan de kant als ze er een zien naderen. Enig en groot nadeel is dat het stijgingspercentage heel
behoorlijk is.
Ik maak meteen even een foto van een merkwaardig,
vermoedelijk typisch Frans verschijnsel. De meterkasten van de elektriciteit bevinden zich hier buiten de eigen terreinen.
Bij ons zouden die dingen rond oud en nieuw allemaal opgeblazen en de rest van het jaar gemolesteerd worden, maar hier is
het kennelijk geen probleem. Aan het begin van onze Chemin zit een heel rijtje kasten, waaronder een aantal lege.
In het dorp komen we nog een laatste tastbare herinnering aan de kerstperiode tegen: een bal in de vorm van de kop van
een kerstman. Kanjer ziet hem ook en zet meteen zijn tanden er in. ,,Bah, vies ding. Laat maar liggen Kanjer.'' ,,Oké,
dan pak ik mijn riem en ga ik daar wel mee spelen.''
Een tijdje geleden maakten we een schitterende wandeling over een rotspad tussen villa's en zee bij Saint Raphaël en
namen we bij een makelaar een magazine mee. We wilden wel eens weten wat een villa en een appartement met zeezicht, of beter
nog: pal aan zee, kosten. De prijzen van de villa's hadden we wel verwacht, die van de appartementen vielen ons mee. Een
paar voorbeelden:
Een villa
in Spaans-Moorse stijl met vier slaapkamers en 2000 vierkante meter grond pal aan zee: 3.150.000 euro
Unieke villa
met drie slaapkamers en ruim 600 meter grond pal aan zee: 2.438.000 euro
Schitterend penthouse
van 216 vierkante meter met zwembad en zeezicht, grote terrassen, twee garages, 4 slaapkamers: 1.950.000 euro
3-kamerappartement
van 74 vierkante meter met terras van 23 vierkante meter, zicht op zee en garage, in residentie met zwembad: 520.000 euro
Mooi gelegen studio
van ruim 30 vierkante meter, met balkon, pal aan zee: 242.000 euro
Idem dito
2-kamerappartement
van 35 vierkante meter en garage, met balkon en zeezicht en een paar stappen van het strand: 210.000 euro
Studio van
28 vierkante meter met een balkon van 33 vierkante meter op 100 meter van zee, met zeezicht: 175.000 euro
Woensdag 9 februari
Het lijkt wel een eeuwigheid geleden dat we een dag op stap zijn geweest. Maar het eind van die periode
is in zicht: we hebben onze auto terug. We worden aan het eind van de dag herenigd. De vriendelijke monteur vertelt uitgebreid
wat hij allemaal heeft moeten doen om de oude radiateur eruit te halen en de nieuwe erin te zetten. We verstaan er nog niet
de helft van, maar de boodschap is duidelijk: de halve voorkant moest eraf gesloopt worden, het was een heidens karwei en
daardoor bevat de rekening een substantieel deel arbeidsloon.
,,Grand travaille'', zeg ik op goed geluk. ,,Oui, grand travaille'', beaamt hij met een glimlach. Of dat is vanwege mijn
woordkeus of omdat hij blij is dat ik hem heb begrepen, weet ik niet. In ieder geval laat hij ook zien dat het echt nodig was
dat er een nieuwe radiateur in kwam. De oude heeft het door steenslag zwaar te verduren gehad en tenminste één steentje heeft
een gat veroorzaakt. Jammer dat ze er niet, zoals met een lekke band, een prop in kunnen schieten waardoor hij weer een tijd mee
kan. En jammer dat dat ding zo ingebouwd zit, dat je úren nodig hebt om hem eruit te halen.
Maar we hebben onze automobile weer terug, gerepareerd en wel. Hij is klaar om ons overal naar toe te brengen waar we maar willen.
Vanaf morgen gaan we weer een paar dagen op pad. Dat maakt het ook heel wat makkelijker om iets voor dit dagboek te
produceren, want ik kan niet bezig blijven de thermometer en flora en fauna rond La Grande Forêt te fotograferen.
Vanmorgen hangen overigens twee lagen bewolking boven Lorgues. Eén natuurlijke en één daaronder die wordt veroorzaakt
door mensen die tuinafval verbranden, zo zien we tijdens de ochtendwandeling. Bij terugkeer in La Grande Forêt lees ik in een
weblog dat er in Culemborg actie wordt gevoerd om ter wille van het milieu de houtkachels minder te stoken. Tegen de
actievoerders zou ik willen zeggen: neem in deze tijd van het jaar eens een kijkje in Frankrijk. Bij voorkeur op een
zaterdagmiddag. Dan verbranden de Fransen vers snoeihout, dat nog vol levenssappen zit en dus rookt als een tierelier. Ik
doe binnenkort ook zonder enige gène een stevige duit in het zakje, want ik heb weer een hele stapel snoeihout verzameld.
Vanmiddag wandelen we - zonder fotocamera - door een buitenwijk richting centrum en schrikken we ons een hoedje als we
onder een boom lopen en daar ineens vele tientallen duiven uit wegvliegen. Na honderd meter fladderen keren ze en vliegen ze
terug om weer een positie in de boom in te nemen. Stomverbaasd blijven we staan kijken. De boom staat in de tuin van een
woning waar een vrouw woont van wie ik houd. We zijn haar een paar keer in het donker tegengekomen toen ze haar oude hond
uitliet. We hoorden haar in de verte al op een hartverwarmende manier praten tegen het dier. Ze kletst honderduit tegen de
hond, ze legt alles uit wat ze doet en wat hij wel of juist niet moet doen en waarom, vertelt alles wat ze ziet en aan haar
stem is te horen dat ze zielsveel van het dier houdt. We hebben alleen haar silhouet gezien, maar ik ben dol op haar. Wie
zo met z'n hond om gaat en met zo'n lieve stem tegen hem praat, moet een topper zijn.
We zien en horen ook ineens de hond. En er zwaait een deur open, wat voor enige tientallen duiven het sein is om op het
terras neer te strijken. Er komt een oude vrouw naar buiten waggelen. Ze kijkt naar ons, kijkt naar de duiven en gaat weer
naar binnen.
We trekken twee conclusies: 1. dit is wel de hond maar niet de vrouw die de hond 's avonds uitlaat, 2. ze is de
duivenvangster van Lorgues, ze voert die beesten en daarom komen alle duiven uit de VAR 's middags hier.
Enfin, we hebben inmiddels - via email - ook uitgebreid kennisgemaakt met onze opvolgers, Harry en Ada. Ze arriveren
begin april en nemen tot begin augustus het beheer van La Grande Forêt op zich. Het zijn twee enorm enthousiaste mensen
die het ANWB-campinginspecteurschap hebben beëindigd en een nieuwe invulling aan hun leven willen geven. Nou, de gasten
van dit vakantiedomein zitten gebakken met deze mensen, die volgens ons een perfecte gastheer en -vrouw zijn. Dat geldt ook
voor Adri en Joke, die we hier vorige week ontmoet hebben en in het najaar de gasten ontvangen. Wat dat betreft hebben de
eigenaren Ed en Marianne van Wolde de juiste mensen voor de juiste plek gevonden, al zeggen we het zelf...
Vandaag maar eens een andere illustratie. Geen actuele, maar een oude. Een paar dagen geleden plaatste ik een foto van het
doodlopende zijweggetje van de Chemin de la Peirouard. Die foto was gephotoshopt, gemanipuleerd, moet ik bekennen. Ik heb
namelijk wat beeldontsierende masten weggehaald. Als je met je muis over de 'image' hieronder gaat en hem er weer naast houdt,
zie je het verschil.
Niet bang zijn, het is de enige foto in dit dagboek waarop de situatie mooier is gemaakt dan die in werkelijkheid is.
De Provence/Cote d'Azur en La Grande Foret en wijde omgeving zijn echt zo mooi.
Morgen gaan we weer op avontuur.
Donderdag 10 februari
'Morgen gaan we weer op avontuur', schreef ik gisteren en dat is het vandaag ook geworden. We zitten
weer boordevol indrukken. We treffen schapen, Google, dopinggebruikers wielrenners en vakantiewoningen op
onze weg, bereiden ons voor op de eventuele komst van inbrekers, wandelen door de duurste wijk van Saint Tropez en lachen
daar om de extreme rijkdom en zien Bikkel na een laffe aanval een meter of vier op zijn rug naar beneden mieteren. Kortom,
dit smaakt naar meer, morgen doen we het nog eens dunnetjes over.
.jpg) Op de terugweg van de eerste wandeling van dag stuiten we op een schaapskudde, die over de verharde weg op het terrein van
wijnchateau La Martinette loopt. We herkennen een van de twee vrouwelijke herders: het is de tandenloze vrouw die we onder
meer op 10 januari een paar kilometer buiten Lorgues ook
hebben gezien en gefotografeerd. Ze loopt met twee krukken, maar is nog vele malen beter ter been dan een van haar Pyrenese
berghonden. Het lijkt wel of hij een keer van achteren is aangereden, of dat zijn achterpoten hem niet meer kunnen dragen.
Zijn poten zijn geknikt, zijn knieën staan naar binnen, zijn voeten wijzen naar buiten en voetje voor voetje zwoegt het
arme dier voort. Ik ben de eerste die zegt dat honden vooral hun zegeningen tellen en niet stil staan bij wat ze niet kunnen,
het dier zal 's morgens misschien wel als eerste van de roedel dol van vreugde klaar staan om weer met de kudde op pad
te gaan en misschien loopt hij wel zo om juist geen pijn te hebben, maar dit gaat me een stap te ver. Als de kudde een
onverhard pad omhoog loopt en door de jongste herderin en de rest van de honden een berghelling op wordt geleid waar
olijfbomen staan en vroeger vermoedelijk druivenstruiken, gaat de herderin met de krukken op een steen bij de kruising
verharde/onverharde weg zitten en gaat de zielige hond ook meteen liggen.
Saint Tropez staat op het programma. We hebben op de onvolprezen Michelinkaart (1cm=1,5km) gezien dat ten oosten van
die plaats een pad langs de zee loopt en van eerdere bezoeken weten we dat daar ook een exclusieve villawijk ligt. Op weg naar
die beroemde plaats rijden we in de badplaats Sainte Maxime kilometers lang achter een auto van Google Streetview die
opnames aan het maken is. We zijn straks op internet makkelijk te herkennen, want Bikkel en Kanjer hangen elk aan een
kant met hun kop uit het raam.
In Saint Tropez vinden we snel wat we zochten. We lopen een stukje over strand en vervolgens een heel eind over een
ongeveer twee meter breed egaal pad, dat is omzoomd door bruine bamboe en achter de eerste rij villa's pal aan zee loopt.
In de verte zien we op de berg een villa met een toren, die we al vaker uit de verte hebben gezien. Die willen we vandaag wel
eens van dichtbij bekijken.
Maar eerst genieten wij en vooral de jongens van Toutou's bar, die een bewoner bij zijn toegangshek heeft gemaakt
voor honden. Sympathiek, en erg mooi uitgevoerd.
Na verloop van tijd wordt het pad een smal paadje over rotsen en mini-strandjes en soms zit er een stukje egaal zandpad
tussen. Hier wonen de mazzelkonten van deze wereld. Een villa pal aan zee. Vanaf hun terras lopen ze zo het water in.
Verderop liggen villa's zo'n meter of tien boven zeeniveau. We vergapen ons onder meer aan een villa met
twee nieuw gebouwde torentjes in kasteelstijl, met glas in de 'schietgaten' zodat de mensen bij slecht weer binnen kunnen
zitten en boven tussen de kantelen een terras met ligstoelen. En natuurlijk een grot in de rotsen, waar een mooi bootje
ligt voor als de bewoners een stukje willen varen. Sommigen hebben met behulp van rotsblokken zelfs een eigen haventje
gemaakt. Een enkele keer lopen we een trap op om even te gluren.
.jpg) Als Kanjer en Bikkel dat weer doen en Trudy meegaat, komt Bikkel al snel weer naar beneden. Hij loopt voor me uit over
het kronkelende bochtige paadje. Ineens komen van de andere kant twee grote bruine retrieverachtige honden ons tegemoet.
Aan hun postuur te zien een vader en zijn zoon. Ze zien Bikkel, die zich rot schrikt, en bedenken zich geen moment: ze
kiezen de aanval. Bikkel maakt zich groot, gromt, draait zich om en wil teruglopen, vermoedelijk om hulp te vragen van Kanjer.
Maar hij wordt meteen gepakt. Hij draait zich om, rukt zich los, wil zich weer omdraaien maar voelt ineens dat er geen
grond met onder zijn voeten is. Hij valt achterover en komt een meter of vier lager op zijn rug terecht. Ik brul meteen dat
Kanjer moet blijven. Maar hij is al op weg om z'n kleine kameraad te helpen. Zijn ogen spuwen vuur, hij is woedend, de
agressie spat eraf. Gelukkig moet hij langs Trudy, die kans ziet zijn halsband te pakken en er wonder boven wonder in slaagt
hem tegen te houden. Ik storm op de twee aanvallers af en zie beneden me dat Bikkel overeind is gekrabbeld en een weg naar
boven zoekt. De aanvallers gaan er meteen vandoor.
We lijnen de jongens aan en besluiten verder te lopen, de aanvallers achterna. Ik pak een stok en houd Kanjer op het
smalle paadje kort aan de riem achter me. In de verte zie ik dat de honden naar twee mensen die op een pier zitten lopen en
meteen worden weggejaagd. Als we iets voorbij die plek zijn, sta ik ineens weer oog in oog met de twee agressievelingen.
Ik brul dat ze weg moeten wezen en zwaai met de stok, maar de grootste van de twee is daar niet erg van onder de indruk
- hij verstaat kennelijk geen Nederlands - en komt dreigend op me af, met de kleinere al even dreigend vlak achter hem.
Maar dat pikt Kanjer niet. Hij gromt, wurmt zich langs me heen, ontbloot zijn tanden en dreigt. Dat maakt wel indruk. De
potentiële aanvallers springen naar beneden en lopen onder ons langs haastig weg. Trudy roept ook dat ze moeten wegwezen,
Bikkel maakt zich groot en gromt en een eindje achter hem en Trudy klauteren ze weer naar boven en rennen ze hard weg.
We lopen verder, terwijl Kanjer en ik de achterhoede dekken. Na honderd meter zien we een verharde weg boven ons. We
besluiten het kustpaadje te laten voor wat het is en lopen naar boven. Via twee lange trappen klimmen we naar de top van de
berg. Een goede keuze, want ineens staan we op een brede, door palmbomen, cactussen en mimosa's omzoomde laan, met
aan het eind een paleisachtig gebouw. Hier staan geen gewone villa's, hier staan de super exorbitante villa's, waarin je
kunt verdwalen. Hier moeten mensen wonen die een hekel aan elkaar hebben en zich wekenlang in hun eigen huis kunnen
verstoppen voor hun partner. Hier heb je meer dan vijf miljoen euro nodig om een pandje te kunnen kopen. Hier staan
geen BMW's en Mercedessen, hier staan Rolls Royces, Jaguars en andere superdeluxe automobielen. Hier hebben de bewoners
oprijlanen waarvan de aanleg net zo veel moet hebben gekost als een gemiddelde woning in Nederland. En waar je ook kijkt,
overal hangen camera's. Af en toe staan we gewoon te lachen, zo extreem is de rijkdom hier. En het lijkt wel alsof alle
bouw-, klus- en hoveniersbedrijven uit de Cote d'Azur hier aan het werk zijn. Overal staan busjes, overal wordt gewerkt.
Alsof er een nieuwe wijk uit de grond wordt gestampt, maar het is slechts onderhoudswerk.
Het paleis aan het eind van de kaarsrechte laan is het summum. Het staat op de top van een heuvel, bevat twee
schitterende torens met dito details in de afwerking en heeft een park vol bloeiende cactussen, palmbomen, Indische kersen
en mimosa's. Je kijkt er uit over de Middellandse Zee en aan de andere kant
over de baai van Saint Tropez, met in de verte Sainte Maxime,
Grimaud en Port Grimaud. Een waar lustoord, zonder twijfel het duurste en mooiste huis van Saint Tropez en omgeving. Hier
moet een beroemdheid wonen die de bevolking van een middelgroot dorp kan huisvesten. Een droompaleis. We lopen er omheen,
bekijken het van alle kanten en komen ogen tekort. In de tuin staat een jonge vrouw te praten met wat kennelijk een
personeelslid is. ,,Mevrouw, heeft u nog een beheerder nodig, of bewaking met twee honden, of een kok, of een tuinman,
een secretaris, een nieuwe vriend, voor mijn part een gigolo?'', roep ik, maar ze staat te ver weg en bij de buren staat
een machine te luid te ronken om me te kunnen verstaan.
We wandelen dus toch maar verder, langs een privé-tennisclub en nog veel meer villa's. Dan zien we slagbomen over de
weg, met een wachterhuisje met daarin een beveiliger. Daar vlakbij staat een woning met een groot kantoor, dat kennelijk
van een beveiliger of beheerder is. Echt iets voor ons, zeggen we. Waar kunnen we solliciteren?
Niettemin dalen we af richting zee. Als we een zijweggetje in slaan, komt een trimster ons tegemoet. Ze heeft een
trainingspak aan, een capuchon ver over het hoofd en een grote zonnebril op de neus. Echt iemand die incognito wil trimmen.
Ze mindert vaart als ze langs Kanjer
loopt. Dat had ze beter niet kunnen doen, want hij zit te poepen. We zeggen allebei vriendelijk 'bonjour', maar ze
reageert niet, houdt haar hoofd naar beneden gebogen. Ze is zo knap als een vrouw maar knap kan zijn en heeft een perfect
figuur, maar ziet er strontchagrijnig uit. ,,Die kan niet gelukkig zijn'', concluderen we.
We vinden de auto moeiteloos en rijden nog even naar een ander strand, waar we een mooi wandelpad zien dat we later
nog eens gaan belopen. We rijden terug via het centrum, waar tientallen mensen op het dorpsplein vol oude platanen
pétanque aan het spelen zijn en op de zonovergoten terrassen rondom veel mensen zitten te genieten. Het valt mij weer
op dat het percentage mooie vrouwen hier extreem hoog is. Veel geld trekt nou eenmaal veel mooie vrouwen aan. We
schieten wel in de lach als we een vrouw met lange blonde haren met een minirok en hoge hakken en benen waar geen eind aan
lijkt te komen zien paraderen, hoewel 'balanceren' op haar hoge hakken haar voortbewegen misschien beter weergeeft. Ze
voelt zich ongetwijfeld de opvolgster van Brigitte Bardot, maar wekt de indruk een dame van lichte zeden te zijn.
Na een paar kilometer zien we een groep wielrenners in het tenue van de Rabobank in een hoog tempo langs de zee scheuren.
Ze gaan heel wat harder dan twee vrachtwagens met elk twee nieuwe mobilhomes die ons tegemoet komen. Nog even en het
vakantieseizoen barst hier los. We vinden het niet erg dat we dan al weg zijn, want het is nu al poepdruk op de weg langs de kust.
Meer zien van deze wandeling? Cliquez ici.
Vrijdag 11 februari
Vandaag is weer zo'n dag die heel anders verloopt dan we van plan waren. We willen vanmiddag de abdij van
Thoronet, een plaats op een kwartiertje rijden, bewonderen, maar komen niet verder dan de parkeerplaats. De zon zou schijnen,
maar die legt het op twee minuten na af tegen de bewolking. Dat is niet erg, want het leven - en vooral een vakantie - moet
wat ons betreft niet al te voorspelbaar zijn en bovendien zijn we hier nog lang genoeg om nog veel meer zon en
bezienswaardigheden te zien.
Alleen blindegeleidehonden zijn welkom in de in bouwkundig opzicht wonderschone abdij en daarom gaan we onze soms
ongeleide projectielen eerst even lekker moe maken bij het Lac de Carcès. Er loopt een prachtig wandelpad over de westelijke,
ruim 15 km lange oever van het stuwmeer, waar niet op gevaren mag worden en alleen vissen in mogen zwemmen. Slechts een paar
mensen maken dezelfde wandeling als wij. Kanjer en Bikkel, die weer geheel hersteld is van zijn val van gisteren, hebben het
net als wij geweldig naar hun zin. Er staan geen bankjes, maar er liggen genoeg rotsen waar je lekker op kunt zitten en
van onder meer de rust, de watervogels en de toch nog zeer aangename temperatuur kunt genieten. De tijd vliegt voorbij
en we vertoeven er dan ook veel langer dan de bedoeling was.
Daardoor rijden we pas om kwart over vier de parkeerplaats van de uit 1146 stammende abdij op. Op een bord waarop je
kunt zien wat je voor je 7 euro entreegeld kunt verwachten, staat dat dat te laat is; de abdij van de kloosterorde van de
Cisterciënzers gaat in de wintermaanden
(hebben ze die hier dan?) om vijf uur dicht voor bezoekers, de rest van het jaar om half zeven. We kunnen nog tot half vijf
naar binnen, maar dat wordt rennen, vergelijkbaar met 'Europa zien in vijf dagen'. Dus komen we een keer vroeger terug.
Morgen willen we weer naar een meer. Lac Saint Croix en 'Le Plux Beaux Village de France' Moustiers Sainte Marie, waar we
op 18 december (en in een eerdere vakantie) ook zijn
geweest, maar toen lag er sneeuw en konden we niet bij de hoog boven het dorp gelegen kerk komen. Morgen wordt het hier weer
een enigszins bewolkte dag, maar daar moet de zon volop schijnen. Een prettige bijkomstigheid, temeer omdat we de komende
week lagere temperaturen, nauwelijks zon en mogelijk ook nog wat regen krijgen.
Nog even een paar foto's uit de voorraad die ik nog niet gebruikt heb.
We hebben hier in Lorgues een dagelijkse automarkt. Een strook groen langs de doorgaande weg, pal naast een rotonde.
fungeert als zodanig. Daar mag je kennelijk je auto te koop aanbieden. In het gras zetten, briefje erop en wachten op een
telefoontje van een geïnteresseerde. Het werkt kennelijk, want auto's staan er nooit langer dan twee dagen en we zien er
regelmatig mensen onderhandelen.
Aan de Cote d'Azur worden kennelijk veel boten cadeau gegeven. ,,Inpakken meneer?'' ,,Ja graag.''
Kijk toch eens wat een symbolische foto: Barbie is 'uit'.
Tot slot nog even het opmerkelijkste regionale nieuws van de dag. De kans bestaat dat er over een paar jaar geen
palmbomen meer aan de Cote d'Azur staan. Een medewerker van de plantsoenendienst in Nice heeft ontdekt dat een palmboom
in de haven is aangetast door een aantal rode kever. Ze zijn als de dood voor die beesten. ,,We wisten dat ze zouden komen,
de vraag was alleen op welke dag. Welnu, nu dus'', zegt de loco-burgemeester van Nice. Het dier verspreidt zich zo snel en
vreet zo om zich heen, dat als het zijn gang gaat, binnenkort ,,het beeld van Nice en de Cote d'Azur drastisch zal veranderen
omdat er geen palm meer zal staan'', zegt de loco in dagblad Nice Magtin. Een leger van honderd mensen gaat alle palmbomen nu
controleren en trachten het beest uit te roeien.
Zo heeft elk land z'n probleem: Egypte de erfenis van Murabak, de Cote d'Azur z'n rode kever.
Zaterdag 12 februari
Heb ik al eens geschreven dat als je ooit deze kant op wilt komen om vakantie te vieren, je maar het beste
op een half uurtje rijden van de kust, bij voorbeeld in de omgeving van Lorgues, kunt gaan zitten? Een van de grote voordelen
ten opzichte van de kust merken wij vandaag ook weer. Afgelopen week zijn we een paar keer in een half uur naar zee gereden
en vandaag doen wij er net zo lang over om bij het wonderschone, ten noorden van ons gelegen Lac de Saint Croix, de
indrukwekkende Gorges du Verdon en het pittorske tegen de rotsen geplakte plaatsje Moustiers Sainte-Marie te komen.
 Het contrast is enorm. Aan de kust is het ook in deze tijd van het jaar behoorlijk druk. In de omgeving van Saint Maxime
en Saint Tropez kun je buiten de spitsuren wel lekker doorrijden, maar tijdens de spits en in de centra is het er poepdruk. En
je moet wel heel zorgvuldig verborgen paadjes zoeken om bijna niemand tegen te komen. Maar ten noorden van ons heerst de
stilte. We komen op weg naar Moustiers Sainte-Marie nauwelijks auto's tegen, vooral niet als we voorbij de provincieplaats
Aups zijn. Dat betekent dat we in de bochten extra bedacht moeten zijn op eventuele tegenliggers, want vooral op rustige wegen
rijden Fransen steevast door de binnenbocht en halen ze ook in bochten in. Naarmate we dichter bij het in 1973 gecreëerde
stuwmeer - het op één na grootste van Frankrijk - komen, worden de bergen steeds hoger. Hier zijn ze rond de 1000 meter,
aan de kust rond de 200 meter, het Esterelgebergte bij Fréjus/Saint Raphaël niet meegerekend. Al na een half uur rijden
zien we het azuurblauwe meer liggen.
We rijden meteen naar het strand waar we in december in een dikke laag sneeuw reden. Nu is het ook wit, maar dan van
de stenen, het gruis en het zand die het strand vormen. Rode en gele struiken contrasteren er fantastisch mee. Net als toen
is er verder helemaal niemand. De zon schijnt uitbundig, het meer is onvoorstelbaar blauw en glashelder, de witte rotsen
aan de overkant weerkaatsen het zonlicht en lijken witter dan wit, de kalkrijke bergen zitten vol contrast en mystiek. We
horen niets, helemaal niets, zelfs geen auto in de verte, zelfs geen vogels, af en toe alleen gespetter en geslobber van
Kanjer en Bikkel, die zich prima vermaken in en bij het water.
Aan de overkant ligt een volkomen egale hoogvlakte van vele tientallen vierkante kilometers en achter ons liggen de
grillig gevormde bergen die de Gorges du Verdon omzomen. Schitterend! We vinden het hier minstens zo mooi als de kustlijn
bij de azuurblauwe zee, maar dat komt misschien doordat we iets met bergen hebben. Is 't het besef dat je als mens zo
nietig bent, is 't het spel tussen licht en donker, is 't de nevel die ertussen blijft hangen en bergen iets mystieks
geeft, is 't de kracht van de natuur waarmee ze gevormd zijn, is 't de intrigerende vraag hoe de wereld erachter eruit ziet,
is 't....
Na verloop van tijd rijden we iets verder. Uiteraard stoppen we even bij de ingang van de Gorges du Verdon, de Grand
Canyon van Europa, een 25 kilometer lange en op veel plaatsen 700 meter diepe kloof, de grootste van Europa en de één na
grootste ter wereld. Je moet er een dag voor uittrekken om via de slingerweg op grote hoogte rondom te rijden - dat hebben we
in eerdere vakanties al een paar keer gedaan op zowel een motor met zijspan als in een auto - dus wij laten hem rechts (en
op de terugweg links) liggen.
Als we een eindje voorbij de ingang van de kloof, waar het 's zomers barst van de kano's en rafters, zijn en nog even
uit de auto stappen om van het uitzicht te genieten, valt ons weer op dat de kleine ook geniet van vergezichten. Hij kan
tijden in de verte turen en zoeken en ruiken en luisteren. Misschien komt dat wel omdat hij nog niet zo heel vaak in de
bergen is geweest. En misschien hoopt hij ook wel ergens in de verte een kat te zien. In ieder geval doet hij ons denken
aan onze Spetter, die uren op een berg kon liggen kijken en echt genoot van het uitzicht.
We rijden nog een paar kilometer verder naar Moustiers Sainte-Marie, waar we naar de hooggelegen Notre Dame de Beauvoir
klauteren en stoppen op de terugweg nog een keer bij het Lac Saint Croix.
Op weg naar huis staat ons nog een zeer onaangename verrassing te wachten. Maar daarover en over ons bezoek aan het
pittoreske Moustiers Sainte-Marie, kun je morgen alles lezen.
Wordt vervolgd, dus.
Hier vind je al wel een foto-impressie van het schitterende
Lac Saint Croix.
Zondag 13 februari
Enfin, we rijden dus verder naar Moustiers Sainte-Marie, een van de Plus Beaux Villages de France in de
Alpes de Haute Provence. Het dorpje is tegen een berghelling geplakt en dankzij een Italiaanse monnik, die in de 17de eeuw
een plaatselijke pottenbakker het recept leerde voor een bepaald soort keramiek, bekend dankzij het faience, dat een beetje
op Chinees porselein lijkt. En dankzij de hoog boven het dorp gelegen, 12de eeuwse Notre Dame de Beauvoir, ons doel van
vandaag (=gisteren).

Daar wilden we in december ook heen, maar toen lag er sneeuw en dan is het vrijwel onmogelijk het pad naar boven te
belopen. Ook nu valt het niet mee. Niet eens zozeer door het stijgingspercentage, als wel door de schots en scheef liggende
gladde keien die 262 treden vormen. Maar die stenen liggen er dan ook al meer dan zestien eeuwen.
 Er staan twaalf afbeeldingen van de
kruisweg langs het pad en onderweg kom je langs ruïnes van de beschermende muren. Gelukkig ligt het grootste deel van
de klim in de schaduw. maar halverwege vraag ik me toch af waarom veel van die verdomde kerken altijd zo hoog boven dorpen
liggen. Ik heb begrepen omdat de kerkgangers de klok dan tot ver in de valleien kunnen horen, maar ik denk wel eens dat dat
is omdat de hoge omes uit de kerkelijke wereld vonden dat de kerkgangers er wat voor over moeten hebben om ter kerke te
gaan. En ze zijn zo dichter bij hun Heer hè. Maar ouden van dagen dan? Die kunnen hier toch niet boven komen? Nou weet
ik wel dat er ooit iemand was die een loodzwaar kruis met zich moest meetorsen, maar die was een heel stuk jonger.
Maar niet zeuren, lopen. En dus staan we na een minuut of twintig boven, bij het kerkje, waar een
paar mooie cipressen voor staan en je een prachtig zicht hebt op het dorp met z'n dicht bij elkaar staande huizen
met rode daken en het dal. Het kerkje, dat gebouwd is op de plek van een in de 5de eeuw gebouwde kapel en in de 12de en 16de
eeuw is gerestaureerd, stelt op zich niet zo veel voor, maar ademt wel een rijke historie.
Op de terugweg steelt de kleine nog even de show als hij tegen een muurtje gaat staan om te kijken of hij ergens in het
dorp een kat kan ontdekken.
Op de terugweg gaan we nog even bij het meer zitten. Maar het begint iets te waaien, de wind komt over het meer en
voelt door het koude water fris aan. Dus besluiten we naar huis te gaan, om thuis nog even lekker van de zon te genieten.
Als we een beetje doorrijden, kunnen we nog een uur op het terras zonnen. Het is een mooie, brede, glooiende weg die naar
het zuiden leidt, dus ik zet een stevig tempo in.
Te stevig dit keer. Want een paar kilometer voor Lorgues, op een brede, mooie, glooiende weg waar behoudens dementerende
bejaarden iedereen dik boven de 100 km/uur rijdt, staat ineens een politieman midden op de weg te zwaaien. Hij wijst naar
een zijweggetje. Als ik dat opdraai, zie ik radarapparatuur staan. De motorrijder die al een paar kilometer achter me reed,
is ook de pineut. Ik laat m'n raam zakken, waarop de agent een heel verhaal afsteekt. Ik versta er geen snars van, mede
doordat Kanjer zijn kop naast mij uit het raam steekt en zacht begint te grommen en te knorren. Maar ik neem aan dat de agent
m'n papieren wel zal willen zien. Klopt. Als hij ze heeft, vraagt hij of ik even wil meelopen naar het politiebusje. Het
lijkt wel of hij er spijt van heeft dat hij me heeft laten stoppen, want ik ben een buitenlander en moet ter plekke
afrekenen. Dat betekent dat hij ter plekke de administratie moet bijwerken. En dat heeft hij kennelijk nog nooit bij de
hand gehad. Hij zoekt zich wezenloos naar een boekje en als hij dat eindelijk heeft gevonden, bladert hij eindeloos tot
hij een velletje heeft gevonden waarop hij een enorme hoeveelheid gegevens moet invullen. Hij laat me meteen zien wat de
schade voor mij bedraagt: 45 euro. Ik zal rond de 110 km/uur gereden hebben. Ik geef hem meteen 50 euro, maar hij heeft
geen wisselgeld bij zich. Zijn vrouwelijke collega doorzoekt al haar zakken en vist er uiteindelijk een verfrommeld briefje
van 5 euro uit.
Het invullen van de kwitantie kost de man een kwartier. Regelmatig vraagt hij mij feitelijke gegevens die op de papieren
staan en zijn vrouwelijke collega hulp en advies. Hij houdt zijn gezicht in de plooi, kijkt er heel serieus en
geconcentreerd bij. Ik kan af en toe een lach niet onderdrukken. ,,Grand travail hè'', zeg ik schamper. ,,Oui, grand
travail'', lacht hij en hij lijkt meteen ontdooid. Trudy maakt inmiddels tot groot plezier van de motorrijder en zijn
vriendin wat foto's.
Als de agent eindelijk klaar is, de drie doorslagjes heeft vergeleken met het origineel, lang heeft zitten dubben welk
exemplaar hij nou aan mij moest geven en mij het bewijs van betaling heeft overhandigd, zegt hij 'bonjour monsieur' en wil
hij zijn spullen opbergen. Maar zo makkelijk komt hij niet van me af. Ik steek mijn hand uit. Hij kijkt me verbaasd aan,
maar pakt dan toch enigszins aarzelend mijn hand. ,,Au revoir monsieur, bon journee'', wens ik hem. ,,Merci monsieur, bon
journee'', zegt hij lachend.
Vijf minuten later zitten we thuis in de zon.
En het is alsof de duvel ermee speelt, maar vandaag word ik weer door een politieman naar de kant gedirigeerd. Maar dat
lees je de komende week.
|