Maandag 21 februari

We maken hier wonderlijke zaken mee. Het is af en toe bij de wilde beesten af. Vanmiddag wandelen we bij het nabijgelegen Chateau la Martinette en genieten we van de schitterende omgeving en het dito korte-broekenweer. We lopen op een brug over een rivier en zien een bord dat aangeeft dat daar achter privéterrein ligt waar we niet gewenst zijn. Even later begrijpen we heel goed waarom. In een weiland zien we twee kerels met de koppen tegen elkaar staan. Anderen kijken geamuseerd toe. ,,Kijk eens, homo's'', zeg ik gekscherend. En verdomd, het is nog waar ook. Want even later zijn we getuige van ruige seks in het openbaar.

Het begint met wat geaai en gevrij en andere liefkozingen. Tot ze ons in de gaten krijgen en zich heel even gestoord in hun doen en laten voelen. Maar al gauw besluiten ze zich niks van ons aan te trekken en gaan ze verder waar ze gebleven waren. Ineens staan we naar keiharde porno te kijken. De ene man bespringt de andere en probeert hem van achteren te penetreren. Maar de andere man is daar niet van gediend en schudt de belager van zich af. We hebben geen zin om voyeurs uitgemaakt te worden en wandelen dus maar gauw terug naar het chateau. Als we zoiets willen zien, gaan we wel naar Cap d'Agde.









Het doet me denken aan een tafereel dat we enkele decennia geleden eens in Oostenrijk hebben gezien. We liepen met familie te wandelen langs een rivier en zagen aan de andere kant een stel spiernaakt boven op elkaar liggen. ,,Kijk eens joh, die vent geeft die meid een beurt in de vrije natuur'', constateerde m'n zwager. ,,Moet je zien hoe hij tekeer gaat.'' We moesten er nogal om lachen en dat hoorde het wippende stel. Ze reageerden daar op door te gaan staan en te zwaaien. Bleken het twee 'kerels te zijn. Nooit vergeet ik het gezicht dat m'n zwager toen trok.

Enfin, een eindje verder komen we een lijk tegen. Er ligt een dood schaap aan de rand van de wijngaard. De kudde die we al eerder zijn tegengekomen heeft hier gelopen en kennelijk heeft er een het loodje gelegd. Eigenlijk verbaast me dat niets, want afgezien van hun vacht zagen de dieren er erg ongezond uit. Bij ons zou de dierenbescherming - of tegenwoordig: dierenpolitie - al lang ingegrepen hebben, maar ik betwijfel of ze hier ook iets dergelijks hebben. Dierenwelzijn staat hier voor een smakelijk stuk vlees.

Nee, dan heeft het AD vandaag leuker nieuws. Brad en Angelina schijnen zich definitief bij ons in de buurt te gaan vestigen. Ze hebben een eindje verderop een chateau waar ze volgens het AD permanent gaan wonen. Ze schijnen al regelmatige bezoekers te zijn van het restaurant van truffelkoning Bruno in Lorgues. Zaterdag waren we al in de buurt van een van de buitenverblijven van David Beckham en z'n sprekende pop en vorige week reden we vlak langs een van de chateaus van Johnny Depp. Die lui weten ook wel waar het mooi is.

Vanavond worden we alweer achtervolgd door een hond. Alweer, omdat gistermiddag drie blaffende Pyrenese berghonden op ons af kwamen rennen. Ze hadden buitengewone belangstelling voor Kanjer en Bikkel, maar sloegen op de vlucht toen Kanjer zich groot maakte en grommend en blaffend duidelijk maakte dat ze moesten oprotten.
Vanavond is het een Sint Bernhard die achter ons aan komt. Bikkel loopt achteraan en merkt hem het eerst op. Die kleine is geen held en begint meteen te blaffen. Niet naar die Fransman, maar naar Kanjer: HELP!!! Kanjer draait zich om, zet een paar stappen in de richting van het opdringerige figuur, blaast zich op en blaft twee keer in het Frans 'Donder op!' De boodschap komt over, want de Sint Bernhard schrikt, aarzelt, taxeert zijn kansen, draait zich om en loopt weg. Dat is maar beter ook voor hem, want op de foto hieronder kun je zien wat Kanjer heeft overgelaten van een rottweiler.





Dinsdag 22 februari

Het komt er dan eindelijk van: we gaan vandaag naar de Adbij van Thoronet. Na twee tevergeefse pogingen bezoeken we het ongeveer 900 jaar sterke staaltje van bouwkunst. Maar eerst gaan we vanmorgen naar de markt, onder meer om boerenkip te halen die we bij de brunch eten. Het is ook vandaag weer een markt met een sterke regionale functie en dus is het er hartstikke druk. We horen er veel Engels praten, maar spreken ook nog wat Nederlanders.

,,Dat zijn geen echte Mechelse herders'', zegt een vrouw tegen wat kennelijk haar vriendin is. ,,Klopt, het zijn geen raszuivere Mechelaars'', zeg ik tot haar verrassing. Als de vrouw is bekomen van de schrik, meldt ze dat ze dat gezien had aan de koppen van Kanjer en Bikkel. ,,Te dik, te grof'', zegt ze, terwijl ze naar het slanke koppie van Bikkel wijst. ,,Maar hij heeft wel een echte Mechelse-herderkop, hij heeft alleen de ogen van een wolf'', reageer ik. ,,Hij heeft wel een dikke kop'', wijs ik naar Kanjer.
Enfin, de vrouw heeft ook een Mechelse herder gehad, een teefje, dat 16 jaar is geworden. Dat biedt hoop.

Elke markt heeft een 'leugenbankje' waar oudere heren elkaar ontmoeten om nieuwtjes uit te wisselen

Kippen, konijnen en andere gevilde beesten liggen in een ongekoelde vitrine met de kop er nog aan

Even later valt een vrouw ons bijna in de armen van enthousiasme. Ze heeft ons Nederlands horen praten en is hier een weekje op vakantie. Maar ze heeft enorm veel heimwee naar haar hond, een labrador, die niet mee kon op vakantie. ,,Hij kon er niet meer bij in de auto'', treurt ze. Ze belt elke dag naar de oppas om te vragen hoe het met hem is. Ze heeft ook een Mechelse herder gehad en gaat meteen door de knieën om met Bikkel te vrijen. In gedachten is ze ongetwijfeld bij haar labrador. ,,Aan jullie kleur te zien, zijn jullie hier al veel langer dan een week'', zegt ze vol jaloezie. Als ze hoort dat we hier al sinds begin november zitten, wil ze meteen van de hoed en de rand weten. ,,Dat wil ik ook! Ik droom er van om hierheen te gaan.'' Maar haar man niet. ,,Ik niet, ik ben organist in een kerk en daar wil ik niet mee stoppen.'' Tja, de één kan niet zo lang weg vanwege kinderen of kleinkinderen, de ander niet vanwege vrienden en vriendinnen en hij niet vanwege zijn kerkelijk werk. Alsof hier geen kerken met orgels zijn. Dat vindt zij ook. ,,Dan neem je je kerk maar mee.'' ,,Maar mijn parochianen kunnen me niet missen.'' Joh, als je een maandje weg bent mist niemand je meer. Nou ja, je moet het zelf weten.





Vanmiddag wandelen we eerst even met de jongens naar de door de nonnen van de kloosterorde van Bethléhem gebouwde kerk, waar we ook op maandag 10 januari zijn geweest. Er is kennelijk net een bijeenkomst geweest, want een non in een wit gewaad ruimt wat spullen op als we boven op de publieke tribune zitten. Daarna verdwijnt ze via een zijdeur achter metershoge muren van het klooster. Ze stelt het vast niet op prijs als ik haar fotografeer, dus ik beheers me, hoewel de verleiding groot is.
Ik vind het eigenlijk niet meer van deze tijd dat mensen zo volstrek gescheiden van de buitenwereld leven en totaal niet weten wat zich buiten die muren afspeelt. Een wonderlijke gedachte dat ze niet eens weten dat het Midden-Oosten en het gebied ten zuiden van de Middellandse Zee in brand staat. Ze zijn gevangenen van hun geloof en kennen de geneugten van het leven niet. Die zijn ten strengste verboden. ,,Meid, je moest eens weten....'' Maar goed, ieder het zijne.




En dan betreden we eindelijk het domein van de kloosterorde van de Cisticiënzers. Soberheid en eenvoud zijn hier troef en waren dat ook bij de bouw die in 1146 begon. Ze hebben er 150 jaar over gedaan om het gehele complex te bouwen. Dat kunnen we ons voorstellen als we de enorme pilaren en blokken steen zien waarvan de gebouwen zijn opgetrokken en ons daarbij realiseren dat alles met de hand gemaakt is. Sta er maar eens bij stil dat ze vroeger geen hijskranen, slijp- en boormachines, tractoren, graafmachines en dergelijke hadden. De bouwstijl wordt gekenmerkt door de ongelooflijk smalle droge voeg, waardoor alle stenen tot op de millimeter nauwkeurig op elkaar moesten aansluiten. Er is nog geen splinter hout in het gehele complex verwerkt. Een hamer was dus niet nodig en, zo bedenk ik, daardoor liepen ze ook niet het risico dat ze op hun duim in plaats van op de spijker sloegen en spontaan een stevige vloek uitten. De monnikken die hier woonden en werkten - ze leefden van wijn- en olijfolieverkoop - leefden in volstrekte armoede en mochten geen enkele vorm van luxe hebben en dus zie je ook nergens tierelantijnen of versieringen. De torenhoge kerk heeft een geweldige akoestiek met een elf seconden durende nagalm. ,,Beminde gelovigen, hier spreekt Saint Jean. Ohoooho!'' blijft maar tussen de muren weerkaatsen. We hebben mazzel, want een jonge bezoekster met een weergaloos mooie zangstem en de X-factor zingt een psalm om de akoestiek en galm te testen. Betoverend mooi.
We zwerven ongeveer een uur door de gebouwen en de directe omgeving en lezen in Nederlandstalige folders allerlei bijzonderheden over de gebouwen en de monniken. Een paar dingen vallen me op:
er is een kapittelzaal waar de monniken ,,problemen uit het kloosterleven'' bespraken en verder mochten ze alleen praten in de ontvangstzaal. Wat voor problemen zouden ze daar in die kapittelzaal te bespreken hebben gehad? Over het celibataire leven? ,,Ik had vanmorgen bij het wakker worden kennelijk een zondige gedachte, want...'' Afgezien van de kerk waarin ze Gregoriaanse gezangen vertolkten, was het verder overal elders in het complex mondje dicht. Wat een saaie bedoening.
Ze deden alles samen en sliepen ook in een gezamenlijke slaapzaal. Er zal er maar een naast je liggen die vreselijk snurkt. De lekenbroeders mochten niet meevergaderen, hadden geen stem in het kapittel. Ze moesten ook door een aparte ingang de kerk in en sliepen in een aparte ruimte. Het waren meestal eenvoudige burgers die hun leven lang lekenbroeders bleven en nooit 'hogerop' kwamen. De monniken kwamen meestal uit aristocratische milieus. Dus ook hier was een feodaal stelsel, een puur kastensysteem. De monniken predikten eeuwenlang armoede, maar op een gegeven moment bezat de abdij wel duizenden hectares grond.

Nou ja, als je meer over de abdij wilt lezen: cliquez ici.

Hieronder wat plaatjes.











In een winkel van de abdij kun je souvenirs kopen, waaronder dit beeld. Als je ziet hoe lief deze twee monniken naar elkaar kijken, kun je maar één conclusie trekken: die zijn gek op elkaar, Dat moeten homo's zijn. Kortom: 'Herenliefde in een abdij'. Mooie titel voor een boek.




Woensdag 23 februari

Onze auto is nog kletsnat als we instappen om naar de wijngaard, bakker en supermarkt te rijden. Als de ruitenwissers zwiepen, zien we pas dat het vocht sneeuw is. Bovendien waarschuwt de boordcomputer voor slipgevaar door bevriezing van natte weggedeelten. Maar toch zitten we een uurtje later al weer lekker in de zon te ontbijten.

In de wijngaard stopt een auto bij ons. Het is de immer vriendelijk lachende man die ons een paar weken geleden waarschuwde dat er regelmatig een schaapskudde bij het chateau zou lopen. Nu waarschuwt hij ons weer: ,,Let op met uw honden, er liggen daar dode schapen'', zegt hij, terwijl hij wijst naar de plek waar we eerder deze week een dood schaap hebben gezien en waar we nu geblaat en geblaf horen. Daar blijven we voorlopig wel uit de buurt, maar problematischer lijkt het ons dat overal op de weg en in de berm schapenkeutels liggen en daar willen de jongens de tanden nog wel eens in zetten. Tien minuten eerder zag Bikkel er nog een lekker hapje in en konden we met een brul voorkomen dat hij de stront zou eten. We moeten dus donders goed oppassen dat de jongens niets eten.

In de supermarkt, waar het vanmorgen opvallend druk is, komen we de brutaalste vrouw van Lorgues tegen. We sluiten aan bij een rijtje van vier wachtenden en staan achter een blonde vrouw met een kar vol boodschappen. Maar ineens dringt een vrouw met een strontchagrijnige kop en alleen een boodschappentas in de hand voor. Ze komt van de zijkant aanlopen en wurmt zich zo tussen de kar van de vrouw voor ons en een man die daar voor staat. Hondsbrutaal en boos kijkt ze de blinde vrouw aan. Die kookt inwendig, kijkt woest terug en duwt de vrouw met haar kar opzij. Tegelijkertijd doet ze twee stappen naar voren. De voordringster heeft geen keus en kan alleen maar snel opzij. Wij bedenken ons ook geen moment en zetten onze kar bijna tegen de kont van de blonde vrouw. Even denken we dat het matten wordt tussen de twee vrouwen, maar dan loopt het stuk chagrijn naar een andere kassa. Tot grote hilariteit van de blonde vrouw en ons zet de caissière een bordje 'fermer' op de band als ze aan de beurt denkt te zijn: de kassa gaat dicht. Woedend beent het chagrijnige mens naar een andere kassa, waar ze achteraan sluit. Als nog meer mensen naar de kassa's lopen, gaat het bordje 'fermer' weer weg. Als blikken konden doden, hadden de blonde vrouw, een caissière en wij het niet overleefd.

Vanmiddag wandelen we weer eens door Gassin, een Plus Beaux Village de France met louter smalle straatjes en steegjes en een wonderschoon uitzicht op de baai van Saint Tropez, en door Saint Tropez.





Daar is duidelijk te merken dat het vakantie is. Het is er veel drukker dan anders. We wandelen door de haven, waar drie gele watervliegtuigen tot drie maal toe rakelings boven de hoogste masten van de schepen vliegen, een eindje langs de zee, een stukje langs een begraafplaats pal aan zee en vervolgens een heuvel op naar een citadel, van waar we een mooi uitzicht hebben op de baai en het dorp. Op de terugweg word ik bijna bedwelmd door een man die zojuist zestien tenen knoflook gegeten moet hebben. Hij laat een spoor van vele meters achter. We overwegen een biertje op een terras aan de haven te drinken, maar omdat ze voor een klein glaasje van 25 centiliter bier 6 euro vragen, zien we daar van af. Dat drink ik er niet aan af. Bovendien krijg ik voor dat geld maar twee slokken. We hebben thuis nog een vaatje Heineken koud staan en dat smaakt me, zeker bij de terraskachel, veel beter. Bovendien tap ik al gauw veel meer dan een kwart liter. Ter compensatie besluiten we deze week naar een chateau te gaan om ons te laten voorlichten over het maken van wijn, gratis wijn te slurpen bij de proeverij en een doosje flessen aan te schaffen.
Onderweg roven we nog een emmer vol bloeiende mimosa.







Een huis met een tennisbaan als dak en uitzicht op de baai van Saint Tropez en aan de overkant Sainte Maxime.





Donderdag 24 februari

Jawel, vandaag is de Grote Dag. We gaan Wijn Slurpen bij Chateau de Berne. Het domein even buiten Lorgues is 600 hectare groot, waarvan 80 hectare wijngaarden. Het bedrijf produceert per jaar zo'n half miljoen flessen witte en rode wijn en rosé en daar willen als souvenir ook een paar flesjes van hebben.

Maar eerst wandelen we nog een keer door het mooie parkje van Villecroze, een buurdorp waar ze een paar grotwoningen hebben. We wandelden daar ook op zaterdag 27 november, maar toen viel er een behoorlijk pak sneeuw. Nu is het wisselend bewolkt en droog. En dan ziet de wereld er toch heel anders uit dan in een sneeuwstorm.






Vervolgens rijden we nog even door naar het 5 kilometer verderop gelegen Tourtour, een Plus Beaux Village de France waar we ook al enkele keren eerder zijn geweest. Het lijkt wel of dat dorp altijd in de zon ligt. De krent bloeit er al volop.


En dan is het zo ver: we gaan wijn proeven bij het chateau waar we al verschillende keren Kanjer en Bikkel hebben uitgelaten en door de wijngaarden hebben gezworven, onder meer nog op maandag 6 december. De 'cave' is een winkel met een wijnproeverij; je bestudeert wat flessen, onthoudt wat je wilt proeven en begeeft je naar een bar, waar je je wensen ventileert bij een dame, die glazen, flessen en een mandje met kleine stukjes stokbrood pakt en de glazen vervolgens met een flinke scheut wijn vult.

De winkel verkoopt van alles: olijfolie, lekkere luchtjes en zeep, serviesgoed, flessenopeners, meubels, glazen stopjes, notitieblokjes, petten, klokken en nog veel meer. Maar wijn vormt natuurlijk de hoofdmoot. Daar komen we per slot van rekening voor. De prijzen variëren van een habbekrats tot honderden euro's voor een fles, de inhoud van de flessen van een halve tot negen liter. Ik ben er helemaal voor in de 'mood', hier verheug ik me al een tijd op. Het leuke van de 'dégustation' vind ik dat ik helemaal geen wijn drink, ik houd er niet van, vind het niet lekker. Maar ik heb wel twee boeken van wijnboer Ilja Gort, Het Wijnsurvivalboek en Slurp, gelezen en goed onthouden hoe je wijn moet proeven. Ik kom dus beslagen ten ijs, ga me hier even presenteren als een gerenommeerde vinoloog.

We zijn met z'n vieren - familieleden zijn hier een paar dagen op vakantie. Eén van ons vieren houdt van zoete wijn, één houdt absoluut niet van zoete wijn en nummer drie drinkt slechts zelden wijn, maar als hij dat wel doet, giet hij er van alles in. En ik dus. Maar we slagen er toch in twee betaalbare wijnen te kiezen die we wel eens willen testen.
Dus staan we een paar minuten later aan de toog met alle vier een glas wijn in de hand. De andere drie ruiken even, nemen een slok, spoelen het vocht even door de mond en slikken het dan door. ,,Hmm, lekker!'' Amateurs! Nee, dan ik.
Ik neem het steeltje van het glas tussen duim en wijsvinger en wals de wijn in een cirkelende beweging door het glas. Zo komt het aroma los. Ik houd het glas even tegen het licht om de stroperigheid en helderheid te beoordelen. Vervolgens houd ik het glas al walsend onder m'n neus. Ik heb geen idee wat ik ruik, maar het ziet er wel lekker professioneel uit. De anderen nemen inmiddels hun tweede slok. Ik ben nu pas toe aan de dégustation. Ik tuit mijn lippen, zuig lucht en slurp de wijn naar binnen. Ik maak een geluid alsof ik met een rietje de laatste rest schuim uit een bierglas zuig. Doordat het vocht samen met zuurstof bij de smaakpapillen komt, ontploft het aroma en proef je de wijn het best. Ik spoel het sap door mijn mond om het langs al mijn smaakpapillen te leiden en maak wat kauwende bewegingen. Dan slik ik de wijn bedachtzaam door. Ik maak nog wat kauwbewegingen, wals de wijn weer door het glas, houd mijn neus weer boven de wijn, houd de wijn nog eens tegen het licht en mompel wat. Aan al deze rituelen herkent men de meesterproever. De dame achter de toog heeft de ware vinoloog al lang herkend en erkend. Ze biedt me een bak aan waarin ik wijn kan uitspugen. Maar dat is tegen m'n principe. Nee, daar is deze wijn te goed voor! De anderen hebben hun glas al leeg als ik m'n tweede slok neem. Als ik aan m'n derde toe ben, schuift de dame de lege glazen van de anderen naar zich toe om ze met een andere wijn te vullen. Ze klokken meteen weer wat naar binnen. ,,Hmm, wel lekker.'' Maar ook: ,,Deze vind ik minder lekker.''
En ik? Na de eerste slok uit de eerste fles denk ik: 'Dat spul is niet te zuipen', na de tweede 'Lekker is anders, geef mij maar bier' en na de derde: 'Ach, voor wijn valt het best mee''.
Ik neem eerst wat stukjes stokbrood om de smaakpapillen te neutraliseren. Vervolgens herhaal ik de rituelen van de eerste dégustation bij de tweede fles. Hmm, deze begint te smaken.
De dame heeft nog een derde fles waarvan ze wat in de glazen giet. Ik wacht even met proeven, om de duur en aard van de nasmaak te testen en die vervolgens opnieuw te neutraliseren met stokbrood.
Maar die derde is zoals ik wijn altijd heb gevonden; niet te zuipen. Veel te pittig, veel te kruidig, veel te sterke nasmaak. Met pijn en moeite giet ik de drie slokken er ritueel in.
De wijndrinkers onder ons zijn er al uit: het wordt de eerste. Ik zou voor de tweede hebben gekozen, maar ja, ik houd het bij deze proeverij en zal er niks van drinken. We nemen twaalf flessen mee. Thuis ga ik meteen weer aan het bier. Maar ik neem me ook meteen voor om dit binnenkort te herhalen bij het Chateau la Martinette, waar we elke morgen met de jongens wandelen.







Het door ons ongebruikte spuugbakje

Morgen sla ik vermoedelijk over in dit dagboek. We gaan 's middags naar zee en 's avonds in een restaurant aan het water eten. Vermoedelijk zijn we te laat terug om nog wat in het dagboek te zetten.



Zaterdag 26 februari

Het is afgelopen zondagavond. De telefoon gaat. ,,Op welk nummer zitten jullie?'' Familie staat boven, op de kruising van de Chemin de Peirouard en het doodlopende zijweggetje waaraan La Grande Forêt ligt. Met een camper, waarvoor de kruising maar net breed genoeg is om ermee te manoeuvreren en 'onze' oprit niet veel steiler had moeten zijn. Een volslagen, zeer aangename verrassing. Vanmorgen zijn ze na een ,,superweek'' in deze ,,geweldige vakantievilla'' weer vertrokken, met achterlating van wat bandenrubber op het asfalt en een heleboel leuke herinneringen.

Het weer was afgelopen week Provencaals; we hebben slechts één dag niet buiten kunnen ontbijten. Op alle andere dagen was een korte broek voldoende, mede doordat La Grande Forêt erg beschut en zonnig ligt. Op een aantal avonden hebben we heerlijk buiten gezeten, op een overdekt terras met een lekker warme terraskachel, een vaatje bier en glaasje rosé en/of wijn. Nieuw voor ons was donderdag het bezoek aan Chateau de Berne, waar we zo gefixeerd waren op een proeverij en het aanschaffen van een paar dozen wijn, dat we kats vergeten zijn de wijnkelders te bewonderen. Dat gaan we binnenkort samen alsnog doen, de familie moet het net als de bezoekers van dit dagboek met de foto's doen.

Gistermorgen en een deel van de middag hebben we vooral van de zon en La Grande Forêt genoten en in de namiddag zijn we naar de kustplaatsen Fréjus en Saint Raphaël gegaan, wandelen in de haven van Fréjus, op de boulevard en het strand en eten aan zee, in de haven van Saint Raphaël. Het is daar volop vakantietijd in de restaurants, bars en het casino. 's Middags was de lucht ten oosten en zuiden van beide plaatsen pikdonker en in het westen blauw, maar het bleef ondanks een zachte oostenwind droog. De ondergaande zon kleurde het zand van het strand van Fréjus en de gebouwen van Saint Raphaël sprookjesachtig.





Niet al onze gasten zijn vertrokken. Er is er een met een lengte van 8 centimeter die hier al net zo lang zit als wij en zich deze week weer eens liet zien.



Met onze familie is ook het mooie weer vertrokken. Vandaag is het de hele dag bewolkt. Gisteren voorspelden ze voor vandaag wat regen en de dagen daarna droog en zonnig weer, maar vanavond zeggen ze dat er vanaf morgen op een flink aantal dagen achtereen regen gaat vallen. Dat komt slecht uit, want wij willen de komende dagen juist de tuin in voor snoei- en maaiwerkzaamheden.

Gistermorgen weer een mooi staaltje van 'pas de problème'. We rijden over het smalle geasfalteerde weggetje naar 'onze' wijngaard en komen onderweg een graafmachine tegen die op straat staat maar keurig aan de kant gaat als wij naderen. We wandelen een eind met de jongens en op het moment dat we weer bij de auto zijn, rijdt een Nederlandse vrouw met haar honden terug richting bebouwde kom. Zij moet ook langs de graafmachine. Als we de graafmachine naderen, zien we dat die een geul in de weg heeft gegraven, kennelijk om een buis van de ene kant van de weg naar de andere kant te leiden. Om de Nederlandse verder te kunnen laten rijden, hebben ze een stalen plaat over de geul gelegd. Uit de verte zien we dat de machinist die plaat er net af haalt en de grijper weer in het asfalt zet. Dan ziet de machinist ons. Hij pakt de plaat op en legt die weer over de geul. Een collega van hem veegt de brokken asfalt weg die ernaast liggen, zodat we daar niet overheen hoeven te rijden. We rijden probleemloos met de duim opgestoken over de plaat. In onze spiegels zien we dat de machinist de plaat er weer af haalt. Dan moeten we even goed opletten, want er nadert een tegenligger. Uit een lange oprit komt de postbode rijden. Dat betekent dus dat de plaat er weer twee keer af moet. Dat is dus vijf keer binnen vijf minuten. Pas de problème, want vanmorgen is de geul met nieuw asfalt gedicht.

Vanavond tijdens de wandeling door het dorp vallen ons talrijke affiches op van restaurant Bruno. Hij wil dit weekend een beetje aan de weg timmeren in z'n eigen dorp en heeft een aanbieding. Vandaag en morgen wil hij onze smaakpapillen verwennen met 'tapis' uit allerlei landen waar in culinair opzicht weinig over bekend is. Je krijgt de hapjes met niet minder dan 70% korting, meldt het affiche. Helemaal onderaan staat de (normale?) prijs: 150 euro.

We hebben deze week heerlijke, pittig gekruide pizza's gehaald. Kosten: 8 euro per stuk.



Zondag 27 februari

Gek is dat: we zitten hier nu zo'n vier maanden met z'n vieren en vinden dat prima. We prijzen ons wel gelukkig dat er zoiets bestaat als email en telefoon om contact met familie en vrienden te onderhouden en zouden er absoluut niet rouwig om zijn geweest om de volle periode zonder privébezoek door te brengen. Maar gisteren hadden we na het vertrek van twee familieleden toch een enigszins leeg gevoel. Het was lekker om weer eens een paar dagen tegen een ander in onze moerstaal te kletsen en beregezellig om samen met dierbaren van het mooie weer en dit domein te genieten en op pad te gaan.

We waren ook hartstikke blij dat we niet mee terug hoefden. Maar dan zwaai je ze uit en laten ze toch een leemte achter. En een fraai stilleven, dat we vandaag vonden.



Maar dat lege gevoel was gisteren. Vandaag roept onze plicht als beheerders van La Grande Forêt ons. Twee tv-metereologen en twee internet-weerstations hebben voor vandaag regen en een lucht vol bewolking voorspeld. De twee internet-weerstations en het weerkaartje in dit dagboek bevestigen dat vanmorgen nog eens. Een tegenvaller, temeer omdat we ons voorgenomen hebben vandaag in de 5000 vierkante meter grote tuin te werken. We prijzen ons dan ook gelukkig als we vanmorgen in de stralende zon de jongens kunnen uitlaten in de olijfboomgaard van Chateau La Martinette. Als we zitten te ontbijten, is het nog steeds heerlijk weer. Dus we trekken werkkleding aan en gaan toch maar de tuin in. En daar zijn we het grootste deel van de dag in de brandende zon aan het werk. Er zijn wel wat wolken, maar die zitten niet tussen ons en de zon. Halverwege de middag ben ik op het warmste plekje van de tuin aan het werk en breekt het zweet me uit. Wonderlijk, want onze ervaring met Franse (en vooral Zwitserse) metereologen is dat als zij voorspellen dat het morgen van vijf over vier tot kwart over vijf gaat regenen, je morgen om vier minuten over vier je paraplu vast kunt opsteken. Er zijn dus drie mogelijkheden:
    - de Franse metereologen zijn vervangen door Nederlandse collega's;
    - we hebben zo veel uitstraling dat de wolken in onze buurt er door oplossen;
    - Lorgues heeft een microklimaat waardoor de weersverwachting voor deze streek niet op dit dorp van toepassing is.
Ik stort me vol elan op de olijfbomen, als ik het goed heb, achttien stuks. Aan een aantal zaten dit jaar helemaal geen olijven, aan een aantal zaten er wel wat maar niet overdreven veel en enkele andere zaten boordevol olijven. Dat moet beter kunnen en een goede snoeimethode kan daarbij een handje helpen. Maar hoe doe je het goed? Internet staat vol tegenstrijdige adviezen: van alles terugsnoeien tot de stam (zoals bij een knotwilg) via 'vormsnoeien' (wat dat dan ook moge zijn), alleen de hangende takjes weghalen tot alleen de rechtop staande takken er af zagen. Een advies is ook alle takken tot 20 centimeter van de stam terugsnoeien. En we lezen ook dat een tak nooit twee jaar achtereen olijven produceert. Dan moet je wel weten welke tak dit jaar een goede oogst gaf en met touwtjes of iets dergelijks gaan werken om takken te markeren, maar ja, dat lazen we pas nadat de olijven al tot olie waren vermalen. En we hebben nog nooit een olijfboom gezien waarvan de takken gemerkt waren.
En het tijdstip waarop je ze moet snoeien? Volgens de mensen die er verstand van denken te hebben en er iets over op internet hebben gezet, moet dat beslist in het najaar, terwijl anderen zeggen dat het voorjaar de beste tijd is en een derde beweert dat het 't hele jaar door kan. Roept u maar!
Dus hebben we na de oogst in december al besloten het tijdstip en de kunst van het snoeien af te kijken bij de olijfboeren. Vorige week zagen dat de gemeente er mee in de weer was en zagen we ook mensen in een andere boomgaard aan het werk. Zij deden wat wij eigenlijk ook al hadden besloten: de loodrecht omhoog groeiende takken in het midden eraf halen en zorgen dat de boom in het hart open is, zodat de zon overal goed bij kan. Houd in gedachten de muis van je handen tegen elkaar en vorm met gebogen vingers omhoog een kom. Zo moeten onze olijfbomen er uit gaan zien.
Het denkwerk kostte meer tijd dan het snoeien. De jonge bomen laat ik ongemoeid, in de grote exemplaren gaat de zaag en/of takkentang. Bovendien gaan de naar beneden hangende takjes er af met het snoeimes. Na een uur zien ze er al heel anders uit en hebben we een flinke stapel takken.







Maar dan begint het werk pas. De dikke delen van de takken kunnen als aanmaakhout de open haard in, de dunnere gaan eerst in de hakselmachine en daarna in de borders en de bladeren gaan op een stapel waar deze week de brand in gaat. Die stapel wordt ongeveer een kubieke meter groot.




Gisteren nog vergeten twee foto's van de strandwandeling te plaatsen. Op de ene staan vier ruiters met een mini-hondje. Een koddig gezicht. Ze wandelden eerst, maar gingen daarna in galop over het strand. Tot groot plezier van Bikkel, die maar weinig leuker vindt dan achter galoppererende paarden aan rennen en slechts met de grootste moeite in bedwang kon worden gehouden. De meeste paarden kan hij wel bijhouden of zelfs het nakijken geven, met zijn topsnelheid van ruim boven de 60 km/uur.



Op het strand tussen Fréjus en Saint Aygulf spoelen de gekste dingen aan. Jutters kunnen er goud geld verdienen. Gistermiddag kwamen we een televisietoestel tegen. Hij deed het nog, stond nog aan.



Nog twee opmerkelijke berichten uit de regionale krant. Een visser heeft een 3,5 meter lange en 300 kilogram zware voshaai uit zee gevist, op 300 meter van de kust. Het beest is verkocht aan een restaurant, dat het in de vorm van carpaccio, steak en tartaar heeft opgediend.

Er zitten niet ver hier vandaan ook wolven. Op nog geen 40 kilometer van Lorgues klaagt een schapenboer dat zijn kudde van 400 ooien afgelopen periode al dertig keer is aangevallen door wolven. De dichtstbijzijnde plek waar ze recentelijk zijn gesignaleerd, is ongeveer 20 kilometer ten noorden van Lorgues. De Fransen houden de waarnemingen nauwkeurig bij op enkele sites, die wij nauwlettend volgen. Hopelijk komen de jongens er geen tegen.