
Maandag 27 december
Als je gauw jaloers bent en niet veel centen hebt, kun je beter niet naar de Cote d'Azur rijden. Daar
wonen pas puisant rijke mensen. Een villa van meer dan tien miljoen als tweede huis, dat in de wintermaanden dus leeg
staat, is daar schering en inslag, constateren we vandaag weer als we van Saint Raphael een eindje richting Cannes rijden.

Kapitale villa's pal aan zee, met palmbomen en een leuk zitje in de tuin en natuurlijk een eigen strand. Aan de andere
kant van de tuin voorkomt een metershoge muur dat het gepeupel een visuele aanslag kan doen op de privacy. En het 'bootje' ligt
vast en zeker in een of andere haven, want daarmee moeten ze natuurlijk wel gezien worden.
Het is nauwelijks voor te stellen hoeveel villa's en appartementen aan zee er verlaten bij liggen. Allemaal tweede
huizen voor het voor- en naseizoen. Dat was ons vorig jaar november en december ook al opgevallen in de villawijk van
Saint Aygulf, waar we 's avonds doorheen wandelden en 90% van de villa's was verlaten.
De grillige kustlijn is oogverblindend mooi. Rode rotsen, blauwe zee met witte koppen, cactussen, palmbomen, witte
villa's, rode daken, op talrijke plaatsen prachtige vergezichten op schitterende baaien met kleine zandstrandjes en in
het binnenland het rode Esterelgebergte. En hier en daar eilandjes op een paar honderd meter van het vasteland.
Hier kun je er een grote panoramafoto van zien.
We zien zowaar ook wat Nederlandse auto's rijden. Zouden die er de oorzaak van zijn dat we stad en land af lopen voor
een Nederlandse krant, maar die nergens kunnen vinden? We wandelen ook nog even over het strand tussen Fréjus en
Saint Aygulf, dat vorige week is opgeruimd, maar waar weer een enorme troep - zelfs een bootje - is aangespoeld.
Het valt op dat Christo ook is geweest.
Een foto van Fréjus en Saint Raphael geeft perfect het weer van vandaag weer.
Tot besluit even iets heel anders. Gisteravond een van de leukste interviews van 2010 gezien. 'Liever dan geluk', met
Paul Witteman en Herman Finkers. Een absolute aanrader voor wie dat gemist heeft. Het is
hier
te zien.
Dinsdag 28 december
In acht weken tijd hebben we niet zo veel Nederlanders gezien als vanmorgen op de weekmarkt
van Lorgues. Er lopen er werkelijk vele tientallen, zo om de vijftig meter horen we Nederlands praten. In
vrijwel alle gevallen lopen er groepjes drie generaties. Gepensioneerde echtparen zijn voorgoed naar de Provence/Cote d'Azur
vertrokken om van onder meer het aangename klimaat te genieten en kinderen grijpen de kerstvakantie aan om met
de kleinkinderen op bezoek te komen.
Eén vrouw begint zelfs meteen in onze moerstaal tegen ons te praten. ,,Jullie wonen op Martinet hè'', zegt ze. Ze
heeft ons een paar keer zien wandelen op het gelijknamige domein van het wijnchateau en loopt daar zelf ook regelmatig
met haar honden. Ze woont ook in de buurt en heeft haar dochter en twee kleinkinderen op bezoek. Net als veel andere
Nederlanders neemt ze haar nakomelingen mee voor een gezellig uitje in het centrum van Lorgues, waar wij even een gebraden
kip komen halen.
Bikkel misdraagt zich door zijn poot op te tillen en een paar druppels tegen een kleed te sproeien dat over een
marktkraam ligt, maar gelukkig blijft het dankzij alert reageren bij een paar druppeltjes. Even later zijn hij en Kanjer
wel het middelpunt van belangstelling, als een Fransman lyrisch komt vragen of beiden Malinois zijn. Jawel monsieur, dat
zijn Mechelse herders. Hij steekt in zijn enthousiasme een heel verhaal af en stelt ook een aantal vragen, waar we tot
onze eigen verbazing gezien zijn reactie nog goed op reageren ook. Hij blijkt ook twee honden te hebben: zelfde kleur
als onze jongens, zelfde zwarte masker, ook een zwarte stip op de wangen, maar de helft kleiner dan onze reuzen. Hij
had altijd al het idee dat er ergens in de bloedlijn van zijn honden Malinois hebben gezeten en dat kunnen wij aan de
hand van zijn beschrijving volmondig bevestigen. Weer iemand blij gemaakt.

De trekzakspeler met een kat op z'n schouder is er ook weer. Hij heeft een kerstmuts op en zijn kat een mini-mutsje
op de kop gezet. Het beest moet òf doof òf gedrogeerd zijn, want de muziek die zijn baas uit de trekzak haalt, doet
pijn aan de oren en toch blijft het stomme beest op de schouder van de veroorzaker van alle ellende zitten.
Er zijn toch ook
wat mensen die een muntje in het mandje van de man gooien. Als ik marktkoopman zou zijn en dicht bij hem zou staan, zou ik
dat ook doen. Sterker nog, ik zou er papiergeld in gooien, op voorwaarde dat hij ergens anders aan zijn zak zou gaan
staan trekken.

Thuis blijkt dat onze aanwezigheid in Lorgues ook in het gemeentehuis niet onopgemerkt is gebleven. Claude Alemagna,
de burgemeester van de stad en, vooral niet te vergeten, derde vice-president van de zestien gemeenten tellende gemeenschap
van Dracénoise, nodigt ons uit om binnenkort het glas met hem te heffen op het nieuwe jaar. Hij zou
'hooglijk vereerd' zijn als wij gehoor willen geven aan zijn hoogstpersoonlijk ondertekende uitnodiging. Los daarvan
wenst hij ons vast, mede namens de gemeenteraad van Lorgues en het personeel van de gemeente, alvast het allerbeste
in 2011. Aardige man, als het uitkomt, zullen we hem de door hem gewenste eer geven.
Vanmiddag wandelen we langs de oevers van een schitterend stuwmeer op een klein half uur rijden van hier,
het Lac de Carcès. Aan de westkant loopt een mooi wandelpad pal langs het water. Her en der staan kleine groene
tentjes van vissers die kennelijk van plan zijn de nacht daar door te brengen. Zwarte watervogels scheren
voortdurend laag over het water. Ik ben vooral gefascineerd door de vele bomen en boomstammen die voor een deel
in het water liggen. Altijd goed voor wat mooie foto's. Net als natuurlijk de jongens. Ik zal er een keer een
aparte pagina van maken, hier al vast een voorproefje.
Kanjer
Bikkel
 Het plaatsje Carcès is een echte bezienswaardigheid die wat ons betreft zo op de lijst van Les Plus Beaux
Villages de France kan. Een schilder heeft er kennelijk zijn levenswerk (en broodwinning) van gemaakt de gevels
van een groot aantal huizen en andere gebouwen te voorzien van enorme schilderijen die meestal een tafereel
voorstellen dat typerend is voor deze streek. Het is net of het driedimensionale kunst is. Onderstaande foto
is van een schildering op een egale muur, de boog is ook geschilderd, maar het is net of die echt en het
tafereel geschilderd is. We komen ogen te kort. En ik ruimte op deze pagina, dus ook daar laat ik binnenkort
een speciale pagina van zien.
Woensdag 29 december
We hebben een nakomeling van Obelix gezien!
Eerlijk waar! Hij zat vanmiddag op de bovenste van een serie muurtjes van natuursteen in het bos. In z'n eentje. Grote
hangsnor op z'n bolle kop, zó'n dikke buik dat hij alleen wijdbeens kon gaan zitten en nog speurend naar everzwijnen ook,
want hij zat precies op de plek waar die beesten bij het vallen van de avond dikwijls in de grond wroeten.
Hij verschilde maar op een paar details van zijn beroemdste voorvader: in plaats van toverdrank had hij ongetwijfeld
'vin' gedronken en in plaats van zijn spierballen, gebruikte hij een jachtgeweer. En hij droeg geen helm, maar een hoed.
Hij haalde één keer de trekker over en verdween daarna spoorloos. Hij wachtte niet op drie jeeps vol jagers, maar had
de buit al binnen voordat de massale oudejaarsdiner-jacht begon.
Zou Asterix ook nakomelingen hebben? En Walhalla? Weet je trouwens dat zij in het Frans
Falbala
heet?
We zien nog iets opvallends vandaag. Op weg naar onze wijngaard zien we op een smal stuk weg een tegenligger naderen.
Ik ben vlakbij een oprit van een villa en galant als ik ben wijk ik uit door die op te rijden. En wat zien we? Twee
auto's, waarvan we een stationcar met dakkoffer en Nederlands kenteken onmiddellijk herkennen als zijnde de auto waar
gistermorgen bij de markt de Nederlands oma met dochter en kleinkinderen uitstapten. Rijden we elke dag langs, dus geen
wonder dat zij ons herkende.
Enfin, vandaag maar even de fotoserie van het
schilderachtige Carcès klaar gezet. De moeite waard om
even te bekijken.
Donderdag 30 december
Hè, alweer een donkergrijze lucht boven Lorgues en wijde omgeving. Wel weer 10 - 12 graden, maar
dat warmte gevende ding waarvan me de naam is ontschoten, laat zich al weer niet zien. Maar het is donderdag en donderdag
= marktdag in het nabijgelegen Villecroze, dus laten we daar maar eens een kijkje nemen. Nou, dat wordt ook helemaal niets
méér dan een kijkje. want de markt bestaat uit niet meer dan drie kraampjes. Wat een armoe.
Dus we wijzigen onze plannen - soms is niets zo fijn als de vrijheid hebben je plannen te veranderen - en gaan in
Lorgues naar een van de supers. Buiten schalt de reggaemuziek ons tegemoet. Bij de groente- en fruitafdeling staat
een swingende neger met rastavlechten en een zilverkleurig dienblad met stukjes ananas. Of ik wat wil proeven, gebaart
hij. Hij kan het niet verbaal vragen, want hij kan nooit boven de muziek uit komen die uit een ghettoblaster met twee losse
speakers schalt. Nee, dank je, ik ben niet gek van ananas en zeker niet op een nuchtere maag. Hij verwacht kennelijk
niet veel succes te boeken, want hij heeft maar twee kistjes met ananassen bij zich. Wel hartstikke leuk dat hij hier
mag proberen zijn waren te verkopen en de super, die nota bene ook ananas verkoopt, concurrentie mag aandoen. En wonderlijk
dat hij daarbij zijn eigen (knetterharde) muziek mag draaien. Heerlijk volk, die Fransen.
De aandacht van de meeste Fransen gaat naar iets heel anders uit. Er staat een enorme berg met kisten die gevuld
zijn met oesters. Ook de rest van de grote visafdeling staat voornamelijk in het teken van oesters en andere schaal-
en schelpdieren. Daar eten ze zich hier op oudejaarsdag ongans in. Van oliebollen en appelflappen hebben ze daarentegen
nog nooit gehoord. Morgen meer over de Franse gewoonten rond de jaarwisseling.
Bij de kassa leren we weer iets nieuws. We hebben een zak van 10 kilogram hondenvoer op de band gelegd waar de
caissière zich bijna een breuk aan tilt. Ze wijst ons vriendelijk op een foefje dat de Franse supers daarvoor hebben
bedacht. De zak is dubbel geprijsd met twee grote ronde stickers met o.a. een streepjescode. Ze zijn op elkaar geplakt.
Als we weer zo'n zak komen halen, kunnen we die in onze winkelwagen laten zitten en hoeven we alleen maar een sticker eraf
te halen en op de lopende band te leggen. Als we de caissière goed hebben begrepen, geldt dat voor meer grote en zware
artikelen. Handig!
Meer van dat moois heb ik onderaan deze pagina gezet.
 Ter compensatie van de mislukking in Villecroze besluiten we na een wandeling langs het stuwmeer Lac de Carcès de
schilderachtige plaats Carcès eens goed te gaan bekijken. Opnieuw een voltreffer, want naast een aantal voor ons
nieuwe, indrukwekkende muurschilderingen, ontdekken we ook een stokoud deel van het stadje. Het blijkt de oorsprong
van het plaatsje te zijn, dat in de 13de eeuw is opgetrokken rond een in de 11de eeuw gebouwde burcht, waarvan alleen
nog twee torens en een deel van de ommuring bewaard zijn gebleven.
Er wonen ook erg gastvrije mensen. Tussen twee half geopende luiken ontwaren we een jerrycan wijn waar je zo wat uit
kunt tappen.
Ook een ander, jonger deel van de plaats bevat smalle straatjes met mooie huizen. Vooral de luiken zorgen voor
een kleurrijk geheel. In een rijtje van vijf huizen zijn er geen twee die dezelfde kleur luiken hebben.
We wandelen
ook nog over de, met Europees geld in stand gehouden, Route du Moulin, die onder de gewelven van de aanpalende
bebouwing door loopt en uitkomt bij een watermolen. Er is alleen geen water dat het rad in beweging kan brengen, hooguit
een dikke laag stof.
In een van de winkelstraten ligt een heel klein winkeltje, een Trufflière. Er voor staat een man met een zwarte hoed
bij een tafeltje. Daarop staat een glazen kastje, waar wat bruine gedrochten in liggen. ,,Wat is dat dan, het lijkt wel
poep!'' Maar het zijn geen drollen, het zijn truffels. Bruine truffels. Ze kosten ongeveer een euro per gram. Er ligt
een paar kilo in het glazen kastje. We laten ze maar liggen. We hebben in juni in de Dordogne kaas met truffel gekocht.
Wel lekker, maar de smaak verveelt gauw.
Niettemin gaan we Bikkel toch maar eens wat wortels van eikenbomen laten onderzoeken. Zijn reukvermogen doet niets
onder voor dat van een varken, waarmee truffelboeren deze paddenstoelen zoeken. Kan hij ook eens een keer wat voor de
kost doen.
Vrijdag 31 december
De Fransen zijn er helemaal klaar voor. Ze gaan er in grote groepen een gezellige, culinaire
jaarwisseling van maken. De meeste restaurants zitten vanavond vol met families die een tiengangendiner voor de kiezen
krijgen en kunnen dansen op live-muziek. Dat noemen ze een 'reveillon'. Tal van restaurants adverteren er mee met borden
voor hun zaak. En de thuisblijvers gaan massaal aan grote hoeveelheden oesters, wijn en champagne.
Fransen steken geen vuurwerk af. Daar doen ze niet aan, daar zien ze het nut en/of de lol niet van in. Heerlijk,
eens een jaarwisseling zonder al dat geknal en de stank van kruit.
De Fransen geven hun geld deze dagen vooral uit aan eten en drinken. Kisten vol oesters en dozen vol wijn en
champagne dragen ze vanmorgen de supermarkt uit. En enorme hoeveelheden baguettes en pains. Maar ook cadeautjes, want
het is hier de gewoonte om op Nieuwjaarsdag cadeautjes te geven aan je familie. Hebben ze overgenomen van de Romeinen.
 Ons nieuwjaarscadeau is een stralende dag en een temperatuur van minstens 12 graden in de schaduw. Dat beloven
tenminste alle Franse metereologen.
Maar vandaag is het nog bewolkt. Vanmorgen lijkt het er heel even op dat de lucht open breekt en daarna dat het
enorm gaat hozen, maar het blijft grijs en droog. Een mooie dag om eens in Draguignan te kijken, de stad die in juni
na overstromingen tientallen doden te betreuren had en op een kwartiertje rijden ligt.
Al snel valt ons een sympathiek aandoend mega-reclamebord op dat boven de rondweg vlakbij het voetbalstadion hangt.
Een hondje van 12,5 kilogram kijkt ons zielig aan. Het bord roept mensen op huisdieren ook een mooie kerst te bezorgen door
op 11 of 12 december een dier te adopteren.
We lopen langs een wijnhuis waar het enorm druk is, alsof de flessen gratis worden uitgedeeld. De meeste klanten komen
met twee, drie dozen vol naar buiten. Een vrouw mikt een volle doos zo hard in de kofferbak, dat we glasgerinkel horen.
Ze hoort het kennelijk zelf niet, of denkt 'Pas de problème', er blijft meer dan genoeg over voor vanavond.
Een eind verder is een brasserie waarvoor een lange tafel op de stoep is gezet. Er liggen allemaal grote, met plastic
afgedekte schalen op. In de meeste zit een briefje met een naam en 'payé' er op geschreven. De tafels binnen zijn niet
gedekt, maar ook volgestapeld met dergelijke schalen. Het blijken 'plateaux de coquillages' te zijn. We ontwaren vooral
oesters onder het plastic.
Midden in de bruisende stad komen drie jonge meiden enthousiast op ons af lopen. Één er van draagt haar bh over haar
blouse. 'Oooh, beau chien! Sont-ils gentil?' Ze kijken me vragend en afwachtend aan. Op zulke momenten betreur ik het dat
ik geen vloeiend Frans spreek. Ik verbaas me er namelijk wel vaker over dat wildvreemde vrouwen me regelmatig vragen
of ze de honden mogen aaien, maar nooit vragen of ze mij ook mogen aaien. 'Qui, très gentil', zeg ik dan altijd maar.
Ze storten zich alle drie op Kanjer, die dat altijd wel best vindt. Als we van elkaar weg lopen, hoor ik de meiden giechelen en
nog iets naar ons roepen, maar ik heb geen idee wat en wil mijn fantasie beteugelen.
Op een vol terrasje langs de hoofdstraat zit een aantal mensen flink te pimpelen. Een vrouw die ik schat op drie
flessen wijn en drie pakjes sigaretten per dag gaat daar tekeer als een mager varken. Of ze zingt of iemand luidkeels
begroet, is ons niet duidelijk. Wel dat ze met een dubbele tong en een doorrookte stem praat. Het is nog maar vier uur,
die maakt de jaarwisseling vast niet meer bewust mee.
Vijf meter van dat terras zitten twee ongeschoren mannen op de grond. De tweede kijkt me smekend aan en vraagt me
met een heel verhaal twee euro. Hij kan de pot op. Dat zal onderhand wel hard nodig zijn, want hij lurkt uit een
halve-literblik bier en om hem heen liggen vele lege exemplaren. Ik zie onder zijn jas nog wat volle liggen. In
zijn bedelaarspet die voor hem op de grond ligt, zitten alleen nog wat één- en twee-euromuntjes. Bikkel is de
beroerdste niet en wil hem wel wat geven. Hij ruikt aan de pet en tilt zijn poot op. We kunnen hem net op tijd
wegtrekken. Goed bedoeld, lekker sociaal, maar liever niet. Als ik nou vloeiend Frans zou spreken, zou me dat wel
een stevige woordenwisseling waard zijn, maar ik zie me daar nog niet in twee talen langs elkaar heen bekken met
een dronken Franse zwerver.
In het park zijn alle bankjes net als in de rest van de stad bezet door Noord-Afrikanen. Een ander deel van het
park geeft ons heel even het gevoel thuis te zijn. Er ligt een sfeervol versierd ijsbaantje, met een kraam waar
schaatsen worden uitgeleend en een kraam waar suikerspinnen en wafels worden verkocht. Het ruikt er naar oliebollen,
maar dat moeten de wafels zijn, want oliebollen kennen ze hier niet. We wanen ons even thuis omdat in ons dorp ook
een ijsbaantje ligt waarop net als hier vooral kinderen zich vermaken en waar opgeschoten jochies rondom staan te
flirten met meisjes op schaatsen. Maar dat duurt maar heel even. Per slot van rekening is het 12 graden en weten we
dat we morgen eindelijk weer het weer hebben waarvoor de meeste mensen 's winters naar de Provence/Cote d'Azur gaan.
Oh ja, voordat ik het vergeet: een sfeervolle jaarwisseling en een fantastisch 2011 gewenst!
Zaterdag 1 januari
Zijn de bakkers hier dan nooit vrij? Nee. Bakken ze hier elke nacht vers brood? Ja, want
'wij' Fransen wensen elke dag, of het nou kerstmis, nieuwjaarsdag of 14 juli is, verse baguettes te eten. Wij eten geen oud
brood, wij warmen geen brood op, wij halen elke dag vers bij de bakker. Had hij maar geen bakker moeten worden. Het brood smaakt
ons vandaag extra lekker, want we ontbijten weer buiten, in de warme zon. Het is 12-14 graden en de zon brandt flink.
Tijdens de ochtendwandeling zeggen we tegen Kanjer en Bikkel dat we vanmiddag bij zee gaan wandelen en dat is niet tegen
dovemansoren gezegd. Als we buiten zitten te ontbijten en de deuren van de auto open staan om de boel even lekker door te
luchten, is eerst Kanjer en daarna ook Bikkel ineens spoorloos. Jawel, beide heren liggen in de auto, in plaats van dat
ze op het gras liggen te spelen, wat ze meestal doen als we buiten eten. ,,We zijn er klaar voor hoor, wat ons betreft
kunnen we nú naar zee gaan.''
Ze komen er alleen even uit als we de tafel afruimen, maar draven daarna meteen terug naar de auto.
De terrassen zijn afgeladen vol en op de boulevards van Fréjus en Saint Raphael is het poepdruk. Letterlijk, want op een gegeven moment wandelen we
achter een man met een grote hond die ineens zijn poeperd naar beneden drukt om een grote boodschap te doen. Maar
zijn baas trekt hem voort, waardoor de vijf drollen over een paar meter verspreid op het trottoir vallen. In plaats
van de poep op te ruimen met een plastic zakje uit een van de vele poepzakjesautomaten die op de boulevard staan, zoals
wij steevast doen als onze jongens poepen waar ze dat niet echt goed uitgekiend hebben, versnelt de man zijn pas als
hij ziet wat hij heeft aangericht. Aso's heb je overal.
 Het valt ons op dat veel mensen lopen te gapen. Het is voor velen kennelijk laat geworden vannacht. En misschien
hebben ze ook wel weer honger.
De vorige keer dat we hier waren, stonden er enkele tientallen campers, nu zijn het er een paar honderd. Ongeveer
de helft heeft een Italiaans kenteken. Ook op zee is het drukker dan de vorige keer. Er varen aardig wat (zeil)jachten
en uit een rubberboot laat een grote groep duikers zich in het water vallen. Op de boulevard drommen veel mensen samen
bij een 'brocante', wat bij ons gewoon een rommelmarkt zou heten.
We zoeken voorbij de jachthaven op het meest zuidelijke puntje van Saint Raphael een rustig plekje op rotsen op,
waar we een tijdje van de zon, zee en rust genieten. Het zijn er meer die dat doen.
Vlakbij ons maakt een jongen een uitgebreide fotoreportage van
zijn ongetwijfeld fotogenieke en in ieder geval voluptueuze vriendin. Ze is voortdurend bezig om haar lange haren los
te gooien en neemt allerlei verleidelijke poses in. Jammer dat het niet dik boven 30 graden is.
Ik ben blij dat mijn fotomodellen van nature al ongelooflijk fotogeniek zijn. Ze geven wel duidelijk te kennen dat
ze het niet echt perfect naar de zin hebben. Als ik Kanjer zeg dat hij vast liever langs zee gaat wandelen, houdt hij
zijn kop scheef, begint hij te blaffen en maakt hij aanstalten om te vertrekken. ,,Je had toch beloofd dat we zouden gaan
wandelen?''
Zodra de zon achter het middelgebergte is gezakt, zakt ook de temperatuur onmiddellijk flink, gaat het
waaien en zijn we wel uitgewandeld. Als we terug naar de auto lopen, loopt een meter of dertig voor ons een ouder echtpaar
met een heel klein hondje aan een riempje. Maar Bikkel, die aan de riem loopt, denkt dat het een poesje is en is er
volkomen door gebiologeerd. Als het echtpaar de hoek om loopt, probeert hij alvast om de hoek te kijken. Maar hij moet nog
even voordat wij de hoek om zijn en ziet daardoor niet dat de auto van het echtpaar daar staat en dat het hondje er als
eerste in geholpen wordt. Als Bikkel de hoek ook om is, zoekt hij zich wezenloos naar het poesje. Hij ruikt in heggen,
zoekt onder auto's en loopt schichtig om zich heen te kijken. Pas honderd meter verder geeft hij de moed op.
Terug in Lorgues valt meteen op dat er veel meer geknald wordt dan tijdens de jaarwisseling, toen we slechts twee
knallen (zitten er nog meer Nederlanders in de buurt?) hebben gehoord. Er wordt weer volop gejaagd. De voorraad wild
eten is er afgelopen feestdagen kennelijk doorheen gejaagd.
Zondag 2 januari
Wat een mooi begin van 2011! We kunnen al weer buiten ontbijten. Alleen hinderlijk dat af en toe
een wolk voor de zon schuift, want dan voelt het meteen tien graden frisser aan. Aan het begin van de middag besluiten we
naar zee te gaan, maar als we de straat uit zijn en de lucht nog eens goed bekijken, trekt die steeds verder dicht, vooral
boven de kust. Dus maar landinwaarts, naar Sillans la Cascade. Dankzij een eend wordt het een uitstapje om niet snel te
vergeten.
Het dorp ligt net als veel andere schitterende plaatsen, bezienswaardigheden en de zee op een half uurtje rijden
van Lorgues. Op een informatiebord lezen we dat in deze omgeving 60 miljoen jaar geleden dinosaurussen leefden en dat
het dorpje (400 inwoners) uit de elfde eeuw stamt. Maar wij komen vandaag niet voor het dorp maar voor de cascade, de
42 meter hoge waterval die gevoed wordt door het riviertje de Bresque.
We vinden al snel het pad dat ons erheen moet leiden en na een paar honderd meter zien we waarvoor we zijn gekomen.
Nog een paar honderd meter verder moeten we linksaf, een paadje naar beneden in. Dat gaat eerst heel makkelijk omdat
er een trap zit, maar als die ophoudt, is het oppassen geblazen omdat de harde lemen grond net als de vele stronken en
rotsen waar we overheen moeten, glad is, het hoogteverschil af en toe heel behoorlijk is en de jongens aan de riem
lopen en snel naar het water willen. Het ongemak duurt gelukkig maar even. Al gauw komen we bij het water. Poeltjes,
mini-meertjes, stroompjes, een omgevallen boom. Schitterend.
 Ineens zien we een witte eend
bovenop een grote rots in het water. Leuk plaatje.
Ik laat de honden achter
en loop er heel voorzichtig heen, gebruik makend van een grote rots die tussen ons ligt. Ik schiet wat foto's, doe
voorzichtig weer wat stappen vooruit en maak weer wat foto's.
De eend heeft me al lang gezien, maar vindt de afstand kennelijk nog veilig genoeg om niet te hoeven vluchten.
Ik besluit van lens te wisselen, wil even met een telelens werken
waardoor ik de eend beeldvullend kan fotograferen. Met langzame bewegingen haal ik de toeter uit m'n tas en wissel ik
de lenzen.
Als ik een paar keer met de 'nieuwe' lens heb geklikt, slaat de eend z'n vleugels uit.
Shit, hij vliegt weg,
toch bang voor m'n bewegingen geworden, flitst door m'n hoofd. Maar tot m'n stomme verbazing vliegt hij niet weg, maar naar
me toe. Eerst landt hij op een rots vlak voor me en vervolgens gaat hij op een meter van me op een tak van een
omgevallen boom zitten. Verrek, dat beest is zo mak als een lammetje, ik kan 'm zo aaien. Doe ik daar al die moeite voor!
Met m'n teletoeter kan ik alleen wat foto's van z'n kop maken. Als ik dat gedaan heb, wissel ik weer van lens en
schiet nog wat foto's. Dan zeg ik Trudy dat ze de jongens, van wie Bikkel volkomen gebiologeerd heeft zitten kijken
en Kanjer er maar bij is gaan liggen, wel mag laten komen.
Kanjer heeft geen belangstelling voor de bewoner van dit mooie gebiedje, maar Bikkel loopt meteen op hem af. De eend
is daar niet echt van onder de indruk, zelfs niet als Bikkel zich groter maakt. Hij houdt onze kleine wel nauwlettend
in de gaten. Pas als Bikkel vlak onder hem
op z'n achterpoten gaan staan, vermoedelijk niet alleen om de eend beter te kunnen ruiken, maar ook om hem een
liefdesbeet te geven, smeert de
eend 'm.
Ik heb er een serietje actiefoto's van, dat je hier
kunt zien.
We besluiten naar de voet van de waterval te lopen. Kanjer en Bikkel lopen voorop en de kleine ontdekt meteen dat
de vogel twintig meter verder weer is neergestreken. Hij loopt erheen, maar nu vliegt de eend meteen weg, naar een
onbekende plek.
Aan de voet van de waterval is het ook al schitterend. Een hele hoogte, 42 meter. 's Zomers kun je hier heerlijk
zwemmen, maar daar is het ons te koud voor. Alleen Kanjer neemt nog gauw even een bad voordat we weer terug naar de auto
wandelen.
| |