
Maandag 6 december
,,Chateau de Berne - 12 decembre - brocante'', lezen we op een aantal borden in Lorgues. We willen vandaag even naar een
buurdorp boodschappen doen en dan kom je langs dat chateau. We zijn er al vaker langs gereden, maar nog nooit in het domein
geweest. Het moet er nu maar eens van komen: even kijken of het zondag wat kan worden. Dus we rijden tussen de twee
markante torens de entree maar eens op.
 Er gaat een wereld voor ons open. We hebben heel wat grote wijndomeinen gezien, maar nog nooit zo'n grote. Chateau
de Berne meet maar liefst 600 hectare, waarvan 80 hectare wijngaarden. Toevallig heb ik gisteren gelezen dat een snelle
plukker in zes dagen één hectare wijngaard kan oogsten. Hier zal dus nogal wat personeel werken.
Het duurt dan ook even voor we bij het chateau
arriveren. De geasfalteerde, slingerende weg waar je maximaal 30 km/uur mag rijden, is bijna vier kilometer lang en
onderweg rijden we niet alleen langs
wijngaarden met jonge en oude druivenstokken, maar ook langs een boomgaard met olijven, bossen, huizen, schuren, ruines
en wandelpaden, over heuvels met schitterende vergezichten en door prachtige dalen.
 Alles ziet er even netjes uit. Er
groeit geen twijgje verkeerd. Het is maar goed dat onderweg met borden staat aangegeven hoe lang het ritje tot het
chateau nog duurt, want je bent zo lang onderweg, dat je zou kunnen gaan twijfelen of je niet een afslag hebt gemist.
Maar daar doemt dan eindelijk het chateau op. En verhip, het heeft dankzij twee torens nog wat weg van een chateau ook.
Daar blijkt ook dat Chateau de Berne niet alleen een wijnproducent is, maar veel meer in huis heeft. Er is onder meer een
hotel met negentien kamers, een (duur) restaurant, een brasserie, een bistro, een enorme wijnkelder waar je je dagelijks
kunt laten rondleiden en wijn kunt proeven, een grote winkel, een park met een amfitheater rond een vijver, een prachtige
mountainbikebaan, een vijver met witte zwanen.
Veel te veel om 'even' te bekijken, dus we besluiten hier nog zeer dikwijls terug te komen, onder meer voor de
'brocante' die hier zondag te vinden is. Als de zon schijnt, oogt het allemaal nog veel mooier. Dan maak ik er meteen
een serietje foto's.
Dat terugkomen gebeurt sneller dan verwacht. Als we van het buurdorp naar huis rijden, besluiten we er even met de
jongens te gaan wandelen. De lucht dreigt al de hele dag water te lozen, maar het is nog steeds droog en de temperatuur
is erg aangenaam. We nemen een paraplu mee, maar er is er maar één die daar plezier van heeft.
Als we thuis zijn en ik nog wat zit te neuzen op de sites van Chateau de Berne
en het bijna 400 jaar oude Chateau la Martinette, waar we
dagelijks wandelen, verheug ik me vooral op een rondleiding door en proeverijen in de caves. Ik houd helemaal niet van wijn
en drink het ook niet, maar ben zo enthousiast geworden, dat ik besluit daar alle wijnen te gaan proeven. Ik heb onder
meer De nieuwe Wijn survivalgids van Ilja Gort gelezen en weet
precies wat ik moet doen om me als een gerenommeerde wijnproever te presenteren. Zal mijn neef die
beste sommelier van Nederland
is en een wijnhandel heeft, leuk vinden.
Dinsdag 7 december
In Nederlandse supermarkten kan ik me soms rot ergeren als ik in mijn ogen onnodig lang moet wachten.
Vooral aan mensen die eerst werkeloos kijken of de caissière wel de goede bedragen aanslaat, daarna pas de boodschappen
in hun tas stoppen en uiteindelijk tot de ontdekking komen dat hun portemonnee onderin die tas ligt, waardoor ze de
helft van hun inkopen weer moeten uitpakken om te kunnen betalen. Gek is dat: in Franse supermarkten heb ik dat ongeduld
nooit. Maar vandaag wordt ons geduld wel heel erg op de proef gesteld.
In Franse supers moet je wel heel veel geduld hebben. Veel mensen betalen met een pasje en kennelijk wordt daarvoor
via een uiterst trage verbinding contact gelegd met de bank. Minutenlang gebeurt er helemaal niets en zit de caissière
verveeld om zich heen te kijken. Geen Fransman die daar moeilijk over doet. De doorsnee-Fransman heeft engelengeduld
en vrijwel nooit haast en neemt overal uitgebreid de tijd voor. Wij vinden dat je je moet aanpassen aan het land waarin
je bent en aan het volk waarbij je te gast bent en dat heeft kennelijk een positief effect op onze gemoedsrust.
Vandaag kiezen we in een grote supermarkt voor één van de 40 kassa's waar we niet al te veel mensen voor ons hebben.
Twee verzamelingen boodschappen liggen op de band als wij onze spullen daar neerleggen. Degene die het eerst aan de beurt
is, is een man die maar een paar boodschappen heeft gedaan en ook een telefoonkaart nodig heeft voor zijn prepaid
mobieltje. Hij levert wat kortingsbonnen in. En dan begint het grote wachten.
De caissière weet er niet goed raad mee, zoekt op haar beeldscherm en slaat iets aan, maar dat heeft niet het gewenste
effect. Ze vraagt de klant iets, maar hij weet er kennelijk geen afdoende antwoord op te geven. Met kassameisje pakt
haar telefoon en belt. Er wordt niet opgenomen. Vlak achter ons is een informatiebalie waarin een meisje zit dat
caissières met vragen en in nood te hulp moet schieten. Maar als de caissière haar hulp wil inroepen, is ze ineens
verdwenen. Daarom belt ze nog maar eens. En ja hoor, ze heeft beet.
Vijf minuten later arriveert een oudere vrouw,
kennelijk een cheffin. Ze laat zich het probleem uitleggen, maar weet kennelijk geen oplossing, want ook zij pakt haar
telefoon. Maar ook zij krijgt geen gehoor. Ze gaat met de caissière in discussie, bekijkt de kortingskaarten van de klant
en geeft het meisje vervolgens een advies. De man blijft geduldig wachten en fronst alleen een keer zijn wenkbrauwen als
hij naar het echtpaar kijkt dat vóór ons staat.
Achter ons is het rijtje inmiddels verdubbeld. Bij de kassa naast die van ons, heeft de klant die daar tegelijk met
ons ging staan, al afgerekend. We zien een bord waarop verzocht wordt zwangere vrouwen en gehandicapten voorrang te
verlenen en wijzen een zwangere vrouw die achter ons staat, naar de kassa naast ons. ,,Non, fermé'', zegt ze, wijzend
naar een bordje dat de betreffende caissière op de band heeft gezet.
Onze caissière weet nu blijkbaar wat haar te doen staat. Ze gaat printen. Ze stopt een formulier in een
printer en laat daar van alles op drukken. En dan nog een. En nog een. En nog een. En nog een. En nog een. En ze pakt
twee formulieren uit een lade waar ze wat op schrijft. We staan inmiddels tien minuten geduldig te wachten, net als
de zwangere vrouw, twee groepjes mensen en een kleurling achter ons.
De oudere vrouw die de caissière moest helpen, is inmiddels weggelopen. Te vroeg, want hoewel de caissière
alle geprinte en geschreven papieren aan elkaar niet, vertrouwt ze het nog niet. Ze pakt weer haar telefoon en belt.
Opnieuw geen gehoor. Ze kijkt hulpeloos om zich heen. Een vrouw die voor ons staat, schiet in de lach. Ik ga er maar
bij zitten, op de lopende band.
De caissière naast ons meisje heeft inmiddels bezoek van wat kennelijk haar cheffin is. Onze caissière vraagt haar
iets en krijgt een ontkennend antwoord. De cheffin loopt weg, waarna de buurcaissière het bordje 'fermé' weghaalt.
De kleurling en één groepje mensen achter ons besluiten daarom te gaan verhuizen. Maar precies op het moment waarop de
kleurling zijn twee boodschappen op de lopende band wil leggen, komen twee heel kleine vrouwen met versnelde pas aan lopen.
Ze gooien gauw een deel van hun boodschappen - een enorme berg kleding - op de band, nog voordat de man zijn spullen
daar heeft kunnen neerleggen. Hij kan dat allerminst waarderen, legt uit dat hij uit een andere rij komt, daar een hele tijd
heeft gestaan, dat de twee dames zijn voorgedrongen en dat hij het op prijs zal stellen als hij zijn twee boodschappen
even snel mag afrekenen voordat die twee dames nog meer van zijn kostbare tijd roven. Maar dat
vertikken de dwergen. Dan heeft hij er genoeg van. Hij geeft beide vrouwen een zetje, wurmt zich langs hen heen en legt zijn
beide boodschappen vóór die van hen, pal naast de kassa. De dwergen protesteren nog even, maar laten het er dan maar bij
zitten.
Onze caissière besluit nog maar eens wat printjes te maken. Ze vraagt de man die de telefoonkaart wil kopen nog iets,
maar die haalt zijn schouders op. Het meisje bekijkt de kortingskaarten nog eens, knikt, en probeert opnieuw tevergeefs
iemand telefonisch om hulp te vragen.
We staan er onderhand bijna een kwartier en slaan het tafereel, net als het echtpaar vóór ons, lachend en hoofdschuddend
gade. De mensen achter ons staan gezellig te keuvelen.
Inmiddels staan twee bewakers nieuwsgierig te kijken waarom er geen beweging in onze rij zit. De caissière is ten
einde raad en kijkt ze hulpeloos aan. De jongste van de twee bewakers komt daarom maar eens poolshoogte nemen. Hij
informeert wat het probleem is, vraagt nog even door en haalt dan zijn schouders op. ,,Ce n'est pas un problème'',
zegt hij. Hij steekt zijn hand uit, waarin de caissière de stapel formulieren legt. Hij vraagt haar er nog een paar te
printen en krijgt ook die. Daar zet hij zijn handtekening op, waarna hij het hele stapeltje teruggeeft. Het meisje kijkt
hem vragend aan, maar hij haalt weer zijn schouders op, steekt zijn duim op, draait zich om en loopt weg. De caissière
geeft de klant de dikke stapel formulieren, stopt de door de bewaker getekende papieren in de kassa en presenteert de
klant de rekening.
Na ruim een kwartier zijn we eindelijk aan de beurt.
20 jaar oude stokken die gesnoeid zijn.
Op weg naar huis komen we weer langs Chateau de Berne en we besluiten er net als gisteren de jongens even de benen
te laten strekken. Een uurtje lopen we daar door de wijngaarden, waarbij we vooral de verschillende druivenrassen
en leeftijden bestuderen. Afgelopen weekend hebben ze voorspeld dat het een zonnige dag en 17 graden zou worden, maar
het is slechts 14 graden en bewolkt. Pas als we in de auto willen stappen, breekt eindelijk de zon door. Een half uurtje
later gaat hij onder.
Struiken die vorig jaar geplant zijn
Rozenbottels staan nog in bloei bij deze nog niet gesnoeide, 18 jaar oude stokken.
Eén boom hebben ze in deze 2 hectare grote wijngaard laten staan.
Eindelijk, de zon breekt door.
Woensdag 8 december
Hoe is het mogelijk: alweer zwaar bewolkt. Wel 14 graden, maar nog geen zonnig weer. Dat krijgen we
vanaf morgen weer. Dan zit vele dagen lang een streepje blauwe lucht boven de Mediteranee, terwijl de rest van Frankrijk
wisselvallig winterweer houdt. Omdat de bomen nog nat zijn, gaan we maar niet verder met olijven oogsten. In plaats daarvan
gaan we een wandelingetje maken in 'L'un des plus beaux villages de France', het wonderschone Tourtour.
.jpg) Wat dat betreft ligt Lorgues ideaal. Een half uurtje rijden van de kust en ook op een half uurtje tal van mooie
dorpen. Tourtour kennen we al van een eerdere vakantie. Schitterend oud plaatsje op een heuvel, met heel smalle, steile
straatjes, een leuk dorpsplein met grote platanen en horeca rondom, mooie oude gebouwen waaronder een kasteelachtig
gemeentehuis en een kerk op een heuvel, een stroompje met veel verval door en deels onder het dorp, een oude gerestaureerde
Romeinse wasplaats, veel ateliers en leuke boetiekjes, een markante stadspoort, een 'molen'waar olijven worden geperst,
noem maar op.
Hoewel het centrum maar een paar honderd vierkante meter groot is, is er zowaar een verkeerslicht. Een van de drie
invalswegen leidt door een heel smal straatje van 150 meter lang naar het dorpsplein en omdat er geen uitwijkmogelijkheden
zijn, wordt het verkeer op dat stuk geregeld met stoplichten. Een rare gewaarwording, want er is nauwelijks verkeer in
Tourtour.
Het is maar goed dat ik een digitale fotocamera heb, want een rolletje zou hier niet genoeg zijn om al het moois
vast te leggen. Ik heb er een fotopagina van gemaakt.
Hier al vast een voorproefje.
Aan het begin van de middag ontwaren we boven ons zowaar een blauwe plek die steeds groter wordt. We besluiten
terug naar Lorgues te gaan: nog even wat olijven plukken. Dat doen we ook, maar niet in de zon; de blauwe plek schuift
op naar het zuiden, langs Lorgues. Morgen nog een paar uurtjes plukken en we hebben de buit binnen.
De jongens zijn vandaag ontroerend behulpzaam. Vanmorgen sta ik wat blad bijeen te harken, wat Kanjer met veel
belangstelling gadeslaat. Ineens ziet hij verderop een groot solitair liggend blad. Hij loopt erheen, pakt het,
wandelt naar de stapel bijeen geharkt blad en gooit zijn bijdrage er op. Tijdens het olijven plukken staat de kleine
aandachtig te bestuderen wat we aan het doen zijn. Als ik naar hem kijk, tikt hij met zijn neus een laag hangende olijf aan:
die moet je niet vergeten hoor!
Een domper is dat Kanjer vanmiddag door een van zijn voorpoten gaat als hij Bikkel komt helpen een grote bek op te
zetten tegen een boxer die achter een hek staat te blaffen. Hij kreupelt meteen en vanavond is zijn enkel hartstikke dik.
Hij kan er nauwelijks op staan. Gelukkig hebben we pijnstillers en zalf bij ons die de pijn kunnen verzachten en de
blessure versneld kunnen genezen.
Bij het 'Mairie' van Tourtour moest ik trouwens ineens denken aan een oud-collega die in een Franse plaats een
hotel zocht en bij een 'Hôtel de ville' naar binnen stapte om in gebrekkig Frans te vragen of ze nog een kamer
beschikbaar hadden. Het duurde even voordat de persoon achter de balie haar duidelijk kon maken dat een 'Hôtel de ville'
een stadhuis is. Maar dat terzijde.
Donderdag 9 december
Jawel, daar is-ie weer: de zon. In volle hevigheid. Er staat een snoeiharde, koude wind, maar de zon is
zo warm, dat het in de luwte hartstikke warm is en zomers aanvoelt. Het vest kan uit als we er op ons terras even van
gaan genieten in de wetenschap dat het na gedane arbeid goed rusten is; we hebben de laatste olijven geplukt. Een dezer
dagen maar eens naar een olijvenperserij om ze in te wisselen voor olijfolie.

We hebben geen idee hoeveel olie dat gaat opleveren. We hebben ook geen idee of alle olijven wel geschikt zijn. Er zitten
groene, paarse, paarsgroene, harde, zachte, gladde en verrimpelde tussen. We hebben er even een paar samengeknepen, met
heel verschillende resultaten. In de één zat pure olie, in de ander witte pulp, in een ander paarse pulp, in de één zat
een pit, de ander was pitloos. En toch allemaal van één en dezelfde boom.
Voordat we ze wegbrengen, eerst nog maar eens goed op internet speuren, kijken wat we kunnen verwachten. We moeten toch ook
nog even uitzoeken hoe we ze precies moeten snoeien.
Het is met die warme zon nauwelijks voor te stellen dat over anderhalve week de kortste dag is en dat de zon daarna
nog meer aan kracht wint. Zoals het ook moeilijk voor te stellen is dat we snel richting kerst gaan. Het is dat Lorgues
zich steeds meer in kerstsfeer wentelt en dat veel Fransen hun tuin en bomen hebben behangen met zo veel mogelijk
verschillende kleuren flikkerende lampjes. Toch heel anders dan bij ons.
Ook aan de natuur is nauwelijks te zien dat het winter is. De loofbomen dragen hun hersfttooi nog of zijn hun blad
nog aan het verliezen.
Vanmiddag weer een stukje gelezen uit een leuk boek van en over mensen die naar Zuid-Frankrijk zijn verhuisd en
daar nu een wijnboerderij met camping en gites runnen. Het boek is niet meer verkrijgbaar, dus het heeft weinig zin
de titel en schrijfster te noemen. Ik heb via haar het laatste beschikbare exemplaar gekocht van haar ouders. We
herkennen veel van haar avonturen, maar lezen toch ook allerlei nieuwe ervaringen en steken meteen wat op van de
Franse taal.
Wist je bijvoorbeeld dat ik dit tik op het clavier van een ordinateur en dat ik een tijdschrift gebruik als
tapis de souris?
Je raadt het al: het toetsenbord van een pc en mijn muis ligt op een muistapijt.
Vrijdag 10 december
Het is koud als ik de stapel met takken met blad ter voorbereiding van hun crematie wat handzamer
aan het maken ben. Ik sta in de schaduw en er staat nog steeds een stevige, koude wind. Het waait me ook te hard om
voor de tweede keer hier fikkie te stoken. Maar na verloop van tijd neemt de wind af en krijgt de plek waar ik aan het
werk ben, steeds meer zon. Rond het middaguur loopt het zweet in straaltjes van mijn gezicht.
 Ik krijg het zo warm, dat ik besluit dat het veel te mooi weer is om te werken. ik pak een boek en een luie stoel en
nestel me op het zonnige terras. Het vest is al lang uit, maar ik heb het nog steeds warm. Nieuwsgierig pak ik een
thermometer, die ik naast me zet. Even kijken of het aan mij ligt.
Niet dus.
De thermometer loopt op naar 28.9 graden.
En het is wel degelijk 10 december.
Dat merk je in de schaduw: zo'n 12-14 graden.
De rest van de dag doen we niet veel meer dan een wandeling maken over het domein van Chateau de Berne. 's Avonds
maak ik een flink stuk lekkere speculaas. Donkerbruine suiker hebben we niet kunnen vinden, maar wel lichtbruine fair
trade basterdsuiker. Daar kan het ook mee. De speculaaskruiden heb ik van thuis meegenomen.
Zaterdag 11 december
Het is bijna te genant om te schrijven, maar vooruit, omdat iedereen toch wel wil weten hoe het weer hier is,
doe ik het toch maar. Het is vandaag niet warm, maar heet. Zo heet, dat ik er tijdens de brunch om 12.00 uur maar weer
eens een thermometer bij haal en naast me in de zon zet. We kunnen onze ogen nauwelijks geloven: 34,7 graden. Op naar zee!
Het is windstil en glashelder, dus de zon ontmoet weinig weerstand op weg naar ons terras in Lorgues. Vandaag wilden
we eigenlijk de tuin in om o.a. een stapel takken en tuinafval te verbranden, maar het is zo al heet genoeg. Dus nu naar het strand.
.jpg) We besluiten naar de grens Fréjus - Saint Raphael te gaan. Vorige week zijn we van de haven van Fréjus naar die
denkbeeldige grens gewandeld, nu willen we langs het strand en over de boulevard van het buurdorp lopen.
Op de wegen er naartoe is het erg rustig. Op de boulevard blijkt waarom: iedereen zit op de terrassen te lunchen.
Mensen die niet lunchen, zitten op bankjes of liggen op het strand te zonnen. Alle horecazaken zijn open en het is overal
druk. Ook in een park langs de boulevard zitten veel mensen van het mooie weer te genieten. Een kerstmarkt trekt niet
veel volk. Wie denkt met dergelijke temperaturen nou aan kerst?!
In de jachthaven valt op dat enorm veel schepen 'a vendre' zijn. Kennelijk is ook hier het economisch tij verslechterd.
In vergelijking met de havens van Saint Tropez en Fréjus liggen in Saint Raphael veel meer zeilboten en -jachten. Blijkbaar
zijn de mensen hier sportiever dan daar.
Onlangs heb ik overigens gelezen dat in de jachthavens van de Cote d'Azur enorme wachtljsten voor ligplaatsen zijn.
Koop je een schip dat daar ligt, dan koop je er geen ligplaats bij en kun je het ding vooralsnog nergens kwijt. Daarom
wordt er nogal eens gesjoemeld; schepen worden verkocht, maar de oorspronkelijke eigenaar geeft dat niet door aan de
beheerder van de jachthaven; hij blijft in die administratie eigenaar van het schip en blijft ook het liggeld betalen.
De nieuwe schipper heeft daardoor toch een ligplaats.
Het klimaat is hier nog net iets milder dan bij ons. Aan de moerbeibomen zit nog groen blad, palmbomen, planten
en struiken bloeien nog.
.jpg) We trekken nogal wat bekijks met Kanjer en Bikkel, want de meeste viervoeters die hier lopen, zijn multifunctionele
keffertjes van vrouwen. Zulke grote en ook mooie honden als wij hebben, zie je hier niet.
We hebben er allebei één aan de riem; ik de kleine, die veel meer trekt dan de oudste. We lopen daardoor regelmatig
een eindje uit elkaar. Op dergelijke momenten valt me een aantal keren op dat bepaalde alleen zijnde vrouwen me taxerend
aan kijken. Ik denk dat ik als ik een gesprek met ze zou aanknopen, wel weet wat ze me als eerste zouden willen vragen:
,,Hoeveel miljoenen heb je op je bankrekening, waar staat je exorbitante villa en waar ligt je schip?'' Of slaat mijn
fantasie weer op hol?
Als we van het uiterste punt van Saint Raphael over mijn eigen promenade langs het strand terug naar de auto wandelen,
is het overal hartstikke druk. De boulevard lijkt soms de Kalverstraat wel.
Binnenkort laat ik wel wat meer zien van ons uitstapje naar dit levendige, mooie gebiedje.
We arriveren om even na vier uur bij de auto. Het is 18 graden in de schaduw. We doen nog wat boodschappen voordat
we terug gaan naar huis. In de buurt van Lorgues is de zon al achter de bergen verdwenen en zakt de temperatuur naar
6 graden. Van ver af lijkt het wel of het halve dorp is afgebrand: er hangt een enorm dikke, laag hangende deken van rook
boven Lorgues en wijde omgeving. Kennelijk hebben veel mensen in Lorgues gedaan wat wij oorspronkelijk ook van plan waren,
maar hebben uitgesteld tot begin volgende week, als de temperatuur weer gaat zakken. Niet iedereen heeft zo veel vrije tijd
als wij en vakantiegangers zien we nauwelijks. Nederlanders trouwens al helemaal niet.
Zondag 12 december
Le monde est un petit village, denk ik wel eens in het Nederlands. Dat blijkt ook vandaag weer. Deze
week plaatste ik een fotoserie van het schitterende plaatsje
Tourtour waarop onder meer een Duitse herder was te zien die achter een raam zat van wat kennelijk een makelaardij is.
Laten we nou vandaag een vriendin in onze woonplaats hebben gesproken die de hond heeft herkend!
 Ze is wel eens in Tourtour geweest, ze heeft daar Nederlandse vrienden die een Duitse herder hebben. Dat dier
is een zoon van een van haar honden. Die Nederlandse Duitser gaat wel eens wandelen met een soortgenoot van een vriendin
van zijn baasjes, ook een Nederlandse. En die soortgenoot is Tom, de hond op de foto (ook hieronder te zien, onder
Donderdag 9 december). Z'n bazin heet Willemien en die hebben
we ook gezien in dat pandje.
Daarom denk ik wel eens: de wereld is een dorp. Ik kan legio voorbeelden geven van mensen die ver van huis waren en
toch bekenden tegen kwamen. Dat is mezelf ook wel eens overkomen. Er is een theorie dat via vijf mensen iedereen iedereen
in de hele wereld kent. Die stelling werd wel, door een Hongaarse schrijver, geponeerd in een tijd waarin de
wereldbevolking nog een stuk kleiner was, maar er zit wel iets in het uitgangspunt. Wil je er meer over weten? Moet je
hier klikken.
Na het ontbijt buiten in de warme zon en wat telefoontjes besluiten we op pad te gaan. Op naar de kerstmarkt in
Lorgues en de 'brocante' bij Chateau de Berne. We zijn op het ergste voorbereid, want een 'evenement' in Frankrijk is
niet te vergelijken met een 'evenement' in Nederland. Ik kan me nog een fantastisch geschreven verhaal herinneren van
wijnboer/auteur/componist Ilja Gort over een als enorme happening
aangekondigde gebeurtenis aan de Dordogne. Daar zou de zee eens per jaar een enorme vloedgolf stroomopwaarts stuwen en
ter gelegenheid daarvan had het dorp onder aanvoering van de burgemeester een enorm 'evenement' georganiseerd. Het
evenement stelde helemaal niets voor - een tent waarin het volk kon eten en vooral wijn drinken - en de 'vloedgolf'
nog veel minder. Niemand heeft er iets van gezien, maar de Fransen deden alsof ze water zagen branden en begroetten
het historische moment op aangeven van de burgemeester met gejuich.
Kortom, we verwachten er helemaal niets van.
En dat is niet geheel onterecht.
De kerstmarkt is een bescheiden braderie met een paar kraampjes met artikelen in kerstsfeer en voor de rest kramen
met vooral regionale lekkernijen. Ter verhoging van de kerstvreugde dragen veel kraamhouders een kerstmannenmuts.
Verder ontwaren we nog wat pony's en ezels waarop kinderen mogen rijden, een ondefinieerbaar groepje verklede mensen
en een draaimolentje. En natuurlijk zitten de terrassen rond lunchtijd weer gezellig vol.
We hebben een beetje medelijden met de deelnemers die in de schaduw en vol in de wind staan. IJskoud daar! Ze
dragen handschoenen, mutsen en dassen. Zij die in de zon staan, hebben bij wijze van spreken aan een T-shirt voldoende.

Toch nog twee hoogtepuntjes. In één van de kramen zie ik 'kopkrabbers', zoals ik ze noem (foto rechts). Die ken ik uit
Brazilië, waar een vrouw me zo'n ding gaf en vroeg wat mijn gedachten daarover waren. Het was een handvatje met daar
wat gebogen metalen 'draden' aan die samen een ovaal vormden. Geen flauw idee. Tot ze het ding van me overnam, de
uiteinden op mijn kruin zette en het ding zachtjes heen en weer bewoog. Mijn hemel, wat een zalige hoofdmassage,
ik kreeg het er warm van. Nooit gezien, nooit verwacht. Een paar dagen later zag de lieve vriendin bij wie ik te gast was
ze in een winkel liggen en kreeg ik er een van haar cadeau. Ik heb er meteen een gekocht voor een goede vriend van me
die nogal eens jeuk op zijn kop heeft. En nu zie ik ze hier op de kerstmarkt in Lorgues, compleet met een beschrijving
van de functie. Ze zijn wel wat groter dan de Braziliaanse, maar kunnen hetzelfde gelukzalige gevoel bewerkstelligen.
Voor een tweede gedenkwaardig moment zorgt een vrouw die opgetogen 'Wat een mooie Malinois' roept als we met z'n vieren
langs haar kraam wandelen. Op de terugweg zit ze ons midden op straat gehurkt op te wachten. Bikkel en ik passeren haar
als eersten. Ze wil de kleine even aanhalen, maar die is absoluut niet in haar geïnteresseerd: hij heeft een eind verder
de ezels en pony's weer ontdekt. Bij Kanjer heeft ze meer succes. Hij laat zich even vertroetelen. De vrouw steekt
meteen een heel verhaal af en pakt ook een boek dat ze naast haar op de grond heeft gelegd. Ze vertelt dat ze ooit ook
een Mechelse herder heeft gehad, dat het dier ondanks veel liefde van haar en goede zorgen van de dierenarts op
veel te jonge leeftijd is overleden en dat ze daar nog zo'n verdriet van heeft, dat ze wel andere honden heeft genomen,
maar geen Mechelse herder meer durft te nemen. Het boek blijkt een fotoalbum te zijn en op de eerste pagina staat een
foto van een mooie Mechelaar in het gezelschap van een Groenendaler, een ander soort Belgische herder, die 12 is geworden,
zo vertelt de vrouw. Bikkel moet nog steeds niets van haar hebben, maar Kanjer voelt kennelijk haar emoties en laat
de treurende vrouw haar gang gaan, tot ze er zo emotioneel van wordt, dat we afscheid nemen.
Door dat leuke oponthoud zijn we toch nog een kwartiertje zoet met de kerstmarkt.
Op naar de 'brocante' bij Chateau de Berne, waar we altijd nog lekker kunnen wandelen als het niks voorstelt. We
krijgen al argwaan als we over de lange slingerweg naar het chateau rijden: geen auto en/of mens te zien. Op de
parkeerplaats bij het chateau staan pakweg tien auto's. We rijden om de gebouwen, maar zien geen markt of iets wat daar op
lijkt. Ook geen bord dat daar naar verwijst. We zien wel mensen in het restaurant en de winkel. Aha, de 'brocante'
is binnen!
Kan dus nooit veel zijn. En we vinden het veel te mooi weer om ergens naar binnen te gaan. Dan gaan we liever nog
even door een wijngaard wandelen. Het kan nu nog, de komende week wordt het een stuk frisser dan dit weekend. Dus we
rijden naar de top van een van de hoogste bergen en lopen een wijngaard in. Fijn voor de honden, die hier ongestoord
vrij kunnen lopen. Hoewel, halverwege zien we ineens een bruinwitte hond naderen. Half zo klein als die van ons. Achter
hem lopen een man in een groene jas met een geweer op zijn schouder en een jochie van 10, misschien 12 jaar. Jong
geleerd... We doen de jongens voor de zekerheid maar even aan de riem en de jager legt ook zijn hond even vast. Als we
elkaar gepasseerd zijn, maken we Kanjer en Bikkel weer los. Ze rennen meteen een eind voor ons uit, gauw even ruiken waar
dat mormel zijn of haar behoeftes heeft gedaan. Drie minuten later horen we Kanjer ineens een kreet van pijn slaken.
Met de staart tussen de benen komt hij naar me toe en hij wijkt geen meter van mijn zijde. Zou ik in zijn geval ook doen,
die staart tussen de benen. Want hij heeft tegen een stroomdraad geplast.
| |